Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4874
2026-07-28
Civiel recht
11828757 \ CV EXPL 25-1351
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:RBOVE:2026:4874 → ECLI:NL:RBOVE:2026:1128
Inhoudsindicatie
Overeenkomst voor het verrichten van juridische werkzaamheden, consumentenrecht, ambtshalve toetsing, (pre)contractuele informatieverplichtingen, kostenbeding, oneerlijk incassobeding.
Citeert (8)
- ECLI:NL:HR:2021:1677 Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:NL:HR:2025:1856 Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:748 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2025
- ECLI:NL:HR:2025:1856 Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:EU:C:2015:14
- ECLI:EU:C:2020:536
- ECLI:EU:C:2024:443
- ECLI:NL:HR:2021:1725 Hoge Raad 19-11-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.291 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11828757 \ CV EXPL 25-1351
Vonnis van 28 juli 2026
in de zaak van
DRECHTSTEDEN ADVOCATEN B.V.,
te Sliedrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Drechtsteden Advocaten,
gemachtigde: mr. M.G.G. de Bruin,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1
De kantonrechter heeft Drechtsteden Advocaten in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag op welke wijze de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen en of zij heeft voldaan aan de op haar rustende essentiële (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter heeft Drechtsteden Advocaten daarnaast in de gelegenheid gesteld om zich met stukken onderbouwd uit te laten over de vraag of zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
Drechtsteden Advocaten heeft zich bij akte hierover uitgelaten.
1.2
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een overeenkomst die binnen de verkoopruimte tot stand is gekomen en dat Drechtsteden Advocaten heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter oordeelt verder dat Drechtsteden Advocaten voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien. De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom vermeerderd met de rente toe. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af, vanwege een oneerlijk incassokostenbeding.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 februari 2026 van de kantonrechter van deze rechtbank; - de akte met producties 14 – 22 van Drechtsteden Advocaten van 10 maart 2026.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De verdere beoordeling
3.1
De kantonrechter heeft Drechtsteden Advocaten bij tussenvonnis van 24 februari 2026 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten (i) op welke wijze de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, (ii) dat Drechtsteden Advocaten heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten, (iii) of de (verdere) werkzaamheden op basis van een prijsafspraak of een uurtarief zijn voortgezet en, tot slot, (iv) om stukken te overleggen waaruit volgt dat het te verwachten verdere verloop van de zaak met [gedaagde] is besproken en [gedaagde] dus in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
3.2
Drechtsteden Advocaten heeft hiertoe een akte met producties overgelegd.
3.3
De kantonrechter beoordeeld deze punten hierna achtereenvolgend.
Ad. i en ii: de informatieplichten
3.4
Drechtsteden Advocaten stelt zich op het standpunt dat het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 in dit geval niet van toepassing is. Drechtsteden Advocaten voert in dit kader aan dat het arrest betrekking heeft op overeenkomst met consumenten die ‘op afstand’ of ‘buiten de verkoopruimte’ zijn gesloten. Daar is in dit geval volgens Drechtsteden Advocaten geen sprake van: de bespreking tussen de behandelend advocaat en [gedaagde] heeft fysiek plaatsgevonden en tijdens die bespreking heeft [gedaagde] aan Drechtsteden Advocaten opdracht gegeven om zijn belangen te behartigen. De schriftelijke bevestiging van die opdrachtverlening is in de e-mail van 19 oktober 2023 vastgelegd. Verder voert Drechtsteden Advocaten aan dat [gedaagde] tijdens de bespreking op 19 oktober 2023 in de gelegenheid was te reageren op het aanbod van Drechtsteden Advocaten om al dan niet met de voorwaarden in te stemmen. Zowel de aard als de duur van de aangeboden dienstverlening zijn persoonlijk met [gedaagde] besproken, net als de voorwaarden waaronder de dienstverlening zou plaatsvinden tussen [gedaagde] en de behandelend advocaat, waardoor de situatie als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2025 van toepassing is, aldus Drechtsteden Advocaten.
