Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:3519
2026-03-06
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11984723 CV EXPL 25-25700
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens (erkende) betalingsachterstand. Geen reden voor ontbinding tegen verzochte latere datum.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:1810 Hoge Raad 28-09-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.160 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11984723 CV EXPL 25-25700
datum uitspraak: 6 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 november 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlage;
de repliek.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 29 december 2021 een woning van Woonstad. De huur is nu € 639,35 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Woonstad eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 4.475,45 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 4.475,45 aan Woonstad te betalen. Woonstad heeft toegelicht dat dit de achterstand is tot en met januari 2026. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd. Hij heeft eerder wel erkend dat hij een achterstand heeft laten ontstaan en hoe dat is gekomen. Hij wil een regeling waarmee hij de achterstand uiterlijk in april 2026 aan Woonstad betaalt.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.3.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat [gedaagde] zelf ook akkoord is met het beëindigen van de huurovereenkomst, hoewel hij hiervoor tot april 2026 de tijd wil krijgen. Waarom hij dat wil heeft hij niet toegelicht. [gedaagde] heeft verklaard dat hij op dit moment bij familie in Spanje verblijft. Hij heeft dus onderdak.
[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.4.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis.
2.5.
Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 639,35 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Woonstad eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De rente wordt toegewezen, omdat Woonstad genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente wordt toegewezen op de manier zoals hieronder vermeld. In het toe te wijzen bedrag zit een bedrag van € 0,53 aan rente tot 11 november 2025, zoals door Woonstad berekend.
Geen oneerlijke bepalingen
2.7.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Geen betalingsregeling
2.8.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Woonstad namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Woonstad om te vragen of Woonstad alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.291,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 4.475,98 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.196,75 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 februari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 639,35 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.291,95;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
51909
Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11984723 CV EXPL 25-25700
datum uitspraak: 6 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 november 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlage;
de repliek.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 29 december 2021 een woning van Woonstad. De huur is nu € 639,35 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Woonstad eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 4.475,45 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 4.475,45 aan Woonstad te betalen. Woonstad heeft toegelicht dat dit de achterstand is tot en met januari 2026. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd. Hij heeft eerder wel erkend dat hij een achterstand heeft laten ontstaan en hoe dat is gekomen. Hij wil een regeling waarmee hij de achterstand uiterlijk in april 2026 aan Woonstad betaalt.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.3.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat [gedaagde] zelf ook akkoord is met het beëindigen van de huurovereenkomst, hoewel hij hiervoor tot april 2026 de tijd wil krijgen. Waarom hij dat wil heeft hij niet toegelicht. [gedaagde] heeft verklaard dat hij op dit moment bij familie in Spanje verblijft. Hij heeft dus onderdak.
[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.4.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis.
2.5.
Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 639,35 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Woonstad eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De rente wordt toegewezen, omdat Woonstad genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente wordt toegewezen op de manier zoals hieronder vermeld. In het toe te wijzen bedrag zit een bedrag van € 0,53 aan rente tot 11 november 2025, zoals door Woonstad berekend.
Geen oneerlijke bepalingen
2.7.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Geen betalingsregeling
2.8.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Woonstad namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Woonstad om te vragen of Woonstad alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.291,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 4.475,98 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.196,75 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 februari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 639,35 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.291,95;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
51909
Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810