Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6664
2026-09-09
Civiel recht
11946879 UC EXPL 25-8479
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
consumentenrecht. ambtshalve toetsing in verstek. gevorderde schadevergoeding vanwege niet geretourneerd uitgeleend boek. verzuim? omvang schade? tussenvonnis
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.213 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11946879 UC EXPL 25-8479 CD/942
Verstekvonnis van 9 september 2026
in de zaak van
de publiekrechtelijk rechtspersoon Universiteit Utrecht, Centrale Studentenadministratie,
gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen: Universiteitsbibliotheek,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
De Universiteitsbibliotheek heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] .
1.2.
Die heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en ook niet gevraagd om op een later moment alsnog te mogen reageren. Daarom is verstek verleend tegen [gedaagde] .
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.
2De kern van de zaak
2.1.
De Universiteitsbibliotheek heeft een boek uitgeleend aan [gedaagde] . Die heeft dat boek niet teruggegeven. Daarom vordert de Universiteitsbibliotheek een schadevergoeding. De kantonrechter heeft meer informatie nodig om te kunnen beoordelen of, en zo ja, in hoeverre, die vordering toewijsbaar is.
3De beoordeling door de kantonrechter
Mogelijk consumentenbeschermende bepalingen van toepassing
3.1.
De kantonrechter begrijpt dat de Universiteitsbibliotheek en [gedaagde] een bruikleenovereenkomst met elkaar hebben gesloten. Omdat de Universiteitsbibliotheek heeft gehandeld in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en [gedaagde] niet (de kantonrechter heeft in ieder geval geen aanwijzingen voor het tegendeel), is die bruikleenovereenkomst een consumentenovereenkomst.
3.2.
Op de meeste consumentenovereenkomsten zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige beschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook zonder dat de consument daarom vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Daarbij moet vooral worden gedacht aan bepalingen over informatie die aan consumenten moet worden verstrekt en aan bepalingen over algemene voorwaarden. Als dergelijke bepalingen niet zijn nageleefd, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Vaak zal (een deel van) de vordering moeten worden afgewezen.
3.3.
Anders dan op de meeste consumentenovereenkomsten zijn op een bruikleenovereenkomst geen informatieplichten van toepassing. Mogelijk zijn wel algemene voorwaarden van toepassing. Als dat het geval blijkt te zijn, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of die misschien vernietigbaar zijn. Daar zal verderop in dit vonnis nog meer aandacht aan worden besteed.
Pas recht op schadevergoeding als [gedaagde] in verzuim is
3.4.
De kantonrechter begrijpt uit de dagvaarding dat de Universiteitsbibliotheek een schadevergoeding vordert, omdat partijen met elkaar hebben afgesproken dat [gedaagde] het boek tijdelijk zou lenen en daarna terug zou geven. Dat laatste is blijkbaar niet gebeurd.
3.5.
In de wet staat dat iemand die een afspraak met een ander niet nakomt, aan die ander de schade moet vergoeden die daardoor ontstaat. Maar hij hoeft niet al vóór het afgesproken moment na te komen. En ná het afgesproken moment moet hem vrijwel altijd eerst nog een kans worden gegund om de afspraak alsnog na te komen. Pas als hij in gebreke is gesteld, dat wil zeggen schriftelijk is aangemaand om de afspraak binnen een redelijke termijn alsnog na te komen, en hij die termijn voorbij heeft laten gaan zonder de afspraak alsnog na te komen, is hij in verzuim. Alleen in uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld als hij al aan de ander heeft laten weten dat hij hoe dan ook niet zal nakomen, ontstaat het verzuim ook zonder ingebrekestelling. Als hij in verzuim is, kan de ander ervoor kiezen om geen aanspraak meer te maken op nakoming, maar in plaats daarvan op een vervangende schadevergoeding.
3.6.
