Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:2318

2021-05-10 Bestuursrecht UTR 20/4789
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2021-05-10
Publicatiedatum
2021-06-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 20/4789
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk. De overlegde machtiging is ontoereikend.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.752 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 20/4789


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 mei 2021 in de zaak tussen


[eiseres] , veronderstellenderwijs handelend namens


[onderneming 1] ., te [vestigingsplaats] , eiseres,


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.





Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 30 december 2020 tegen het besluit van verweerder van 18 december 2020.





Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Het beroep is door [eiseres] ( [eiseres] ) veronderstellenderwijs ingesteld namens

[onderneming 1] . Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.

3. Bij het beroepschrift zat een machtiging, die is ondertekend door


[A] ( [A] ) en [B] ( [B] ), en een uittreksel uit het handelsregister van [onderneming 1] . Uit het uittreksel is gebleken dat

[onderneming 2] zelfstandig bevoegd bestuurder is van [onderneming 1] . Uit de overlegde stukken blijkt niet dat [A] en [B] bevoegd zijn om namens [onderneming 2] op te treden.


4. Bij brief van 12 januari is [eiseres] in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een uittreksel uit het handelsregister (eventueel meerdere uittreksels van bovenliggende rechtspersonen) in te dienen waaruit blijkt wie als (uiteindelijk) bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen (niet ouder dan één jaar) en om de statuten toe te sturen. Bij brief van 26 januari 2021 heeft [eiseres] gereageerd dat uit het al ingediende uittreksel uit het handelsregister duidelijk wordt wie bevoegd is om beroep in te stellen en dat de stukken dan ook compleet zijn. Bij aangetekende brief van 8 februari 2021 heeft de rechtbank uitgelegd waarom wij deze stukken opvragen en dat nu de volmacht nog ontoereikend is. Hierbij staat dat [eiseres] alsnog binnen twee weken een uittreksel uit het handelsregister moet toesturen, waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Op 15 februari 2021 heeft [eiseres] de statuten en het uittreksel uit het handelsregister van [onderneming 2] ingediend. Uit de statuten blijkt dat de raad van bestuur bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee uitvoerende bestuurders. Uit het uittreksel blijkt dat [A] inderdaad gezamenlijk bevoegd is om namens [onderneming 2] op te treden. Echter blijkt daaruit niet dat [B] bevoegd is. Dat betekent dat de overlegde volmacht nog steeds ontoereikend is. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is dit voortaan een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.






griffier rechter




Afschrift verzonden aan partijen op:




Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.




ECLI:NL:RBMNE:2020:2390.