Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:4553

2026-04-24 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/447027 / JE RK 26-639 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-24
Publicatiedatum
2026-05-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/447027 / JE RK 26-639 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten plaatsing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.388 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummers: C/02/447027 / JE RK 26-639 (machtiging gesloten jeugdhulp)
C/02/447100 / JE RK 26-649 (verlenging ondertoezichtstelling en

verlenging machtiging uithuisplaatsing)

C/02/447173 / JE RK 26-658 (resterende (spoed)machtiging gesloten

jeugdhulp)

Datum uitspraak: 24 april 2026




(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing, (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp en machtiging gesloten jeugdhulp




in de zaak van



de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat: mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.M.G. Cox uit Tilburg.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 april 2026 (C/02/447027 / JE RK 26-639);


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 april 2026 (C/02/447100 / JE RK 26-649);


de beschikking van de kinderrechter van 16 april 2026 en alle daarin genoemde stukken (C/02/447173 / JE RK 26-658).





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met mr. S.J.C. Marijnissen namens mr. Gulickx, die voorafgaand aan de zitting afzonderlijk is gehoord;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI.





2De feiten


2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.

[minderjarige] verblijft bij [accommodatie 1] te [plaats] .



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 mei 2026. De kinderrechter heeft bij diezelfde beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 10 mei 2026.



2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 januari 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 16 april 2026.



2.5.
Bij voornoemde beschikking van 16 april 2026 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 16 april 2026 tot 30 april 2026. Het resterende verzoek om een aansluitende reguliere machtiging gesloten jeugdhulp is aangehouden.





3De verzoek



C/02/447027 / JE RK 26-639



3.1.
De GI verzoekt primair om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden, en subsidiair om de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van twaalf maanden.



3.2.
De GI heeft dit verzoek ter zitting ingetrokken.



C/02/447100 / JE RK 26-649




3.3.
De GI verzoekt voorts de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van twaalf maanden.



3.4.
De GI heeft ter zitting het verzoek om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ingetrokken.



C/02/447173 / JE RK 26-658




3.5.
Tot slot staat ter beoordeling het resterende verzoek van de GI om aansluitend aan de reeds verleende spoedmachtiging, een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.


De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.








4De standpunten


4.1.

