Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:2209
2026-03-19
Civiel recht
12118002 \ OV VERZ 26-542 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Verzoek vaststellen van loon vereffenaar en vrijstellen van neerleggen rekening en verantwoording en uitdelingslijst. Omdat alle crediteuren al zijn voldaan, wordt verzochte vrijstelling afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.487 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 12118002 \ OV VERZ 26-542
Beschikking van 19 maart 2026
in de zaak van
MR. [verzoeker],
kantoorhoudende te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoeker,
procederend in persoon,
in de nalatenschap van
[erflater]
,
geboren te [geboortedag] 1942,
laatstelijk gewoond hebbend te [plaats 2] ,
overleden op [datum] 2024,
hierna te noemen: erflater.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op de griffie op 10 maart 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
Verzoeker is tot vereffenaar benoemd in de nalatenschap van erflater. Verzoeker verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 4:206 lid 3 BW het loon voor de door hem verrichte werkzaamheden voor de vereffening vast te stellen. Het verzoekschrift is voorzien van een gespecificeerde opgave van de verrichte werkzaamheden. Verzoeker verzoekt te worden vrijgesteld van het neerleggen van een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst, omdat alle crediteuren zijn voldaan.
3De beoordeling
3.1.
Verzoeker is door deze rechtbank, locatie Middelburg, benoemd tot vereffenaar bij beschikking van 1 juli 2025 met zaaknummer C/02/436419 / HA RK 25/141.
3.2.
Bij de vaststelling van het loon ingevolge artikel 4:206 lid 3 BW hanteert de kantonrechter de “Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseance van betaling”.
3.3.
Verzoeker verzoekt het loon conform de richtlijnen vast te stellen op een bedrag van € 40.714,44, te vermeerderen met 10 uur voor de afwikkeling van de aangifte erfbelasting en vragen van de Belastingdienst, alles te vermeerderen met 4% algemene kantoorkosten.
3.4.
Het opgegeven aantal bestede uren over de periode van 6 juni 2025 tot en met 19 februari 2026, zoals blijkt uit de verstrekte gespecificeerde opgave, komt de kantonrechter reëel voor. De kantonrechter stelt vast dat in de urenverantwoording al rekening is gehouden met 10 uur voor de afwikkeling van de aangifte erfbelasting en dat het urentotaal overeenkomt met de verantwoording, zodat de verzochte vermeerdering met 10 uren niet toewijsbaar is. Het verzochte bedrag komt de kantonrechter met inachtneming van de voornoemde richtlijnen verder niet onredelijk voor, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.
3.5.
Een door de rechter benoemde vereffenaar behoeft op grond van artikel 4:221 lid 2 BW een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst niet neer te leggen, wanneer alle hem voor de afloop van de in artikel 4:218 lid 1 BW bedoelde termijn bekend geworden schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt.
3.6.
De in artikel 4:218 lid 1 BW genoemde termijn is bij beschikking van 8 januari 2026 met zaaknummer 12019007 \ OV VERZ 25-5281 verlengd tot 8 juli 2026. Nu verzoeker heeft aangegeven dat alle crediteuren zijn voldaan, dus binnen voornoemde termijn, is er op grond van artikel 4:221 lid 2 BW geen verplichting om een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst neer te leggen. Verzoeker kan daar dan ook niet van worden vrijgesteld.
3.7.
Voor de volledigheid wijst de kantonrechter verzoeker erop dat de rekening en verantwoording geschiedt aan hen die een recht op het overschot hebben, nu geen rekening en verantwoording wordt neergelegd (artikel 4:221 lid 3 BW).
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
stelt het loon van de vereffenaar vast op een bedrag van € 40.714,44 exclusief btw, te vermeerderen met 4% algemene kantoorkosten,
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 12118002 \ OV VERZ 26-542
Beschikking van 19 maart 2026
in de zaak van
MR. [verzoeker],
kantoorhoudende te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoeker,
procederend in persoon,
in de nalatenschap van
[erflater]
,
geboren te [geboortedag] 1942,
laatstelijk gewoond hebbend te [plaats 2] ,
overleden op [datum] 2024,
hierna te noemen: erflater.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op de griffie op 10 maart 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
Verzoeker is tot vereffenaar benoemd in de nalatenschap van erflater. Verzoeker verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 4:206 lid 3 BW het loon voor de door hem verrichte werkzaamheden voor de vereffening vast te stellen. Het verzoekschrift is voorzien van een gespecificeerde opgave van de verrichte werkzaamheden. Verzoeker verzoekt te worden vrijgesteld van het neerleggen van een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst, omdat alle crediteuren zijn voldaan.
3De beoordeling
3.1.
Verzoeker is door deze rechtbank, locatie Middelburg, benoemd tot vereffenaar bij beschikking van 1 juli 2025 met zaaknummer C/02/436419 / HA RK 25/141.
3.2.
Bij de vaststelling van het loon ingevolge artikel 4:206 lid 3 BW hanteert de kantonrechter de “Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseance van betaling”.
3.3.
Verzoeker verzoekt het loon conform de richtlijnen vast te stellen op een bedrag van € 40.714,44, te vermeerderen met 10 uur voor de afwikkeling van de aangifte erfbelasting en vragen van de Belastingdienst, alles te vermeerderen met 4% algemene kantoorkosten.
3.4.
Het opgegeven aantal bestede uren over de periode van 6 juni 2025 tot en met 19 februari 2026, zoals blijkt uit de verstrekte gespecificeerde opgave, komt de kantonrechter reëel voor. De kantonrechter stelt vast dat in de urenverantwoording al rekening is gehouden met 10 uur voor de afwikkeling van de aangifte erfbelasting en dat het urentotaal overeenkomt met de verantwoording, zodat de verzochte vermeerdering met 10 uren niet toewijsbaar is. Het verzochte bedrag komt de kantonrechter met inachtneming van de voornoemde richtlijnen verder niet onredelijk voor, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.
3.5.
Een door de rechter benoemde vereffenaar behoeft op grond van artikel 4:221 lid 2 BW een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst niet neer te leggen, wanneer alle hem voor de afloop van de in artikel 4:218 lid 1 BW bedoelde termijn bekend geworden schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt.
3.6.
De in artikel 4:218 lid 1 BW genoemde termijn is bij beschikking van 8 januari 2026 met zaaknummer 12019007 \ OV VERZ 25-5281 verlengd tot 8 juli 2026. Nu verzoeker heeft aangegeven dat alle crediteuren zijn voldaan, dus binnen voornoemde termijn, is er op grond van artikel 4:221 lid 2 BW geen verplichting om een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst neer te leggen. Verzoeker kan daar dan ook niet van worden vrijgesteld.
3.7.
Voor de volledigheid wijst de kantonrechter verzoeker erop dat de rekening en verantwoording geschiedt aan hen die een recht op het overschot hebben, nu geen rekening en verantwoording wordt neergelegd (artikel 4:221 lid 3 BW).
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
stelt het loon van de vereffenaar vast op een bedrag van € 40.714,44 exclusief btw, te vermeerderen met 4% algemene kantoorkosten,
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.