Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2020:2390
2020-06-25
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
UTR 19/5413
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Tot nu toe hanteerde de rechtbank de werkwijze dat de indiener van het beroep nog tot op de zitting de gelegenheid had om een toereikende machtiging over te leggen. De rechtbank verlaat deze werkwijze, gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid van de Awb, artikel 6:6 van de Awb en artikel 2.4, derde lid, onder c van het Procesreglement Bestuursrecht Rechtbanken (Niet-KEI-zaken) 2017, en zal het beroep zonder zitting niet-ontvankelijk verklaren omdat het niet aan de wettelijke vereisten voldoet.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (53)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5042 Rechtbank Midden-Nederland 27-07-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2025:6313 Rechtbank Midden-Nederland 18-11-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:6771 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-10-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1944 Rechtbank Midden-Nederland 21-02-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7442 Rechtbank Midden-Nederland 16-12-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6528 Rechtbank Midden-Nederland 15-11-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6252 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6253 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6254 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6251 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6255 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6256 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6257 Rechtbank Midden-Nederland 04-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:1368 Rechtbank Midden-Nederland 17-01-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7604 Rechtbank Midden-Nederland 20-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7607 Rechtbank Midden-Nederland 20-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7606 Rechtbank Midden-Nederland 20-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7605 Rechtbank Midden-Nederland 20-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7603 Rechtbank Midden-Nederland 16-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7601 Rechtbank Midden-Nederland 16-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7602 Rechtbank Midden-Nederland 16-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7797 Rechtbank Midden-Nederland 13-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7801 Rechtbank Midden-Nederland 13-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7802 Rechtbank Midden-Nederland 13-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7798 Rechtbank Midden-Nederland 13-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7782 Rechtbank Midden-Nederland 14-09-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7783 Rechtbank Midden-Nederland 14-09-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:6002 Rechtbank Midden-Nederland 08-08-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:5967 Rechtbank Midden-Nederland 26-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:5965 Rechtbank Midden-Nederland 26-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2590 Rechtbank Midden-Nederland 01-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2591 Rechtbank Midden-Nederland 01-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2589 Rechtbank Midden-Nederland 01-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:843 Rechtbank Midden-Nederland 02-01-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:842 Rechtbank Midden-Nederland 02-01-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3385 Rechtbank Midden-Nederland 05-08-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3188 Rechtbank Midden-Nederland 28-07-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2889 Rechtbank Midden-Nederland 06-07-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:779 Rechtbank Midden-Nederland 01-02-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2021:4188 Rechtbank Midden-Nederland 24-08-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:3942 Rechtbank Midden-Nederland 12-08-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:4920 Rechtbank Midden-Nederland 02-08-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:4904 Rechtbank Midden-Nederland 29-06-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2318 Rechtbank Midden-Nederland 10-05-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2317 Rechtbank Midden-Nederland 10-05-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1856 Rechtbank Midden-Nederland 29-04-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2316 Rechtbank Midden-Nederland 29-04-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2315 Rechtbank Midden-Nederland 28-04-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2324 Rechtbank Midden-Nederland 22-04-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1855 Rechtbank Midden-Nederland 22-03-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1854 Rechtbank Midden-Nederland 11-03-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5257 Rechtbank Midden-Nederland 02-12-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4575 Rechtbank Midden-Nederland 09-09-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (4.750 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5413
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2020 in de zaak tussen
mr. [A] , veronderstellenderwijs handelend namens [B], uit [woonplaats]
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Baarn, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van perceel 300 aan de [adres] in [woonplaats] (het perceel) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld.
In de uitspraak op bezwaar van 13 november 2019 heeft verweerder het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. Vervolgens heeft mr. [A] van [naam] B.V. ( [A] ) veronderstellenderwijs namens [B] ( [B] ) beroep ingesteld bij de rechtbank.
Overwegingen
1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is, gelet op artikel 8:54, eerste lid, onder b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Het beroep is door [A] veronderstellenderwijs ingesteld namens [B] . Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Awb staat dat een beroep niet‑ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet‑ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
3. De rechtbank heeft [A] bij diverse brieven van 24 december 2019, 28 januari 2020 en laatstelijk bij aangetekend schrijven van 5 maart 2020, in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een toereikende machtiging in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [B] beroep in te stellen en in beroep op te treden. In deze laatste brief staat dat als [A] niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet of om uitstel vraagt, de rechtbank het beroep niet‑ontvankelijk kan verklaren. In reactie hierop heeft [A] bij brief van 24 maart 2020 een volmacht aan de rechtbank gestuurd. Met deze volmacht is hij gemachtigd om beroep in te stellen en in beroep op te treden namens Fletcher Hotel Exploitaties B.V. en Fletcher Hotel Vastgoed B.V. De volmacht is ondertekend door [C] en [D] .