De Universiteitsbibliotheek heeft [gedaagde] aangemaand om vervangingskosten te betalen. Daaruit kan worden afgeleid dat de Universiteitsbibliotheek (aan [gedaagde] heeft laten weten dat zij) het boek niet meer terug hoeft, maar dat zij in plaats daarvan een vervangende schadevergoeding wenst. Maar zij heeft daar pas recht op als [gedaagde] in verzuim is met het teruggeven van het boek. Dat moet daarom eerst worden vastgesteld.
3.7.
Uit de dagvaarding blijkt niet dat [gedaagde] in verzuim is. De kantonrechter zal de Universiteitsbibliotheek de gelegenheid geven om in een akte alsnog voldoende feiten en omstandigheden te stellen, en voor zover mogelijk te onderbouwen, waaruit moet worden geconcludeerd dat dit wel het geval is: zij zal daarvoor in ieder geval moeten uitleggen dat en wanneer de afgesproken leentermijn is verstreken en ook dat en hoe zij [gedaagde] vervolgens in gebreke heeft gesteld, of waarom een ingebrekestelling volgens haar in dit geval achterwege kon blijven.
Omvang van de schade
3.8.
Als blijkt dat [gedaagde] in verzuim is met het teruggeven, moet vervolgens nog worden beoordeeld hoe groot de schade van de Universiteitsbibliotheek is. De Universiteitsbibliotheek vordert € 150,00, maar zij legt niet uit hoe zij tot dit bedrag is gekomen. De kantonrechter heeft wel gezien dat de Universiteitsbibliotheek [gedaagde] heeft aangemaand om € 150,00 vervangingskosten te betalen, maar uit de dagvaarding blijkt niet dat het inderdaad € 150,00 kost om het boek te vervangen.
3.9.
Schadevergoeding is bedoeld om het (financieel) nadeel te compenseren, dat iemand lijdt door toedoen van een ander. Het is niet de bedoeling dat hij na de ontvangst van schadevergoeding beter af is dan in de situatie zonder dat hij schade zou hebben geleden. De Universiteitsbibliotheek zal daarom moeten uitleggen hoe groot het nadeel voor haar is, vergeleken met de (denkbeeldige) situatie waarin [gedaagde] het boek wel op tijd zou hebben teruggeven.
3.10.
Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat de Universiteitsbibliotheek in een andere procedure over een geleend boek, met een andere titel, óók een schadevergoeding van € 150,00 vordert. Misschien is dat toeval, maar de kantonrechter kan zich ook voorstellen dat in beide gevallen hetzelfde bedrag wordt gevorderd, omdat dat bedrag in algemene voorwaarden is opgenomen als een gefixeerde schadevergoeding. Dat kan, als het gefixeerde bedrag in een redelijke verhouding staat tot de (te verwachten) schade.
3.11.
De kantonrechter zal de Universiteitsbibliotheek de gelegenheid geven om in de akte óók de omvang van haar vordering toe te lichten, door alsnog voldoende feiten en omstandigheden te stellen, en voor zover mogelijk te onderbouwen, waaruit moet worden geconcludeerd dat en waarom zij inderdaad recht heeft op een schadevergoeding van € 150,00. Als dat bedrag inderdaad op voorhand in algemene voorwaarden is vastgesteld, moet de Universiteitsbibliotheek ook uitleggen dat en hoe zij met [gedaagde] heeft afgesproken dat die algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn op de bruikleenovereenkomst. Zij moet de algemene voorwaarden ook aan de akte hechten, om de kantonrechter in staat te stellen om de inhoud ervan te beoordelen.
3.12.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 7 oktober 2026, om 9.30 uur, waar de Universiteitsbibliotheek de in 3.7. en 3.11. van dit vonnis bedoelde toelichtingen schriftelijk, door middel van een akte, kan indienen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.
Artikel 7A:1777 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 6:230h lid 1 BW.
Artikel 6:231 en verder BW.
Artikel 6:233 BW.
Artikel 6:74 BW.
Artikel 6:38 BW, artikel 6:39 BW en artikel 7A:1787 BW.
Artikel 6:74 lid 2 BW in samenhang met artikel 6:81 en verder BW.
Artikel 6:82 BW.
