Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6617

2026-09-16 Civiel recht C/16/594448 / HL ZA 25-146
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-27
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/16/594448 / HL ZA 25-146
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Eindvonnis. Legalisatie overbouw moet geschieden door overdracht grond. Rechtbank stelt grondprijs vast. Schadeloosstelling in natura afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.344 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland


Civiel recht



Zittingsplaats Lelystad



Zaaknummer: C/16/594448 / HL ZA 25-146




Vonnis van 16 september 2026




in de zaak van





[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. D. Roesink,



tegen





1 [gedaagde sub 1] ,

te [plaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
advocaat: mr. R.J.F.J. Dekker.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 juni 2026,- de akte van [eiseres] ,- de akte van [gedaagde sub 1] , met productie 28.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De kern van de zaak


2.1.

[eiseres] en [gedaagde sub 1] zijn buren aan de [straat] in [plaats] . In 2023 is gebleken dat [gedaagde sub 1] een strook grond gebruikt dat hoort bij het perceel van [eiseres] . Het gaat om een strook grond van ongeveer 33 meter lang en 33,93 centimeter breed (hierna: “de Grond”):








2.2.
Bovenstaande afbeelding maakt de Grond (geel gearceerd) inzichtelijk. [gedaagde sub 1] is eigenaar van de woning aan de linkerzijde (nummer [nummeraanduiding 1] ) en [eiseres] is eigenaresse van de woning aan de rechterzijde (nummer [nummeraanduiding 2] ).



2.3.
In het tussenvonnis van 10 juni 2026 heeft de rechtbank geoordeeld dat de door [gedaagde sub 1] op de Grond geplaatste bouwwerken gelegaliseerd zullen worden in de zin van artikel 5:54 Burgerlijk Wetboek (BW). Zij heeft [eiseres] en [gedaagde sub 1] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wijze waarop deze legalisatie moet plaatsvinden. Zij hebben dit gedaan. De rechtbank oordeelt dat de legalisatie moet geschieden door overdracht van de Grond en zij stelt de prijs vast waartegen dit moet gebeuren.





3De verdere beoordeling



In reconventie





De grond moet worden overgedragen




3.1.

[eiseres] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wijze waarop de legalisatie (artikel 5:54 BW) zal plaatsvinden, namelijk door verlening van een erfdienstbaarheid of door overdracht van de Grond. Ook is [eiseres] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de schadeloosstelling waartegen de legalisatie moet plaatsvinden en in het kader van de overdracht van de Grond, in het bijzonder over de grondprijs per vierkante meter. [eiseres] heeft zich slechts uitgelaten over de grondprijs. De rechtbank begrijpt dat [eiseres] daarmee kiest voor legalisatie door overdracht van de Grond.



3.2.
De rechtbank oordeelt daarom dat [eiseres] de Grond aan [gedaagde sub 1] moet overdragen, op grond van artikel 5:54 lid 1 BW.



De grondprijs





3.3.

[eiseres] meent dat de grondprijs die moet worden gehanteerd bij de overdracht van de Grond, neerkomt op € 1.250,00 per vierkante meter. Bij de berekening van dat bedrag gaat zij uit van de gemiddelde grondprijs van bouwgrond voor de [straat] te [plaats] . Zij meent dat sprake is van bouwgrond, omdat [gedaagde sub 1] daadwerkelijk op de Grond heeft gebouwd.



3.4.

[gedaagde sub 1] vindt dat een grondprijs van € 400,00 per vierkante meter moet worden gehanteerd. Dit is het bedrag dat marktconform wordt geacht door een makelaar die door [gedaagde sub 1] is ingeschakeld. De makelaar gaat er daarbij, blijkens de overgelegde e-mailwisseling, vanuit dat de Grond zelfstandig geen bouwmogelijkheden biedt en uitsluitend een meerwaarde vertegenwoordigt voor de aangrenzende eigenaar door vergroting van het gebruiksoppervlak van het perceel.



3.5.
De rechtbank overweegt dat de door [eiseres] genoemde grondprijs niet met enig stuk is onderbouwd, en dat het daarom lastig is om te bepalen hoe zij tot die prijs is gekomen. Daar staat tegenover dat [gedaagde sub 1] de door hem genoemde grondprijs wel heeft onderbouwd. In het door hem overgelegde stuk staat dat de grondprijs voor de Grond, hetgeen een specifieke strook is, moet worden vastgesteld op € 400,00. Hierbij acht de rechtbank van doorslaggevende betekenis dat de desbetreffende makelaar aangeeft dat de Grond geen zelfstandige bouwmogelijkheden voor derden biedt (de Grond is immers een strook grond ‘ingeklemd’ tussen de percelen van [gedaagde sub 1] en [eiseres] ) en daarmee uitsluitend van meerwaarde is voor de partijen in deze procedure. Deze redenering is goed te volgen. Dat maakt dat de rechtbank de grondprijs voor de Grond vaststelt op € 400,00 per vierkante meter.



