Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2022:7401

2022-08-29 Strafrecht 10/660373-18 (ontneming)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2022-08-29
Publicatiedatum
2022-09-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10/660373-18 (ontneming)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg. De officier van justitie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.286 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team straf 1



Parketnummer: 10/660373-18 (ontneming)
Datum uitspraak: 29 augustus 2022
Tegenspraak




VONNIS




van de Rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen:





[naam veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres veroordeelde],
raadsvrouw mr. M.G.C. van Riet, advocaat te Amsterdam.





1. Onderzoek ter terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 augustus 2022.




2. Vonnis strafzaak


Bij vonnis van deze rechtbank van 29 augustus 2022 is [naam veroordeelde] vrijgesproken van diefstal met braak in vereniging.





3. Vordering


De vordering van de officier van justitie, mr. B.M. van Heemst, strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 52.349,60.





4. Ontvankelijkheid officier van justitie


4.1.

Standpunt verdediging



Ter zitting van 15 augustus 2022 heeft de verdediging in het verlengde van haar pleidooi tot vrijspraak in de hoofdzaak, bepleit dat de vordering van het Openbaar Ministerie dient te worden afgewezen.




4.2.

Standpunt officier van justitie



De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.




4.3.

Beoordeling



De Hoge Raad heeft geoordeeld dat uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, in verbinding met artikel 348 Sv, moet worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat (zie HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4258).



Nu de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, is er geen grondslag voor de vordering en dient de officier van justitie overeenkomstig artikel 511e juncto artikel 349, eerste lid, Sv niet-ontvankelijk te worden verklaard in de ontnemingsvordering.





5. Beslissing


De rechtbank:
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.



Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.A. Hut, voorzitter,
en mrs. M. Timmerman en G. Alagahgi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 augustus 2022.