Door de GI is middels de verzoeken en op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat [minderjarige] vanaf juli 2025 in een gesloten setting van [accommodatie 1] verblijft omdat de situatie bij de moeder thuis onhoudbaar was geworden. [minderjarige] had last van woedeaanvallen met structurele onveiligheid voor zichzelf, haar zus en haar moeder als gevolg. Sprake was van automutileren, suïcidale gedachten, zij trok zich terug op haar kamer, ging niet meer naar school, en zij wees alle hulpverlening af. Ook liet [minderjarige] risicovol gedrag zien met betrekking tot haar diabeteszorg, onder andere door het afkoppelen van de pomp en het niet langer toestaan van toezicht hierop. [minderjarige] heeft tijdens haar verblijf bij [accommodatie 1] een groei doorgemaakt, maar onlangs zijn de zorgen toch weer wattoegenomen. Zo is het automutileren toegenomen, gaat [minderjarige] na verlof niet altijd op tijd terug naar de groep en heeft zij op momenten haar insuline-medicatie niet trouw genomen.
Uit het psychodiagnostisch onderzoek van 2 februari 2026 is gebleken is dat bij [minderjarige] sprake is van onveilige hechting en beperkte identiteitsontwikkeling en emotionele ontwikkeling. De moeder heeft aangegeven [minderjarige] niet de zorg te kunnen geven die zij nodig heeft. Gebleken is ook dat de moeder niet in staat is om de verantwoordelijkheid als opvoeder goed op te pakken. Thuisplaatsing van [minderjarige] is hierom niet aan de orde. Gelet op alle zorgen die er zijn, en het feit dat de moeder sterk overvraagd is en ondersteuning van de GI nodig heeft om ervoor te zorgen dat [minderjarige] op de juiste plek terecht komt, verzoekt de GI de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van een jaar.
Voorts is aangegeven dat het toekomstperspectief van [minderjarige] ligt in een stabiele en voorspelbare omgeving, waarin [minderjarige] zich veilig kan voelen, hechtingsrelaties kan herstellen en versterken en waar zij de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen zonder voortdurende ontregeling en escalaties. Ingezet wordt op overplaatsing van [minderjarige] naar een open groep binnen een periode van drie maanden. Gelet op de bij haar bestaande problematiek en de specifieke zorg die zij nodig heeft, is een reguliere plaatsing niet mogelijk. [minderjarige] is nu aangemeld bij afdeling [afdeling] bij de [woongroep] , waar sprake is van een kleinschalige groep en samenwerking met de [accommodatie 2] die de behandeling van [minderjarige] op zich gaat nemen. Er is plaats voor [minderjarige] , maar de vraag is of zij voldoende gemotiveerd is om de plaatsing aldaar aan te kunnen nu deze plaatsing veel van haar zal vragen en zij voornamelijk extrinsiek gemotiveerd lijkt. Hierover zal op 29 april 2026 een gesprek worden gevoerd met [afdeling] , waarna beslist wordt of zij daar kan worden geplaatst. Nu nog niet duidelijk is of [minderjarige] kan worden overgeplaatst naar [afdeling] , en of opnieuw een zoektocht zal volgen naar een andere geschikte plek, is het van belang dat [minderjarige] tot de tijd dat zij kan worden overgeplaatst naar een passende (open) groep, bij [accommodatie 1] kan blijven. De GI verzoekt hierom aansluitend aan de spoedmachtiging een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de periode van drie maanden.
Het eerder ingediende verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp is gelet op voorgaande achterhaald en wordt door de GI ingetrokken. Ook het verzoek om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt ingetrokken nu dit gelet op de (te verwachten) volgende gesloten machtiging geen doel zal treffen. Op het moment dat [minderjarige] zal worden overgeplaatst naar een open groep zal de GI een verzoek doen om een machtiging tot uithuisplaatsing.




4.2.
Door en namens de moeder is op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat de moeder onlangs is begonnen met therapie om al haar trauma’s en triggers te verwerken. Dit vraagt veel van haar en hier heeft zij ruimte voor nodig. [minderjarige] gaat hierom tijdelijk niet meer eens in de twee weken naar haar thuis, maar naar de oma. De moeder kan zich vinden in verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging gesloten jeugdhulp. Duidelijk is dat [minderjarige] niet thuis kan komen. De moeder hoopt dat [minderjarige] zo snel mogelijk kan doorstromen naar een open groep, welke dichterbij de moeder is gelegen. De afstand naar [accommodatie 1] vindt de moeder te ver.



4.3.
Door [minderjarige] is voorafgaand aan de zitting, kort samengevat, aangegeven dat zij teleurgesteld was in het nieuwe verzoek om een gesloten machtiging. Haar was in januari 2026 verteld dat er geen nieuwe machtiging gesloten jeugdhulp zou worden gevraagd als zij zich aan haar programma zou houden, en hier heeft zij ontzettend haar best voor gedaan. [minderjarige] vindt het dan ook erg jammer dat er nu toch om een nieuwe machtiging gesloten jeugdhulp is gevraagd, ondanks haar goede gedrag. Zij verliest hierdoor motivatie hetgeen ervoor heeft gezorgd dat [minderjarige] de afgelopen periode minder goed heeft geluisterd. [minderjarige] begrijpt wel dat zij langer op de gesloten groep moet blijven omdat zij op dit moment nog niet kan worden overgeplaatst naar een open groep.



4.4.
Namens [minderjarige] is op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat [minderjarige] zich kan vinden in het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp. Zij wil wel zo spoedig mogelijk naar een open groep. Gevraagd wordt hiertoe zo spoedig mogelijk over te gaan en niet de volle periode van drie maanden af te wachten.






5De beoordeling



Verlenging ondertoezichtstelling C/02/447173 / JE RK 26-658



5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.


Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de rechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.



