Procesrecht. Erfrecht. Vereffening nalatenschap; verzet tegen slotuitdelingslijst. Niet-ontvankelijkheid in verzet; art. 4:218 BW en art. 187 Fw. Kostenveroordeling in verzoekschriftprocedure; misbruik van procesrecht?
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:218 BW
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Erfrecht. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw; art. 358 jo. 261 Rv. Verzet van erfgenaam tegen uitdelingslijst vereffenaar nalatenschap is door kantonrechter afgewezen. Welk rechtsmiddel staat open?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
Erfrecht. Vereffening. Voorschotbetalingen op loon vereffenaar. Vereffeningskosten moeten vóór de overige schulden van de nalatenschap worden voldaan.
Erfrecht; procesrecht. Vereffening nalatenschap. Is vereffenaar ontvankelijk in cassatieberoep? Beschikking op verzet waartegen slechts cassatieberoep openstaat (art. 4:218 lid 3 en lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw)? Geschil over aflegging van rekening en verantwoording (art. 1:374 li
Hoger beroep tegen beschikking op verzet aangaande uitdelingslijst in nalatenschap/ Verwijzing in 4:218 lid 5 BW naar Faillissementswet/ Art. 187 FW / hoger beroep niet ontvankelijk/ Alleen cassatieberoep mogelijk binnen acht dagen/ geen betekenis Richtlijn Vereffening Nalatensch
Erfrecht. Artikel 4:210 BW. Aanwijzing aan de vereffenaar m.b.t. rente na de overlijdensdatum. Geen analogische toepassing van artikel 128 FW.
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
Voorschot vereffenaar. Erfgenaam belanghebbenden? Richtlijnen vereffening nalatenschappen.
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure bij Ondernemingskamer inzake vennootschappen waarvan de aandelen tot een nalatenschap behoren. Bevoegdheid vereffenaar nalatenschap q.q. om enquêteverzoek in te dienen: is een van de erven ontvangen procesvolmacht toereikend?
Onrechtmatige rechtspraak in vereffeningsprocedure bij de kantonrechter?
Het verzet tegen de tussentijdse uitdelingslijst is ongegrond. Daarbij is mede ingegaan op de toelaatbaarheid van het doen van tussentijdse uitdelingen uit de nalatenschap door de vereffenaar en de verleende vrijstelling ex 4:221 lid 2 BW.
Erfrecht. Procesrecht. Processueel ondeelbare rechtsverhouding? Incident in cassatie tot zekerheidstelling (art. 235 Rv); zekerheidstelling achteraf aan door hof uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad indien aan veroordeling reeds is voldaan? Taak erfgenamen als vereffen
Artt. 4:194a lid 1 BW; 4:221 lid 1 BW. Verzoek om nalatenschap alsnog beneficiair te mogen aanvaarden. Erflaatster heeft van haar in 1980 overleden echtgenoot het vruchtgebruik van roerende goederen, obligatieleningen en verhuurde appartementen gelegateerd gekregen. Verzoekster i
Hoger beroep tegen niet ontvankelijk verklaard verzet tegen uitdelingslijst/ Vervolg op GHSHE 18 januari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:138 en HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2393/ Niet ontvankelijk in hoger beroep vanwege appelverbod en mogelijkheid cassatieberoep/ veroordeling i
Heeft een erfgenaam/belanghebbende in de procedure tot opheffing van de vereffening recht op stukken? Artt. 4:209 BW, 279 lid 2 Rv, 290 Rv.
Hoger beroep niet –ontvankelijk want geen appellabele beslissing, gezien de aard ervan (loon vaststelling vereffenaar). Mogelijkheden ter discussiestelling vastgesteld loon vereffenaar via verzet uitdelingslijst en/of via rekening en verantwoording door vereffenaar. Geen vooruitl
Erfrecht. Beding in huwelijkse voorwaarden; uitkering aan echtgenote uit hoofde van nakoming van een natuurlijke verbintenis. Uitkering bij overlijden of bij echtscheiding. Quasi-legaat in de zin van art. 4:126 lid 2 onder c BW?
Erfrecht, Prejudiciële vragen aan Hoge Raad. Moet artikel 4:218 lid 5 BW zo worden uitgelegd dat het in artikel 128 Fw neergelegde fixatiebeginsel van overeenkomstige toepassing is op de vereffening van een nalatenschap?
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over toepasselijkheid van het in artikel 128 van de Faillissementswet neergelegde fixatiebeginsel op de vereffening van een nalatenschap.
Het verzet tegen de door de vereffenaar opgestelde tussentijdse uitdelingslijst wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende belang daarbij.
Erfrecht. Vereffening nalatenschap. Vereffening is geen verdeling. Artikel 4:7 BW schulden van de nalatenschap. Vaststelling loon vereffenaar. Aanwijzingen kantonrechter aan vereffenaar. Indien geen spoedige overeenstemming erfgenamen over wijze van verdeling, dan saldo naar Staa
Verzet tegen de rekening en verantwoording ex artikel 4:218 lid 3 BW. Het verzet wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. Anders dan in verzet is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat een redelijke wetstoepassing er toe noopt een andere rangorde van de schulden der nalaten
Vereffening van een nalatenschap. Op grond van artikel artikel 4:218 lid 5 BW jo. artikel 187 lid 1 Fw staat tegen de beschikking op het verzet tegen de uitdelingslijst gedurende acht dagen beroep in cassatie open. Volgt niet-ontvankelijkheid.
Civiel Overig. Combinatie van verzoek tot kosteloze vereffening en van verzoek tot opheffing van de vereffening toelaatbaar geacht. Erfgenamen voorts ontslagen uit de lichte wettelijke vereffeningsplichten omdat inzicht ontbreekt dat inspanningen ter zake zinvol zullen zijn.