3.5
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 overeenkomsten op afstand of overeenkomsten buiten de verkoopruimte betrof, betekent dit naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de essentiële informatieplichten uit artikel 6:230l BW voor overeenkomsten binnen de verkoopruimte, niet ambtshalve getoetst (en een eventuele schending niet ambtshalve gesanctioneerd) moeten worden. Voor zover Drechtsteden Advocaten heeft bedoeld dat een andersluidend oordeel uit het door haar aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 5 december 2025 volgt, gaat de kantonrechter aan deze stelling voorbij. Toetsing aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW kan immers blijkens dit arrest ook impliciet blijven.
3.6
In zaken waarin de handelaar of dienstverlener een overeenkomst heeft gesloten met een consument, dient de rechter allereerst te beoordelen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen alvorens te kunnen beoordelen welke informatieplichten van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst en of de handelaar of dienstverlener aan de van toepassing zijnde informatieplichten heeft voldaan. [gedaagde] heeft de toelichting door Drechtsteden Advocaten niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De kantonrechter stelt op basis van deze toelichting en de daartoe overgelegde stukken vast dat de overeenkomst tussen partijen binnen de verkoopruimte tot stand is gekomen. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet onderzoeken of Drechtsteden Advocaten aan de informatieplichten uit artikel 6:230l BW heeft voldaan. De kantonrechter oordeelt dat uit de door Drechtsteden Advocaten gegeven toelichting en daartoe overgelegde stukken is gebleken dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan.
Ad. iii en iv: het kostenbeding
3.7
Drechtsteden Advocaten voert bij akte aan dat de werkzaamheden op basis van een uurtarief van € 195,00 exclusief btw en kantoorkosten zijn voortgezet. Zij heeft ter onderbouwing van haar stelling e-mailcorrespondentie overgelegd. Daarnaast hebben er volgens Drechtsteden Advocaten meerdere overleggen plaatsgevonden tussen [gedaagde] en de behandelend advocaat over de stand van zaken en de nog te verwachten tijdsbesteding. [gedaagde] is volgens Drechtsteden Advocaten akkoord gegaan met het voortzetten van de werkzaamheden. Voor [gedaagde] was dan ook voldoende duidelijk wat hem te wachten stond, hoe het proces zou (kunnen) lopen en welke kosten daarmee gemoeid (konden) zijn, aldus Drechtsteden Advocaten.
3.8
De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] heeft de door Drechtsteden Advocaten gegeven en met stukken onderbouwde toelichting niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De kantonrechter oordeelt dat Drechtsteden Advocaten voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien. Uit de door Drechtsteden Advocaten overgelegde stukken volgt dat de werkzaamheden op basis van het eerder overeengekomen uurtarief (€ 195,00 exclusief btw en kantoorkosten) zijn voortgezet. Niet gesteld of gebleken is dat deze kosten concreet waren toegesneden op de te verrichten dienstverlening, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat partijen niet afzonderlijk hebben onderhandeld over het kostenbeding. Verder is gebleken dat [gedaagde] door middel van tussentijdse facturen en overleggen over de reeds verrichte werkzaamheden in staat is gesteld bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Dit vindt naar het oordeel van de kantonrechter ook steun in de e-mail van 14 december 2023 van [gedaagde] aan Drechtsteden Advocaten, waarin [gedaagde] akkoord geeft voor voortzetting van de werkzaamheden (onder de voorwaarde om in termijnen te betalen).
3.9
De kantonrechter concludeert dat het kostenbeding voldoende transparant is en zij zal het kostenbeding daarom niet ambtshalve toetsen op (on)eerlijkheid in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
De conclusie
3.10
Het voorgaande betekent dat de hoofdsom van € 15.145,64, die voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal worden toegewezen. De kantonrechter zal de gevorderde contractuele rente, zijnde de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, (artikel 6 lid 6 van de Algemene Voorwaarden) eveneens toewijzen vanaf de vervaldata van de in de dagvaarding genoemde facturen tot aan de dag van volledige betaling.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met de wettelijke rente wijst de kantonrechter af (overweging 4.7. van het tussenvonnis van 24 februari 2026).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.11
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Drechtsteden Advocaten worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
432,00
(1 punt × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.157,78
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Drechtsteden Advocaten te betalen een bedrag van € 15.145,64, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.157,78, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856.