4. De overgelegde volmacht is dus geen machtiging van [B] . In het dossier zit weliswaar een kopie van het paspoort van [B] en een e-mail waarin [B] aan [A] vraagt of het zinvol is om bezwaar te maken tegen de vastgestelde WOZ-waarde voor het perceel, maar voor zover dit al als een machtiging moet worden gezien ziet die alleen op de bezwaarfase en niet op het instellen van beroep. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. [A] heeft geen reden gegeven waarom hij die, ondanks verzoeken van de rechtbank, niet heeft opgestuurd.
5. Tot nu toe hanteerde de rechtbank de werkwijze dat de indiener van het beroep nog tot op de zitting de gelegenheid had om een toereikende machtiging over te leggen. De rechtbank verlaat deze werkwijze, gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid van de Awb, artikel 6:6 van de Awb en artikel 2.4, derde lid, onder c van het Procesreglement Bestuursrecht Rechtbanken (Niet-KEI-zaken) 2017, en zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren omdat het niet aan de wettelijke vereisten voldoet. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is op 25 juni 2020 gedaan door mr. R.C. Moed, voorzitter en mr. S.G.M. Buys en mr. M.C. Verra, leden, in aanwezigheid van mr. N.K. de Bruin, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra dat weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
de griffier de voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u de rechtbank een brief sturen waarin u uitlegt waarom u het niet met de uitspraak eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5413
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2020 in de zaak tussen
mr. [A] , veronderstellenderwijs handelend namens [B], uit [woonplaats]
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Baarn, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van perceel 300 aan de [adres] in [woonplaats] (het perceel) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld.
In de uitspraak op bezwaar van 13 november 2019 heeft verweerder het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. Vervolgens heeft mr. [A] van [naam] B.V. ( [A] ) veronderstellenderwijs namens [B] ( [B] ) beroep ingesteld bij de rechtbank.
Overwegingen
1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is, gelet op artikel 8:54, eerste lid, onder b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Het beroep is door [A] veronderstellenderwijs ingesteld namens [B] . Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Awb staat dat een beroep niet‑ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet‑ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
3. De rechtbank heeft [A] bij diverse brieven van 24 december 2019, 28 januari 2020 en laatstelijk bij aangetekend schrijven van 5 maart 2020, in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een toereikende machtiging in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [B] beroep in te stellen en in beroep op te treden. In deze laatste brief staat dat als [A] niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet of om uitstel vraagt, de rechtbank het beroep niet‑ontvankelijk kan verklaren. In reactie hierop heeft [A] bij brief van 24 maart 2020 een volmacht aan de rechtbank gestuurd. Met deze volmacht is hij gemachtigd om beroep in te stellen en in beroep op te treden namens Fletcher Hotel Exploitaties B.V. en Fletcher Hotel Vastgoed B.V. De volmacht is ondertekend door [C] en [D] .
4. De overgelegde volmacht is dus geen machtiging van [B] . In het dossier zit weliswaar een kopie van het paspoort van [B] en een e-mail waarin [B] aan [A] vraagt of het zinvol is om bezwaar te maken tegen de vastgestelde WOZ-waarde voor het perceel, maar voor zover dit al als een machtiging moet worden gezien ziet die alleen op de bezwaarfase en niet op het instellen van beroep. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. [A] heeft geen reden gegeven waarom hij die, ondanks verzoeken van de rechtbank, niet heeft opgestuurd.
5. Tot nu toe hanteerde de rechtbank de werkwijze dat de indiener van het beroep nog tot op de zitting de gelegenheid had om een toereikende machtiging over te leggen. De rechtbank verlaat deze werkwijze, gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid van de Awb, artikel 6:6 van de Awb en artikel 2.4, derde lid, onder c van het Procesreglement Bestuursrecht Rechtbanken (Niet-KEI-zaken) 2017, en zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren omdat het niet aan de wettelijke vereisten voldoet. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is op 25 juni 2020 gedaan door mr. R.C. Moed, voorzitter en mr. S.G.M. Buys en mr. M.C. Verra, leden, in aanwezigheid van mr. N.K. de Bruin, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra dat weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
de griffier de voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u de rechtbank een brief sturen waarin u uitlegt waarom u het niet met de uitspraak eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.