Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5980

2026-06-03 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448153 / JE RK 26-838
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-03
Publicatiedatum
2026-07-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448153 / JE RK 26-838
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.352 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/448153 / JE RK 26-838
Datum uitspraak: 3 juni 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over





[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. M.J.E.M. Edelmann uit Breda,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift met bijlagen van 16 april 2026, ontvangen op 13 mei 2026;


het bericht van de GI van 21 mei 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juni 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- twee vertegenwoordigers van de GI;
- de moeder met haar advocaat.



1.3.
Hoewel de vader correct is opgeroepen, is hij niet bij de zitting verschenen. De kinderrechter besluit de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de vader. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar.



1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. De moeder heeft namens [minderjarige 1] een e-mail gestuurd op 1 juni 2026. De kinderrechter heeft hiervan kennis genomen. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.



2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 26 juni 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 26 juni 2025 tot 26 juni 2026.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4Het standpunt van de GI


4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Er bestaan zorgen over de emotionele veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de voorspelbaarheid en stabiliteit in de omgang met de vader. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn begonnen met therapie, maar er bestaan nog zorgen over de onzekerheid van [minderjarige 1] en de emotionele ontwikkeling van [minderjarige 2] . [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben aantoonbaar behoefte aan duidelijke afspraken die ook worden nageleefd. De noodzakelijke hulpverlening is tot op heden niet gestart. Eerdere pogingen om hulpverlening in te zetten zijn vastgelopen door een gebrek aan medewerking van de vader. De afgelopen periode is er een tijd goed contact geweest met de vader, waardoor er onbegeleide omgang kon plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader kwam in deze periode de afspraken na. Dat was de reden om een verzoek tot verlenging voor negen maanden in te dienen. Op een gegeven moment werd het contact echter weer wisselvallig. De omgang is daardoor gestagneerd. De grootouders (vz) waren betrokken bij de omgang, maar de vader heeft inmiddels ook geen contact meer met hen. Er is mogelijk weer sprake van middelengebruik door de vader. Ook werd er gezien dat het de vader niet lukt aan te sluiten bij de leeftijd van de kinderen. De GI heeft er daarom voor gekozen (opnieuw) in te zetten op begeleide omgang met de vader. De vader heeft echter geweigerd hier aan mee te werken. De wisselvalligheid en de beperkte bereidheid van de vader om mee te werken maken dat het ontbreekt aan een stabiele basis voor contactherstel. Er moet worden onderzocht of omgang met de vader passend en haalbaar is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het is een complexe en kwetsbare situatie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geven namelijk aan contact met de vader te willen, maar als de omgang niet veilig kan plaatsvinden moeten [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in bescherming worden genomen.


4.2.
De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald en gelet op de kwetsbaarheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de zorgen, het ontbreken van structurele ondersteuning en het risico dat afspraken binnen een vrijwillig kader opnieuw niet worden nagekomen, is het op dit moment niet mogelijk om de ontwikkelingsbedreiging in een vrijwillig kader weg te nemen.





5De standpunten van belanghebbenden


5.1.
Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. Er is op dit moment geen contact met de vader. De doelen zijn niet behaald en er zijn nog steeds zorgen. De moeder begrijpt daarom niet dat maar om een verlenging van negen maanden is verzocht. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen de vader heel graag zien, maar als blijkt dat dit niet mogelijk is moet daar ook een knoop over worden doorgehakt. Er is veel hulpverlening ingezet geweest. Er moet duidelijkheid komen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder is bang dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het gevoel hebben dat de vader niet beschikbaar voor ze is als de kinderen hem nodig hebben.





6De beoordeling



Wettelijk kader



6.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



6.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:


de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;


de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.





Inhoudelijke beoordeling




6.3.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. Zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] zijn kwetsbaar in hun ontwikkeling. De omgang en het contact met de vader was een periode beter, maar uiteindelijk zijn de zorgen weer toegenomen. Dit lijkt onderdeel te zijn van een patroon bij de vader. Doordat de vader wisselvallig is in zijn aanwezigheid en bereikbaarheid kan hij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onvoldoende voorspelbaarheid en duidelijkheid bieden. Dit zorgt bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor gevoelens van angst en teleurstelling. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de wens om de vader vaker te zien, maar het lukt de vader op dit moment niet om aan die wens te voldoen. Daarnaast bestaan er zijn zorgen of de vader kan aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften en het communicatieniveau van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .




6.4.
De ouders zijn op dit moment niet in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. De communicatie tussen de ouders verloopt niet zoals gewenst. Er is niet tot nauwelijks contact, de vader is slecht bereikbaar en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen de spanningen tussen de ouders mee. Het – onweersproken – verzoek zal daarom worden toegewezen voor de duur van negen maanden, zoals verzocht.



6.5.
Het is aan de GI om te onderzoeken wat passend is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met betrekking tot de omgang met de vader. In het geval dat de vader bereid is mee te werken aan de begeleide omgang, is het belangrijk dat er hulpverlening wordt ingezet om dit op een zorgvuldige manier te begeleiden en de vader meer inzicht te geven over zijn opvoedvaardigheden. In het geval dat het niet mogelijk is om de begeleide omgang op te starten zal moeten worden onderzocht of de omgang, voor nu, moet worden afgesloten. De omgang moet immers wel veilig plaatsvinden. Het is belangrijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hier op een goede manier in worden begeleid.



Uitvoerbaar bij voorraad




6.6.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is
verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.




6.7.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





7De beslissing


De kinderrechter:



7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 26 juni 2026 tot 26 maart 2027;


7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.