Concl. P-G. M.H. Wissink 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:748, par. 2.17. onder verwijzing naar de aldaar aangehaalde literatuur en jurisprudentie.
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856, rov. 3.6.
Vgl. HvJ EU 15 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:14, punt 31; HvJ EU 9 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:536, punten 35 – 38; HvJ EU 30 mei 2024, ECLI:EU:C:2024:443, punt 45; HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1725, rov. 3.4.2.
Artikel 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11828757 \ CV EXPL 25-1351
Vonnis van 28 juli 2026
in de zaak van
DRECHTSTEDEN ADVOCATEN B.V.,
te Sliedrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Drechtsteden Advocaten,
gemachtigde: mr. M.G.G. de Bruin,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1
De kantonrechter heeft Drechtsteden Advocaten in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag op welke wijze de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen en of zij heeft voldaan aan de op haar rustende essentiële (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter heeft Drechtsteden Advocaten daarnaast in de gelegenheid gesteld om zich met stukken onderbouwd uit te laten over de vraag of zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
Drechtsteden Advocaten heeft zich bij akte hierover uitgelaten.
1.2
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een overeenkomst die binnen de verkoopruimte tot stand is gekomen en dat Drechtsteden Advocaten heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter oordeelt verder dat Drechtsteden Advocaten voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien. De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom vermeerderd met de rente toe. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af, vanwege een oneerlijk incassokostenbeding.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 februari 2026 van de kantonrechter van deze rechtbank; - de akte met producties 14 – 22 van Drechtsteden Advocaten van 10 maart 2026.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De verdere beoordeling
3.1
De kantonrechter heeft Drechtsteden Advocaten bij tussenvonnis van 24 februari 2026 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten (i) op welke wijze de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, (ii) dat Drechtsteden Advocaten heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten, (iii) of de (verdere) werkzaamheden op basis van een prijsafspraak of een uurtarief zijn voortgezet en, tot slot, (iv) om stukken te overleggen waaruit volgt dat het te verwachten verdere verloop van de zaak met [gedaagde] is besproken en [gedaagde] dus in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
3.2
Drechtsteden Advocaten heeft hiertoe een akte met producties overgelegd.
3.3
De kantonrechter beoordeeld deze punten hierna achtereenvolgend.
Ad. i en ii: de informatieplichten
3.4
Drechtsteden Advocaten stelt zich op het standpunt dat het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 in dit geval niet van toepassing is. Drechtsteden Advocaten voert in dit kader aan dat het arrest betrekking heeft op overeenkomst met consumenten die ‘op afstand’ of ‘buiten de verkoopruimte’ zijn gesloten. Daar is in dit geval volgens Drechtsteden Advocaten geen sprake van: de bespreking tussen de behandelend advocaat en [gedaagde] heeft fysiek plaatsgevonden en tijdens die bespreking heeft [gedaagde] aan Drechtsteden Advocaten opdracht gegeven om zijn belangen te behartigen. De schriftelijke bevestiging van die opdrachtverlening is in de e-mail van 19 oktober 2023 vastgelegd. Verder voert Drechtsteden Advocaten aan dat [gedaagde] tijdens de bespreking op 19 oktober 2023 in de gelegenheid was te reageren op het aanbod van Drechtsteden Advocaten om al dan niet met de voorwaarden in te stemmen. Zowel de aard als de duur van de aangeboden dienstverlening zijn persoonlijk met [gedaagde] besproken, net als de voorwaarden waaronder de dienstverlening zou plaatsvinden tussen [gedaagde] en de behandelend advocaat, waardoor de situatie als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2025 van toepassing is, aldus Drechtsteden Advocaten.
3.5
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 overeenkomsten op afstand of overeenkomsten buiten de verkoopruimte betrof, betekent dit naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de essentiële informatieplichten uit artikel 6:230l BW voor overeenkomsten binnen de verkoopruimte, niet ambtshalve getoetst (en een eventuele schending niet ambtshalve gesanctioneerd) moeten worden. Voor zover Drechtsteden Advocaten heeft bedoeld dat een andersluidend oordeel uit het door haar aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 5 december 2025 volgt, gaat de kantonrechter aan deze stelling voorbij. Toetsing aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW kan immers blijkens dit arrest ook impliciet blijven.
