Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5942

2026-06-02 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/447468 / JE RK 26-704
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-02
Publicatiedatum
2026-07-03
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/447468 / JE RK 26-704
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.627 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/447468 / JE RK 26-704
Datum uitspraak: 2 juni 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van



de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .



De kinderrechter merkt als informant aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;


het op 16 mei 2026 ontvangen bericht van de vader.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, middels een videobelverbinding.



1.3.
De vader is juist opgeroepen, maar niet verschenen. Dit heeft hij voorafgaand aan de zitting middels voornoemd bericht aan de kinderrechter te kennen gegeven.





2De feiten


2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 6 januari 2026 is bepaald dat de vader voortaan alleen het gezag heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 5 juni 2025 tot 5 juni 2026.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.
De GI heeft, ter onderbouwing van het verzoek, het navolgende aangevoerd. [zorginstelling] heeft aan de hand van Methodiek [traject] getracht onderzoek te doen naar de mogelijkheden tot hechting en contactherstel. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn echter hulpverleningmoe en de gesprekken en contacten belastte hen zodanig dat zij nog verder klem kwamen te zitten. Daarnaast is de inzet van beide ouders die gevraagd werd niet haalbaar en onvoldoende gebleken. Sinds het najaar van 2025 is Samen Sterker ingezet. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn tot rust gekomen en hebben een plek gevonden waar zij hun verhaal kwijt kunnen. Zij hebben aangegeven onder begeleiding van Samen Sterker weer contact te willen met de grootouders moederzijde. Op dit moment is er nog niets te zeggen over hoe het stuk met de moeder er uit moet zien. Er is veel gebeurd en er is enorm aan deze kinderen getrokken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben nog steeds heftige klachten en weerstand tegen het contact met de moeder. Ook ervaren zij nog regelmatig druk vanuit de moeder en haar netwerk. Pas als de moeder bijdraagt aan herstel van de schade en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] er aan toe zijn, kan het contact onder begeleiding van Samen Sterker worden opgestart. De GI monitort de houding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ten opzichte van de moeder nauwkeurig en spreekt aan hen uit dat zij contact mogen hebben met de moeder en het netwerk. Voor de moeder is ter ondersteuning een onafhankelijk steunpersoon ingezet. Waar de samenwerking met de moeder ingewikkeld is, is de samenwerking met de vader wel goed. De GI vraagt de kinderrechter om de in het verzoekschrift beschreven doelen op te nemen in de beschikking.



4.2.
De vader heeft middels voornoemd bericht de kinderrechter te kennen gegeven dat hij instemt met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij is van mening dat de ondertoezichtstelling helpend is voor de rust en het gevoel van veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn sinds enkele maanden het traject gestart bij Samen Sterker.



4.3.
De moeder heeft, samengevat, naar voren gebracht dat het verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen haar verbaasde. Zij heeft de GI namelijk in het kader van een eventueel hoger beroep tegen de beslissing om haar gezag te beëindigingen meermaals gevraagd of zij voornemens was om de ondertoezichtstelling te verlengen. Voorts heeft de moeder aangegeven dat er heel veel is gebeurd. Zij neemt hierin haar verantwoordelijkheid maar is niet de enige schuldige. De GI heeft bijgedragen aan het negatieve beeld dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van de moeder hebben. Met de huidige jeugdbeschermers is geen samenwerking meer mogelijk. De moeder is wel tevreden over de inzet van Samen Sterker. Daarvoor is echter geen ondertoezichtstelling nodig. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben altijd al uitgesproken dat zij contact willen met de grootouders moederzijde, maar dit is afgehouden door de GI.





5De beoordeling


5.1.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



5.2.
Op grond van artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.



5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in de afgelopen jaren veel meegemaakt. Als gevolg van de alcoholproblematiek van de moeder hebben zij traumatische ervaringen opgedaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben inmiddels al geruime tijd geen contact met de moeder en ervaren nog altijd veel weerstand ten aanzien van contactherstel. Hierin is veel druk op de kinderen uitgeoefend waardoor zij klem zijn komen te zitten. Afgelopen jaar heeft [zorginstelling] aan de hand van de methodiek [traject] gesprekken gevoerd met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om zo zicht te krijgen op de mogelijkheden voor contactherstel. Deze gesprekken zijn te belastend voor hen gebleken, waardoor deze methodiek niet passend was. Sinds het najaar voeren [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesprekken bij Samen Sterker. Hier kunnen zij tot rust komen en op hun eigen tempo praten over wat er allemaal is gebeurd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] lijken de aanpak van Samen Sterker als positief te ervaren. Het is een neutrale, fijne plek waar zij zich gesteund en gehoord voelen. Gezien wordt dat zij voorzichtige stapjes aan het maken zijn. Zo hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aangegeven open te staan om onder begeleiding van Samen Sterker het contact met de grootouders moederzijde te herstellen. Vooralsnog is nog niets te zeggen over wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de nabije toekomst willen ten aanzien van het contact met de moeder. Het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staat daarbij in ieder geval voorop en de moeder dient hun tempo ten alle tijden te volgen.



5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Hoewel het positief is dat beide ouders de hulpverlening van Samen Sterker ondersteunen en daar hun medewerking aan verlenen is de kinderrechter van oordeel dat het nu nog te vroeg is om de noodzakelijk geachte hulpverlening op vrijwillige basis voort te zetten. In de komende periode blijft de monitorende functie van de GI gewenst om de hulpverlening van Samen Sterker te waarborgen en regie te voeren over mogelijke eerste stappen die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen gaan zetten in contactherstel.



5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar verlengen, zoals is verzocht door de GI. Gelet op de doelen waaraan nog moet worden gewerkt, is dit een passende periode.



5.7.
Onder de doelen waaraan de komende periode ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gewerkt zal moeten worden, verstaat de kinderrechter de volgende:



[minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen de ruimte om bij Samen Sterker hun verhaal te mogen doen en Samen Sterker onderzoekt wat zij nodig hebben ten aanzien van het contact(herstel) met de moeder;


de vader werkt mee aan de hulpverlening, dit betekent dat hij openstaat voor de gegeven adviezen, niet onnodig afspraken afzegt en motivatie laat zien.





5.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



5.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 5 juni 2026 tot 5 juni 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beschikking is gegeven door mr. Pellikaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 in aanwezigheid van mr. Van Noort als griffier.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.