3.6.
Uitgaande van een oppervlakte van de Grond van 11,1969 vierkante meter (33 m x 0,3393 m) zal de rechtbank de totale grondprijs daarom vaststellen op € 4.478,76 (€ 400,00 x 11,1969 m2). Dit is het bedrag dat [gedaagde sub 1] op grond van artikel 5:54 lid 1 BW aan [eiseres] moet betalen als schadeloosstelling voor de overdracht van de grond door [eiseres] aan [gedaagde sub 1] .



Vergoeding in natura wordt afgewezen





3.7.

[gedaagde sub 1] wil dat een deel van de schadeloosstelling voor de overdracht van de Grond in natura plaatsvindt. Hij brengt naar voren dat een andere strook grond aan de achterzijde van de erfgrens, die aan hem in eigendom zou toebehoren, al enige tijd door [eiseres] in gebruik is. Hij stelt voor die strook grond met de Grond te verruilen en te verrekenen, zodat de feitelijke toestand kan worden gehandhaafd en hij slechts een restantprijs hoeft te betalen.



3.8.
Het uitgangspunt is dat schadeloosstelling geschiedt door de betaling van een geldsom (artikel 6:103 BW). [eiseres] heeft geen afwijkende vorm van schadeloosstelling gevorderd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om van het genoemde uitgangspunt af te wijken. Het verzoek van [gedaagde sub 1] wordt afgewezen.



De kadastrale kosten komen voor rekening van [gedaagde sub 1]





3.9.

[eiseres] merkt op dat als gevolg van de overdracht van de Grond een kadastrale splitsing zal moeten komen en een nieuwe kadastrale tekening moet worden gemaakt. Zij vindt dat de kosten daarvan voor rekening van [gedaagde sub 1] moeten komen.



3.10.

[gedaagde sub 1] meent dat de kosten van deze werkzaamheden bij helfte tussen partijen dienen te worden verdeeld, omdat de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het vonnis en worden verricht ten behoeve van beide partijen.



3.11.
Het uitgangspunt is dat overdracht van de Grond door [eiseres] aan [gedaagde sub 1] geschiedt tegen schadeloosstelling van [eiseres] door [gedaagde sub 1] (artikel 5:54 lid 1 BW). Deze schadeloosstelling hoeft niet beperkt te zijn tot betaling van de grondprijs per vierkante meter van de over te dragen Grond. Voor zover met de overdracht van de Grond kosten gepaard gaan, dienen deze op grond van het genoemde uitgangspunt door [gedaagde sub 1] te worden gedragen. Voor de duidelijkheid zal de rechtbank dit ook in de beslissing vermelden. Daar zal de rechtbank ook voorzieningen treffen voor de overdracht van de Grond en het moment waarop [gedaagde sub 1] gehouden zal zijn om de nieuwe situatie in het Kadaster te laten registreren.



In conventie en in reconventie





Proceskosten worden gecompenseerd





3.12.
Omdat beide partijen zowel in conventie als in reconventie gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zowel in conventie als in reconventie de eigen kosten draagt.





4De beslissing


De rechtbank




in reconventie




4.1.
veroordeelt [eiseres] om op grond van artikel 5:54 lid 1 BW de eigendom van de Grond aan [gedaagde sub 1] over te dragen,



4.2.
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot schadeloosstelling van [eiseres] conform artikel 5:54 lid 1 BW tot een bedrag van € 4.478,76,



4.3.
bepaalt dat indien [eiseres] , nadat zij daartoe door [gedaagde sub 1] dan wel een notaris is uitgenodigd, niet binnen 6 weken meewerkt aan de hiervoor onder 4.1. bedoelde eigendomsoverdracht, dit vonnis in de plaats treedt van de verklaring van [eiseres] in de notariële akte van levering, strekkende tot eigendomsoverdracht van de Grond aan [gedaagde sub 1] ,



4.4.
gebiedt [gedaagde sub 1] om op eerste schriftelijke verzoek van [eiseres] , nadat de Grond door [eiseres] aan [gedaagde sub 1] is overgedragen, mee te werken aan definitieve vastlegging door het Kadaster van de erfgrens tussen de percelen van [gedaagde sub 1] en [eiseres] , zoals die zal ontstaan nadat de Grond aan [gedaagde sub 1] in eigendom zal zijn overgedragen,



4.5.
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot schadeloosstelling van [eiseres] conform artikel 5:54 lid 1 BW door de kosten te dragen die gepaard gaan met de overdracht van de Grond door [eiseres] aan [gedaagde sub 1] ,



4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



in conventie en in reconventie





4.7.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.












































5984



Conclusie van antwoord in conventie, productie 2.


Akte van [gedaagde sub 1] , productie 28.