5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] nog steeds zodanig opgroeit dat zij in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] heeft een belast verleden en sprake is van problematiek waar [minderjarige] behandeling voor nodig heeft. De afgelopen periode heeft zij hard aan zichzelf gewerkt binnen de gesloten setting van [accommodatie 1] . Op dit moment wordt toegewerkt naar overplaatsing naar een open setting waar zij zal starten met behandeling bij [accommodatie 2] . [minderjarige] heeft nog een lange weg te gaan. Ook de moeder heeft nog een lange weg te gaan bij het verwerken van haar trauma’s en triggers, waarvoor zij onlangs is gestart met therapie. De moeder is overvraagd en heeft alle ruimte nodig om aan zichzelf te kunnen werken. De kinderrechter is hierom van oordeel dat verdere betrokkenheid van de GI noodzakelijk is om de moeder te ondersteunen en bij het regelen van de zorg voor [minderjarige] . De kinderrechter wijst het onweersproken verzoek om verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar dan ook toe.



5.3.
De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



Resterend verzoek machtiging gesloten jeugdhulp C/02/447100 / JE RK 26-649





Spoedbeslissing




5.4.
Bij voornoemde beschikking van 16 april 2026 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, met ingang van 16 april 2026 tot 30 april 2026. Tijdens de zitting zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel.



Het reguliere verzoek




5.5.
In artikel 6.1.2. van de Jeugdwet staat dat de kinderrechter op verzoek een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:


jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;


de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en


er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.





5.6.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat hetgeen is overwogen bij beschikking van 16 april 2026 r.o. 4.2. nog steeds aan de orde is. Het verblijf van [minderjarige] bij [accommodatie 1] – waar zij vanaf 2 juli 2025 verblijft en bescherming, begeleiding en behandeling heeft gekregen vanwege haar ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek – dient te worden gecontinueerd tot een voor haar passende open vervolgplek voorhanden is. Gelet op de (dreigende) situatie dat [minderjarige] zich onttrekt aan de noodzakelijk geachte zorg - gezien het niet op tijd terug komen van verlof en het niet trouw innemen van haar insuline-medicatie waardoor gevaarlijke situaties voor haar gezondheid (dreigen te) ontstaan – worden er op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden gezien om de zorgen over [minderjarige] weg te nemen en haar veiligheid te waarborgen dan met een plaatsing en verblijf in een gesloten setting. De kinderrechter zal dan ook aansluitend aan de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp, een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp verlenen.



5.7.
Inmiddels is de groep [afdeling] van [woongroep] als geschikt voor [minderjarige] bevonden, en daar is plek voor haar. Of plaatsing daar daadwerkelijk mogelijk is zal moeten blijken uit het gesprek tussen [minderjarige] en [afdeling] dat volgt op 29 april 2026. Duidelijk moet worden of [minderjarige] voldoende gemotiveerd is om zich te conformeren aan alles wat er van haar bij [afdeling] zal worden verwacht. Nu het nog niet zeker is of [minderjarige] bij [afdeling] kan worden geplaatst, en de mogelijkheid bestaat dat verder zal moeten worden gezocht naar een passende open groep voor [minderjarige] , zal het vinden van een definitieve vervolgplek de nodige tijd vergen. Om die reden zal de kinderrechter het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden. De kinderrechter merkt daarbij op dat indien blijkt dat [minderjarige] eerder kan worden overgeplaatst naar een open groep, de termijn van drie maanden niet te hoeft worden afgewacht.



Verzoek machtiging gesloten jeugdhulp C/02/447027 / JE RK 26-639


en verlenging machtiging uithuisplaatsing C/02/447173 / JE RK 26-658





5.8.
De kinderrechter wijst de verzoeken om een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de GI af, nu het belang van een verdere beoordeling hiervan is komen te vervallen.






6De beslissing


De kinderrechter:




C/02/447173 / JE RK 26-658



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 10 mei 2027;



C/02/447100 / JE RK 26-649




6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 april 2026 tot 30 juli 2026;



C/02/447027 / JE RK 26-639 en C/02/447173 / JE RK 26-658




6.3.
wijst het meer of anders verzochte af;



6.4.
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 6 mei 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.