Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:7315

2026-06-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12117434 CV EXPL 26-5690
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-24
Publicatiedatum
2026-06-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12117434 CV EXPL 26-5690
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstek. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning toegewezen. Betaling huurachterstand met rente en kosten ook toegewezen. De huurachterstand wordt echter op een lager bedrag vastgesteld dan primair is gevorderd omdat het opslagbeding in de huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.567 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 12117434 CV EXPL 26-5690



datum uitspraak: 24 juni 2026




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van




AEGON Levensverzekering N.V.,
vestigingsplaats: Den Haag,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.A.J.M. van de Wijngaard,



tegen





[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.



Partijen worden hierna ‘AEGON’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 19 februari 2026, met bijlagen;


het tussenvonnis van 18 maart 2026;


de akte van AEGON van 25 maart 2026.







2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?



2.1.

[gedaagde] huurt sinds 1 april 2020 de woning met bijbehorende berging aan het [adres] (hierna: de woning) van AEGON. Op dit moment is er een huurachterstand. AEGON eist dat [gedaagde] de huurachterstand met incassokosten, rente en de lopende huur betaalt. Zij eist ook de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning.



2.2.
In het tussenvonnis is tegen [gedaagde] verstek verleend (artikel 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). [gedaagde] moet van de kantonrechter de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Wel wordt een lagere huurachterstand toegewezen dan primair is gevorderd, namelijk een bedrag van € 9.664,73, zoals subsidiair is gevorderd, omdat het opslagbeding in de huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is. [gedaagde] moet ook alle bijkomende kosten betalen. Hierna wordt deze beslissing verder uitgelegd





Waarom is het opslagbeding vernietigd?




2.3.

In artikel 12 lid 1 onder c van de huurovereenkomst is bepaald dat de huurprijs jaarlijks kan worden geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex (CPI). Daarnaast bepaalt artikel 12.1 onder d van de huurovereenkomst dat de verhuurder het recht heeft om, bovenop deze indexering, de huurprijs te verhogen met een opslag van maximaal 5%. Zoals de kantonrechter reeds heeft geoordeeld in het tussenvonnis is dit opslagbeding
oneerlijk, omdat zo’n hoge opslag niet nodig is om kostenstijgingen die uitgaan boven de inflatie te compenseren en om de huurprijs in de pas te laten lopen met de waardeontwikkeling van de woning. Een jaarlijkse huurstijging met dit opslagpercentage blijft niet binnen aanvaardbare grenzen. AEGON heeft uitgelegd dat dit in dit geval echter anders zou moeten zijn en dat een opslag van maximaal 5% boven de CPI een eerlijke huurverhoging vormt. Volgens haar is een dergelijke, bij het aangaan van de huurovereenkomst overeengekomen opslag niet in strijd met de goede trouw en leidt deze niet tot een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht tussen partijen. De kantonrechter volgt AEGON hierin niet. Uit het arrest van de Hoge Raad van 29 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1780) kan niet worden afgeleid dat een opslag van 5% boven de CPI zonder meer als eerlijk moet worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft slechts geoordeeld dat een opslag van maximaal 3% in beginsel niet oneerlijk is en dat de opzeggingsmogelijkheden van huurder en verhuurder slechts één van de relevante omstandigheden vormen bij de toetsing aan Richtlijn 93/13/EG. Een opslag van 5% moet zelfstandig worden beoordeeld en kan, gelet op de omvang van de mogelijke huurverhogingen, eerder leiden tot een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht ten nadele van de huurder. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het opslagbeding terecht is vernietigd.




Huurachterstand




2.4.
AEGON heeft bij akte toegelicht dat de kale aanvangshuur van € 955,00 per 1 juli 2020 is verhoogd naar € 979,83, terwijl deze op basis van de CPI maximaal € 968,37 mocht bedragen. Daarmee heeft zij in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 (12 maanden) maandelijks € 11,46 (€ 979,83 - € 968,37 te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 137,52.


Per 1 juli 2021 is de kale huur verhoogd naar € 1.003,35, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 986,77 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 16,58 (€ 1.003,35 - € 986,77) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 198,96.



Per 1 juli 2022 is de kale huur verhoogd naar € 1.036,46, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.019,33 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 17,13 (€ 1.036,46 - € 1.019,33) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 205,56.



Per 1 juli 2023 is de kale huur verhoogd naar € 1.078,95, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.061,12 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 17,83 (€ 1.078,95 - € 1.061,12) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 213,96.



Per 1 juli 2024 is de kale huur verhoogd naar € 1.127,50, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.094,01 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 33,49 (€ 1.127,50 - € 1.094,01) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 401,88.



Per 1 juli 2025 is de kale huur verhoogd naar € 1.173,73, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.134,49 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 januari 2026 (7 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 39,24 (€ 1.173,73 - € 1.134,49) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 274,68.



In totaal heeft AEGON dus € 1.432,56 te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht zoals zij ook subsidiair heeft uitgelegd. De kantonrechter volgt AEGON in haar uitleg en berekening en acht de daarbij gegeven toelichting juist. Dit betekent dat [gedaagde], bij vernietiging van het opslagbeding, tot en met januari 2026 een huurachterstand heeft van € 9.664,73. Hij wordt dan ook veroordeeld om dit bedrag aan AEGON te betalen.




Ontbinding huurovereenkomst




2.5.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen.



Ontruiming en gebruiksvergoeding




2.6.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning en de bijbehorende berging met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. Vanaf 1 februari 2026 tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.179,49 (inclusief € 45,- servicekosten) per maand betalen (artikel 7:225 BW). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.



2.7.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen. Immers op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van [gedaagde] komen.



Incassokosten




2.8.
De incassokosten van € 714,11 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).



Rente




2.9.
De wettelijke rente wordt toegewezen. AEGON heeft gesteld dat deze tot 1 februari 2026 € 517,74 bedraagt.


In totaal zal worden toegewezen:
huurachterstand € 9.664,73 (plus wettelijke rente vanaf 19 februari 2026 over dat bedrag)
incassokosten € 714,11
wettelijke rente € 517,74 +
€ 10.896,58




Verdere ambtshalve toetsing




2.10.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.



Proceskosten




2.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan AEGON moet betalen op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 432,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 432,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.288,77. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.



Uitvoerbaar bij voorraad




2.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat AEGON dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als [gedaagde] in verzet komt tegen dit vonnis en aan een andere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan AEGON te betalen € 10.896,58 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 9.664,73 vanaf 19 februari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;



3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning met bijbehorende berging aan het [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van AEGON te stellen;



3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 februari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan AEGON te betalen € 1.179,49 (inclusief servicekosten) per maand met de verhoging die is toegestaan;



3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van AEGON worden begroot op € 1.288,77;



3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



3.6.
wijst af het anders of meer gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
53954