Artikel 6:83 BW.
Artikel 6:87 BW.
Artikel 6:95 en verder BW.
Artikel 6:233 BW.
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11946879 UC EXPL 25-8479 CD/942
Verstekvonnis van 9 september 2026
in de zaak van
de publiekrechtelijk rechtspersoon Universiteit Utrecht, Centrale Studentenadministratie,
gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen: Universiteitsbibliotheek,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
De Universiteitsbibliotheek heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] .
1.2.
Die heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en ook niet gevraagd om op een later moment alsnog te mogen reageren. Daarom is verstek verleend tegen [gedaagde] .
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.
2De kern van de zaak
2.1.
De Universiteitsbibliotheek heeft een boek uitgeleend aan [gedaagde] . Die heeft dat boek niet teruggegeven. Daarom vordert de Universiteitsbibliotheek een schadevergoeding. De kantonrechter heeft meer informatie nodig om te kunnen beoordelen of, en zo ja, in hoeverre, die vordering toewijsbaar is.
3De beoordeling door de kantonrechter
Mogelijk consumentenbeschermende bepalingen van toepassing
3.1.
De kantonrechter begrijpt dat de Universiteitsbibliotheek en [gedaagde] een bruikleenovereenkomst met elkaar hebben gesloten. Omdat de Universiteitsbibliotheek heeft gehandeld in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en [gedaagde] niet (de kantonrechter heeft in ieder geval geen aanwijzingen voor het tegendeel), is die bruikleenovereenkomst een consumentenovereenkomst.
3.2.
Op de meeste consumentenovereenkomsten zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige beschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook zonder dat de consument daarom vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Daarbij moet vooral worden gedacht aan bepalingen over informatie die aan consumenten moet worden verstrekt en aan bepalingen over algemene voorwaarden. Als dergelijke bepalingen niet zijn nageleefd, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Vaak zal (een deel van) de vordering moeten worden afgewezen.
3.3.
Anders dan op de meeste consumentenovereenkomsten zijn op een bruikleenovereenkomst geen informatieplichten van toepassing. Mogelijk zijn wel algemene voorwaarden van toepassing. Als dat het geval blijkt te zijn, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of die misschien vernietigbaar zijn. Daar zal verderop in dit vonnis nog meer aandacht aan worden besteed.
Pas recht op schadevergoeding als [gedaagde] in verzuim is
3.4.
De kantonrechter begrijpt uit de dagvaarding dat de Universiteitsbibliotheek een schadevergoeding vordert, omdat partijen met elkaar hebben afgesproken dat [gedaagde] het boek tijdelijk zou lenen en daarna terug zou geven. Dat laatste is blijkbaar niet gebeurd.
3.5.
In de wet staat dat iemand die een afspraak met een ander niet nakomt, aan die ander de schade moet vergoeden die daardoor ontstaat. Maar hij hoeft niet al vóór het afgesproken moment na te komen. En ná het afgesproken moment moet hem vrijwel altijd eerst nog een kans worden gegund om de afspraak alsnog na te komen. Pas als hij in gebreke is gesteld, dat wil zeggen schriftelijk is aangemaand om de afspraak binnen een redelijke termijn alsnog na te komen, en hij die termijn voorbij heeft laten gaan zonder de afspraak alsnog na te komen, is hij in verzuim. Alleen in uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld als hij al aan de ander heeft laten weten dat hij hoe dan ook niet zal nakomen, ontstaat het verzuim ook zonder ingebrekestelling. Als hij in verzuim is, kan de ander ervoor kiezen om geen aanspraak meer te maken op nakoming, maar in plaats daarvan op een vervangende schadevergoeding.
3.6.
De Universiteitsbibliotheek heeft [gedaagde] aangemaand om vervangingskosten te betalen. Daaruit kan worden afgeleid dat de Universiteitsbibliotheek (aan [gedaagde] heeft laten weten dat zij) het boek niet meer terug hoeft, maar dat zij in plaats daarvan een vervangende schadevergoeding wenst. Maar zij heeft daar pas recht op als [gedaagde] in verzuim is met het teruggeven van het boek. Dat moet daarom eerst worden vastgesteld.
