Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:3166

2024-04-03 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10842525 CV EXPL 23-33102
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2024-04-03
Publicatiedatum
2024-04-11
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10842525 CV EXPL 23-33102
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJF 2024/242

Inhoudsindicatie

Particuliere verhuurder handelt in dit geval niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Richtlijn oneerlijke bedingen niet van toepassing.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.112 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 10842525 CV EXPL 23-33102



datum uitspraak: 3 april 2024




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van





[eiser]
,
woonplaats: [woonplaats 1],
eiser,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.,



tegen





[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats 2],
gedaagde,
die niet is verschenen,



De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 6 december 2023, met bijlagen;


de rolbeslissing van de kantonrechter van 17 januari 2024;


de akte van [eiser] van 14 februari 2024, met bijlagen.







2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?




2.1.

[gedaagde] huurt een woning van [eiser]. De huur is nu € 1.602,84 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. [eiser] eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.



Richtlijn oneerlijke bedingen





2.2.
De richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) beschermt consumenten tegen oneerlijke bepalingen in overeenkomsten en algemene voorwaarden die worden gebruikt door handelaren. Deze richtlijn is geïmplementeerd in afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechter beoordeelt ambtshalve of overeenkomsten of algemene voorwaarden van handelaren oneerlijke bepalingen bevatten.



2.3.

[eiser] heeft in zijn akte betoogd dat de richtlijn niet van toepassing is omdat hij bij de verhuur van de woning niet handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dit betoog slaagt. [eiser] verhuurt enkel de woning waarin hij eerst zelf heeft gewoond. Er is geen sprake van de aankoop van die woning met het doel die naast de eigen woning te gaan verhuren en evenmin is sprake van de verhuur van meerdere woningen. [eiser] werkt in loondienst en haalt daar zijn primaire inkomen uit. De verhuur van de woning is een incidentele, niet beroepsmatige, activiteit (zie ook Gerechtshof Den Haag 3 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1842). De omstandigheid dat [eiser] zich bij het sluiten van de huurovereenkomst heeft laten bijstaan door een professionele vastgoedbeheerder maakt dat niet anders (zie ook rechtbank Oost-Brabant 22 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:725).



2.4.
Het voorgaande betekent dat [eiser] en [gedaagde] beiden moeten worden aangemerkt als consument. Dat betekent dat de richtlijn niet van toepassing is. De kantonrechter toetst daarom niet ambtshalve of sprake is van een oneerlijk beding.




[gedaagde] moet de huurachterstand, incassokosten en wettelijke rente betalen en de huurovereenkomst wordt ontbonden





2.5.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen zoals hierna beslist. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.602,84 per maand betalen (artikel 7:225 BW). [eiser] heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van die maand. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.



Proceskosten





2.6.


[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 693,- aan griffierecht, € 204,- aan salaris voor de gemachtigde
(1 punt x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.129,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.




Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad





2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 11.223,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 10.087,61 vanaf 20 november 2023 tot de dag dat volledig is betaald;



3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser] te stellen;



3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf december 2023 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan [eiser] te betalen € 1.602,84 per maand met de verhoging die is toegestaan, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag per betalingsperiode, ingaande op de eerste dag van elke betrokken betalingsperiode over de dan telkens vervallen betalingstermijn;



3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.129,48;



3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
47636