Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2019:4333

2019-05-10 Bestuursrecht; Omgevingsrecht AWB - 17 _ 5121
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2019-05-10
Publicatiedatum
2019-05-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5121
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

weigering omgevingsvergunning voor 14 startersappartementen en 10 seniorenwoningen

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.443 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND


Zittingsplaats Haarlem



Bestuursrecht



zaaknummers: HAA 17/5121 en HAA 18/133


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 mei 2019 in de zaken tussen


1. de besloten vennootschap Linus Duurzaam B.V.te Zaandam,

2. [eisers]te [woonplaats] ,
eisers,


en


het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad, verweerder
(gemachtigden: mr. F.P. Brouwer, F. Oussouma-Ait Moha, M. Mooij, ing. R.J. Reukema en A. Laarhoven).




Procesverloop


Bij besluit van 29 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder een beslissing genomen op de aanvraag van SAAP Gebiedsontwikkeling (SAAP) om omgevingsvergunning voor het realiseren van 14 startersappartementen en 10 seniorenwoningen met een lift alsmede het verplaatsen van een bestaande inrit op de locatie [adres] (het project). Verweerder heeft omgevingsvergunning verleend voor de activiteit het maken van een uitweg en geweigerd omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.



Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2019. De zaken zijn gelijktijdig behandeld met de zaken geregistreerd onder de nummers HAA 18/2309, HAA 18/5104, HAA 18/5094 en HAA 18/5101. Eiseres sub 1 is vertegenwoordigd door eisers sub 2. Eisers sub 2 zijn verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.




Overwegingen


1. De rechtbank is – anders dan verweerder – van oordeel dat diens brief van 22 juni 2018 waarbij hij aan het bestreden besluit een aanvullende passage met informatie van feitelijke aard heeft toegevoegd, niet is aan te merken als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met de brief wordt immers geen nieuw rechtsgevolg teweeggebracht. Omdat de brief geen besluit is, is artikel 6:19, eerste lid, van de Awb daarop niet van toepassing. De beroepen hebben dan ook niet mede betrekking op de brief van 22 juni 2018, maar alleen op het bestreden besluit.


2.1
De rechtbank is gehouden de ontvankelijkheid van de beroepen ambtshalve te beoordelen.


2.2.1
Voor een inhoudelijke behandeling van de beroepen is vereist dat eisers daarbij belang hebben. Hiervoor geldt dat het doel dat hun voor ogen staat met de beroepen moet kunnen worden bereikt en voor hen feitelijk van betekenis moet zijn.



2.2.2
Eisers hebben zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het in de voorliggende zaken gaat om een afwijzing van een verzoek om een bestemmingswijziging. Volgens eisers heeft SAAP met haar aanvraag in 2016 verzocht de bestemming “Gemengd”, die op basis van het bestemmingsplan “Poelenburg” ter plaatse geldt, te wijzigen in de bestemming “Wonen”. Eisers beogen met hun beroepen te bereiken dat die bestemmingswijziging wordt bewerkstelligd.



2.2.3

De rechtbank stelt vast dat SAAP in 2016 bij verweerder een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit gebruiken in strijd met de bestemming “Gemengd” van het bestemmingsplan “Poelenburg” heeft ingediend voor het project. Verweerder heeft afwijzend op die aanvraag beslist. Het gaat in deze zaken, anders dan eisers hebben verondersteld, dus niet om een afwijzing van een aanvraag om een wijziging van de bestemming “Gemengd” naar “Wonen”. Voor een bestemmingswijziging zou overigens een aparte procedure moeten worden doorlopen. Eisers kunnen met hun beroepen dan ook niet bereiken dat de ter plaatse geldende bestemming “Gemengd” wordt gewijzigd naar “Wonen”.
Verder hebben eisers ter zitting desgevraagd verklaard dat het project waarvoor verweerder bij het bestreden besluit heeft geweigerd omgevingsvergunning te verlenen, niet meer zal worden gerealiseerd. Gelet op deze omstandigheden hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank geen belang (meer) bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroepen. Hun beroepen zijn reeds daarom niet-ontvankelijk.




2.3.1
Het beroep van eiseres sub 1 is naar het oordeel van de rechtbank ook niet-ontvankelijk omdat zij niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bij het bestreden besluit is aan te merken. Zij kan daarom, gelet op artikel 8:1 van de Awb, geen beroep instellen tegen het bestreden besluit. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.



2.3.2
Volgens rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak van 2 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:10) is bij een besluit dat strekt tot weigering van een vergunning voor met het bestemmingsplan strijdig gebruik, in beginsel slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken.



2.3.3
SAAP is op het aanvraagformulier van 29 april 2016 als aanvrager vermeld en eiseres sub 1 als gemachtigde. Uit het uittreksel handelsregister Kamer van Koophandel van SAAP blijkt niet dat eiseres sub 1 bestuurder/enig aandeelhouder is van SAAP. Het belang van eiseres sub 1 is dan ook niet verweven met en loopt niet parallel aan het belang van aanvrager SAAP.


3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.






Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2019.










de griffier rechter




Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.