3.6
In zaken waarin de handelaar of dienstverlener een overeenkomst heeft gesloten met een consument, dient de rechter allereerst te beoordelen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen alvorens te kunnen beoordelen welke informatieplichten van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst en of de handelaar of dienstverlener aan de van toepassing zijnde informatieplichten heeft voldaan. [gedaagde] heeft de toelichting door Drechtsteden Advocaten niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De kantonrechter stelt op basis van deze toelichting en de daartoe overgelegde stukken vast dat de overeenkomst tussen partijen binnen de verkoopruimte tot stand is gekomen. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet onderzoeken of Drechtsteden Advocaten aan de informatieplichten uit artikel 6:230l BW heeft voldaan. De kantonrechter oordeelt dat uit de door Drechtsteden Advocaten gegeven toelichting en daartoe overgelegde stukken is gebleken dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan.
Ad. iii en iv: het kostenbeding
3.7
Drechtsteden Advocaten voert bij akte aan dat de werkzaamheden op basis van een uurtarief van € 195,00 exclusief btw en kantoorkosten zijn voortgezet. Zij heeft ter onderbouwing van haar stelling e-mailcorrespondentie overgelegd. Daarnaast hebben er volgens Drechtsteden Advocaten meerdere overleggen plaatsgevonden tussen [gedaagde] en de behandelend advocaat over de stand van zaken en de nog te verwachten tijdsbesteding. [gedaagde] is volgens Drechtsteden Advocaten akkoord gegaan met het voortzetten van de werkzaamheden. Voor [gedaagde] was dan ook voldoende duidelijk wat hem te wachten stond, hoe het proces zou (kunnen) lopen en welke kosten daarmee gemoeid (konden) zijn, aldus Drechtsteden Advocaten.
3.8
De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] heeft de door Drechtsteden Advocaten gegeven en met stukken onderbouwde toelichting niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De kantonrechter oordeelt dat Drechtsteden Advocaten voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien. Uit de door Drechtsteden Advocaten overgelegde stukken volgt dat de werkzaamheden op basis van het eerder overeengekomen uurtarief (€ 195,00 exclusief btw en kantoorkosten) zijn voortgezet. Niet gesteld of gebleken is dat deze kosten concreet waren toegesneden op de te verrichten dienstverlening, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat partijen niet afzonderlijk hebben onderhandeld over het kostenbeding. Verder is gebleken dat [gedaagde] door middel van tussentijdse facturen en overleggen over de reeds verrichte werkzaamheden in staat is gesteld bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Dit vindt naar het oordeel van de kantonrechter ook steun in de e-mail van 14 december 2023 van [gedaagde] aan Drechtsteden Advocaten, waarin [gedaagde] akkoord geeft voor voortzetting van de werkzaamheden (onder de voorwaarde om in termijnen te betalen).
3.9
De kantonrechter concludeert dat het kostenbeding voldoende transparant is en zij zal het kostenbeding daarom niet ambtshalve toetsen op (on)eerlijkheid in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
De conclusie
3.10
Het voorgaande betekent dat de hoofdsom van € 15.145,64, die voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal worden toegewezen. De kantonrechter zal de gevorderde contractuele rente, zijnde de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, (artikel 6 lid 6 van de Algemene Voorwaarden) eveneens toewijzen vanaf de vervaldata van de in de dagvaarding genoemde facturen tot aan de dag van volledige betaling.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met de wettelijke rente wijst de kantonrechter af (overweging 4.7. van het tussenvonnis van 24 februari 2026).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.11
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Drechtsteden Advocaten worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
432,00
(1 punt × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.157,78
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Drechtsteden Advocaten te betalen een bedrag van € 15.145,64, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.157,78, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856.
Concl. P-G. M.H. Wissink 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:748, par. 2.17. onder verwijzing naar de aldaar aangehaalde literatuur en jurisprudentie.
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856, rov. 3.6.
Vgl. HvJ EU 15 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:14, punt 31; HvJ EU 9 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:536, punten 35 – 38; HvJ EU 30 mei 2024, ECLI:EU:C:2024:443, punt 45; HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1725, rov. 3.4.2.
Artikel 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.