Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:4817
2026-05-01
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/446929 / JE RK 26-614
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ots met 1 jaar, ouders akkoord
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.037 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446929 / JE RK 26-614
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, LOCATIE ETTEN-LEUR, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
en
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij op de juiste wijze is opgeroepen. De vader heeft via de GI laten weten dat niet bij de zitting aanwezig kan zijn. Vlak voor de zitting ontving hij de oproep en hij kon op zo’n korte termijn niet meer met zijn werk regelen dat hij vrij kon zijn.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont hoofdzakelijk bij haar moeder.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI, samengevat, aangevoerd dat er nog onvoldoende zicht is op de thuissituatie en de opvoedmogelijkheden van de ouders en de mate waarin zij [minderjarige] de benodigde structuur en veiligheid kunnen bieden. Er zijn diverse signalen vanuit school gekomen dat er sprake was van veelvuldig schoolverzuim en dat [minderjarige] moeite heeft om het huiswerk op orde te hebben. Ook draagt [minderjarige] niet altijd de bril die zij wel nodig heeft. Daarnaast zijn er zorgen omtrent hygiëne bij de moeder thuis. Het is er rommelig en niet altijd op orde en er is een wietlucht geroken in huis. De hulpverlening is pas recent opgestart en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald.
4.2.
PMT voor [minderjarige] is gestart en de opvoedondersteuning bij [hulpverlening] zit in de opstartfase. De verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is nog noodzakelijk vanwege de ontwikkelingszorgen en de omstandigheid dat de hulpverlening pas net is opgestart.
4.3.
Door de moeder is bij de mondelinge behandeling aangevoerd dat er geen sprake meer is van schoolverzuim maar dat [minderjarige] nog wel moeite heeft met het huiswerk. Zij en de vader zitten hier bovenop, maar het blijft moeizaam gaan. Op de vraag van de kinderrechter met betrekking tot de zorgen over de verantwoordelijkheden, merkt de moeder op dat [minderjarige] tussen kind en vrouw inzit, maar dat zij thuis nog wel degelijk kind kan zijn. Het contact met de vader loopt prettig en zorgeloos en de overdracht vindt plaats bij de moeder thuis. Over de wietlucht die geroken is bij haar thuis verklaart de moeder dat haar nieuwe vriend wel eens blowt. Dit is volgens haar echter altijd buiten en nooit in bijzijn van de kinderen. Het spontane huisbezoek van de GI was erg onverwachts en er was meer troep in huis dan normaal. Zij erkent dat er wel regelmatig chaos is in huis en zij is blij met de hulp die ze krijgt om het huis opgeruimd te houden. De moeder staat ook achter de hulpverlening voor [minderjarige] en voor haarzelf. De moeder is akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.
4.4.
De GI heeft de vader gesproken toen hij vertelde niet aanwezig te kunnen zijn bij de mondelinge behandeling. Hij heeft daarbij aangegeven achter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar te staan.
5De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is nog altijd onvoldoende zicht op de thuissituatie en de opvoedmogelijkheden van de ouders. De school van [minderjarige] maakt zich nog zorgen over haar verzuim op school en haar huiswerkgedrag. Er is recent PMT voor [minderjarige] gestart. Daarnaast is er opvoedondersteuning opgestart bij [hulpverlening] . Er zijn zorgen over de hygiëne bij de moeder thuis. De moeder krijgt hulp vanuit de gemeente om haar te helpen met het ordenen en schoonmaken én -houden van de woning en zij is blij dat er via de GI de juiste hulpinstanties kunnen worden ingeschakeld. De hulpverlening is echter nog maar net begonnen en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Dit eerder is geprobeerd en heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. De moeder heeft een stok achter de deur nodig om afspraken blijvend na te komen. De moeder heeft aangegeven dat zij niet wil niet dat de ondertoezichtstelling eraf gaat, maar de kinderrechter wijst erop dat het doel van de ondertoezichtstelling is dat de ouders uiteindelijk in staat zijn om zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van [minderjarige] te dragen.
