Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10921
2026-08-28
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
12252523 VZ VERZ 26-2676
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoekschrift niet ondertekend. Verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:2311 Hoge Raad 14-12-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.476 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12252523 VZ VERZ 26-2676
datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] , [land] ,
verzoekster,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
[verweerster]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
verweerster,
die niet is opgeroepen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Op 31 mei 2026 heeft de rechtbank per mail een verzoekschrift, met bijlagen, van [verzoekster] ontvangen. Het gaat om een niet-ondertekend exemplaar.
1.2.
De griffier heeft [verzoekster] op 1 juni 2026 per mail laten weten dat het verzoekschrift ondertekend moet worden en ook op papier moet worden ingediend.
1.3.
Op 29 juni 2026 heeft de griffier een herinnering gestuurd.
1.4.
Op 7 juli 2026 heeft de griffier [verzoekster] per mail een laatste gelegenheid gegeven om binnen veertien dagen alsnog een ondertekend verzoekschrift bij de griffie in te dienen.
1.5.
[verzoekster] heeft na 31 mei 2026 niets meer van zich laten horen.
2De beoordeling
[verzoekster] wordt niet-ontvankelijk verklaard
2.1.
Een verzoekschrift moet op grond van de wet worden ondertekend (artikel 278 lid 2 Rv). Dat heeft [verzoekster] niet gedaan. Zij heeft ruim de tijd gekregen om dit gebrek te herstellen, maar van die gelegenheid heeft ze geen gebruik gemaakt. Daarom wordt ze niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat het verzoekschrift niet inhoudelijk wordt beoordeeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
33394
Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2311
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12252523 VZ VERZ 26-2676
datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] , [land] ,
verzoekster,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
[verweerster]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
verweerster,
die niet is opgeroepen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Op 31 mei 2026 heeft de rechtbank per mail een verzoekschrift, met bijlagen, van [verzoekster] ontvangen. Het gaat om een niet-ondertekend exemplaar.
1.2.
De griffier heeft [verzoekster] op 1 juni 2026 per mail laten weten dat het verzoekschrift ondertekend moet worden en ook op papier moet worden ingediend.
1.3.
Op 29 juni 2026 heeft de griffier een herinnering gestuurd.
1.4.
Op 7 juli 2026 heeft de griffier [verzoekster] per mail een laatste gelegenheid gegeven om binnen veertien dagen alsnog een ondertekend verzoekschrift bij de griffie in te dienen.
1.5.
[verzoekster] heeft na 31 mei 2026 niets meer van zich laten horen.
2De beoordeling
[verzoekster] wordt niet-ontvankelijk verklaard
2.1.
Een verzoekschrift moet op grond van de wet worden ondertekend (artikel 278 lid 2 Rv). Dat heeft [verzoekster] niet gedaan. Zij heeft ruim de tijd gekregen om dit gebrek te herstellen, maar van die gelegenheid heeft ze geen gebruik gemaakt. Daarom wordt ze niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat het verzoekschrift niet inhoudelijk wordt beoordeeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
33394
Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2311