3.7.
Uit de dagvaarding blijkt niet dat [gedaagde] in verzuim is. De kantonrechter zal de Universiteitsbibliotheek de gelegenheid geven om in een akte alsnog voldoende feiten en omstandigheden te stellen, en voor zover mogelijk te onderbouwen, waaruit moet worden geconcludeerd dat dit wel het geval is: zij zal daarvoor in ieder geval moeten uitleggen dat en wanneer de afgesproken leentermijn is verstreken en ook dat en hoe zij [gedaagde] vervolgens in gebreke heeft gesteld, of waarom een ingebrekestelling volgens haar in dit geval achterwege kon blijven.
Omvang van de schade
3.8.
Als blijkt dat [gedaagde] in verzuim is met het teruggeven, moet vervolgens nog worden beoordeeld hoe groot de schade van de Universiteitsbibliotheek is. De Universiteitsbibliotheek vordert € 150,00, maar zij legt niet uit hoe zij tot dit bedrag is gekomen. De kantonrechter heeft wel gezien dat de Universiteitsbibliotheek [gedaagde] heeft aangemaand om € 150,00 vervangingskosten te betalen, maar uit de dagvaarding blijkt niet dat het inderdaad € 150,00 kost om het boek te vervangen.
3.9.
Schadevergoeding is bedoeld om het (financieel) nadeel te compenseren, dat iemand lijdt door toedoen van een ander. Het is niet de bedoeling dat hij na de ontvangst van schadevergoeding beter af is dan in de situatie zonder dat hij schade zou hebben geleden. De Universiteitsbibliotheek zal daarom moeten uitleggen hoe groot het nadeel voor haar is, vergeleken met de (denkbeeldige) situatie waarin [gedaagde] het boek wel op tijd zou hebben teruggeven.
3.10.
Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat de Universiteitsbibliotheek in een andere procedure over een geleend boek, met een andere titel, óók een schadevergoeding van € 150,00 vordert. Misschien is dat toeval, maar de kantonrechter kan zich ook voorstellen dat in beide gevallen hetzelfde bedrag wordt gevorderd, omdat dat bedrag in algemene voorwaarden is opgenomen als een gefixeerde schadevergoeding. Dat kan, als het gefixeerde bedrag in een redelijke verhouding staat tot de (te verwachten) schade.
3.11.
De kantonrechter zal de Universiteitsbibliotheek de gelegenheid geven om in de akte óók de omvang van haar vordering toe te lichten, door alsnog voldoende feiten en omstandigheden te stellen, en voor zover mogelijk te onderbouwen, waaruit moet worden geconcludeerd dat en waarom zij inderdaad recht heeft op een schadevergoeding van € 150,00. Als dat bedrag inderdaad op voorhand in algemene voorwaarden is vastgesteld, moet de Universiteitsbibliotheek ook uitleggen dat en hoe zij met [gedaagde] heeft afgesproken dat die algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn op de bruikleenovereenkomst. Zij moet de algemene voorwaarden ook aan de akte hechten, om de kantonrechter in staat te stellen om de inhoud ervan te beoordelen.
3.12.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 7 oktober 2026, om 9.30 uur, waar de Universiteitsbibliotheek de in 3.7. en 3.11. van dit vonnis bedoelde toelichtingen schriftelijk, door middel van een akte, kan indienen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.
Artikel 7A:1777 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 6:230h lid 1 BW.
Artikel 6:231 en verder BW.
Artikel 6:233 BW.
Artikel 6:74 BW.
Artikel 6:38 BW, artikel 6:39 BW en artikel 7A:1787 BW.
Artikel 6:74 lid 2 BW in samenhang met artikel 6:81 en verder BW.
Artikel 6:82 BW.
Artikel 6:83 BW.
Artikel 6:87 BW.
Artikel 6:95 en verder BW.
Artikel 6:233 BW.