5.6.
De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 mei 2026 tot 15 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446929 / JE RK 26-614
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, LOCATIE ETTEN-LEUR, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
en
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij op de juiste wijze is opgeroepen. De vader heeft via de GI laten weten dat niet bij de zitting aanwezig kan zijn. Vlak voor de zitting ontving hij de oproep en hij kon op zo’n korte termijn niet meer met zijn werk regelen dat hij vrij kon zijn.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont hoofdzakelijk bij haar moeder.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI, samengevat, aangevoerd dat er nog onvoldoende zicht is op de thuissituatie en de opvoedmogelijkheden van de ouders en de mate waarin zij [minderjarige] de benodigde structuur en veiligheid kunnen bieden. Er zijn diverse signalen vanuit school gekomen dat er sprake was van veelvuldig schoolverzuim en dat [minderjarige] moeite heeft om het huiswerk op orde te hebben. Ook draagt [minderjarige] niet altijd de bril die zij wel nodig heeft. Daarnaast zijn er zorgen omtrent hygiëne bij de moeder thuis. Het is er rommelig en niet altijd op orde en er is een wietlucht geroken in huis. De hulpverlening is pas recent opgestart en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald.
4.2.
PMT voor [minderjarige] is gestart en de opvoedondersteuning bij [hulpverlening] zit in de opstartfase. De verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is nog noodzakelijk vanwege de ontwikkelingszorgen en de omstandigheid dat de hulpverlening pas net is opgestart.
4.3.
Door de moeder is bij de mondelinge behandeling aangevoerd dat er geen sprake meer is van schoolverzuim maar dat [minderjarige] nog wel moeite heeft met het huiswerk. Zij en de vader zitten hier bovenop, maar het blijft moeizaam gaan. Op de vraag van de kinderrechter met betrekking tot de zorgen over de verantwoordelijkheden, merkt de moeder op dat [minderjarige] tussen kind en vrouw inzit, maar dat zij thuis nog wel degelijk kind kan zijn. Het contact met de vader loopt prettig en zorgeloos en de overdracht vindt plaats bij de moeder thuis. Over de wietlucht die geroken is bij haar thuis verklaart de moeder dat haar nieuwe vriend wel eens blowt. Dit is volgens haar echter altijd buiten en nooit in bijzijn van de kinderen. Het spontane huisbezoek van de GI was erg onverwachts en er was meer troep in huis dan normaal. Zij erkent dat er wel regelmatig chaos is in huis en zij is blij met de hulp die ze krijgt om het huis opgeruimd te houden. De moeder staat ook achter de hulpverlening voor [minderjarige] en voor haarzelf. De moeder is akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.
4.4.
De GI heeft de vader gesproken toen hij vertelde niet aanwezig te kunnen zijn bij de mondelinge behandeling. Hij heeft daarbij aangegeven achter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar te staan.
5De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is nog altijd onvoldoende zicht op de thuissituatie en de opvoedmogelijkheden van de ouders. De school van [minderjarige] maakt zich nog zorgen over haar verzuim op school en haar huiswerkgedrag. Er is recent PMT voor [minderjarige] gestart. Daarnaast is er opvoedondersteuning opgestart bij [hulpverlening] . Er zijn zorgen over de hygiëne bij de moeder thuis. De moeder krijgt hulp vanuit de gemeente om haar te helpen met het ordenen en schoonmaken én -houden van de woning en zij is blij dat er via de GI de juiste hulpinstanties kunnen worden ingeschakeld. De hulpverlening is echter nog maar net begonnen en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Dit eerder is geprobeerd en heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. De moeder heeft een stok achter de deur nodig om afspraken blijvend na te komen. De moeder heeft aangegeven dat zij niet wil niet dat de ondertoezichtstelling eraf gaat, maar de kinderrechter wijst erop dat het doel van de ondertoezichtstelling is dat de ouders uiteindelijk in staat zijn om zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van [minderjarige] te dragen.
5.6.
De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 mei 2026 tot 15 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.