Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:7106

2026-07-22 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12123244 \ CV EXPL 26-926
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-07-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12123244 \ CV EXPL 26-926
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering in conventie tot betaling van een factuur voor een uitgevoerde incasso-opdracht wordt toegewezen. De afspraken in de opdrachtbevestiging zijn glashelder. Geen strijd met de redelijkheid en billijkheid. Vorderingen in reconventie worden afgewezen. Een eis in reconventie kan volgens artikel 136 Rv alleen worden ingesteld tegen de eiser (in conventie), niet tegen een derde die geen procespartij is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (24.120 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 12123244 \ CV EXPL 26-926




Vonnis van 22 juli 2026




in de zaak van




E-LEGAL INCASSO ADVOCATEN B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: e-Legal,
gemachtigde: mr. L.R. Ridderbroek,



tegen





[persoon] , h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij] ,
gemachtigde: Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie- de conclusie van dupliek in reconventie.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Op 11 september 2025 heeft e-Legal per e-mail een opdrachtbevestiging verzonden aan [partij] met onder meer de volgende inhoud.



‘Geachte heer [partij] ,


Hierbij bevestig ik u de goede ontvangst van uw incasso-opdracht, waarvoor vriendelijk dank. Uw incasso-opdracht is bij ons kantoor bekend onder dossiernummer (…).





Buitengerechtelijke incasso


De incasso-opdracht betreft het verzorgen van een buitengerechtelijk incassotraject voor uw vordering in het bovenvermelde dossier op (…).





Actuele specificatie vordering


Een actuele specificatie van uw vordering is bijgesloten (…). Zoals uit deze specificatie blijkt, bedraagt de ter incasso ingediende hoofdsom € 1.747,24. De rente tot en met 11-09-2025 bedraagt € 22,35. Aangezien de rente oploopt, wordt de rente (doorgaans) dagelijks en automatisch bijgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele deelbetalingen. De incassokosten bedragen € 262,09. (…)





(…)





Reikwijdte incasso-opdracht


Het buitengerechtelijke incassotraject is erop gericht om uw debiteur onder druk van de bovenvermelde incassomaatregelen tot betaling van uw vordering te forceren. Het buitengerechtelijke incassotraject betreft een standaardmatig en deels geautomatiseerd traject. Dit traject is bedoeld en effectief voor onbetwiste vorderingen, zoals facturen, leningen en huurincasso, waarover geen discussie bestaat. (…) Onze werkzaamheden in het buitengerechtelijke incassotraject beperken zich tot de bovenvermelde incassomaatregelen en strekken zich niet uit tot maatwerk in verband met betwisting van uw vordering of anderszins. (…)





(…)





Incasso op basis van no cure no pay


Uitgaande van de beschikbare informatie in uw dossier behandelen wij uw incasso-opdracht
wel
op basis van no cure no pay. Bij een incasso-opdracht die op basis van no cure no pay wordt behandeld, bent u ons kantoor geen kosten verschuldigd als er niet wordt betaald. Voor informatie over de kosten die wij in rekening brengen bij betaling zie hieronder onder ‘Kosten bij betaling’.





Kosten bij betaling


Bij betaling brengen wij u de over de vordering verschuldigde rente en incassokosten in rekening als vergoeding voor onze buitengerechtelijke werkzaamheden. Dit geldt zowel bij volledige betaling als bij gedeeltelijke betaling, maar in dit laatste geval slechts voor zover de (deel)betaling(en) de kosten dekken. Betalingen worden in dit verband in deze volgorde toegerekend: (1) incassokosten, (2) rente en (3) hoofdsom. Daarnaast wordt een incassoprovisie over het betaalde bedrag in rekening gebracht. De incassoprovisie bedraagt 10% over de eerste € 100.000 en 5% over het meerdere daarboven (excl. Btw). De incassoprovisie wordt berekend over het totaal betaalde bedrag en wordt dus niet toegerekend zoals de rente en incassokosten.





(…)





Wat geldt als betaling


Onder betaling wordt iedere betaling verstaan die is ontvangen vanaf de datum van dagtekening van deze opdrachtbevestiging (dus ook een betaling van dezelfde dag), ongeacht door wie de betaling is verricht (dus zowel door de debiteur als door een eventuele derde), door wie de betaling is ontvangen (dus zowel door u als door ons kantoor), door wiens inspanningen de betaling is ontvangen en ongeacht of een betaling toeziet op een andere vordering dan op het dossier dat bij ons kantoor in behandeling is, of wanneer de opdracht is beëindigd. (…).





(…)





Akkoord


Vriendelijk verzoek ik u te bevestigen of u akkoord bent met het voorgaande. Een akkoord per e-mail volstaat hiertoe. Uw debiteur wordt pas tot betaling gesommeerd na ontvangst van uw akkoord.





(…)





2.2.
Op 22 september 2025 in de ochtend is [partij] per e-mail akkoord gegaan met de opdrachtbevestiging. Later op die dag heeft [partij] aan e-Legal bericht dat zijn debiteur net een bedrag van € 1.452,76 heeft betaald en dat [partij] daar niet mee akkoord gaat.



2.3.
Op 22 september 2025 en op 29 september 2025 heeft e-Legal een sommatiebrief verzonden aan de debiteur van [partij] .



2.4.
Op 5 oktober 2025 heeft de debiteur van [partij] de vordering inhoudelijk betwist. Daarop heeft e-Legal [partij] geadviseerd geen maatwerktraject te starten. [partij] was het daarmee eens en het dossier is gesloten.





3Het geschil



in conventie




3.1.
e-Legal vordert – samengevat – [partij] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 535,84 vermeerderd met rente en kosten.



3.2.

[partij] voert verweer.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.4.

[partij] vordert – samengevat – :


een verklaring van recht te onderzoeken volgens artikel 3:302 BW of e-Legal in deze gemachtigd is om de bedrijfsgegevens van zowel [partij] en zijn gemachtigde met de gebruikte gerechtsdeurwaarder met de rechtbank te delen en/of een machtiging ondertekend te overhandigen,


e-Legal en de gerechtsdeurwaarder te veroordelen tot betaling van de door de gemachtigde van [partij] opgestelde en verzonden facturen.





3.5.
e-Legal voert verweer. e-Legal concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij] , met veroordeling van [partij] in de kosten van deze procedure.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



in conventie




4.1.
e-Legal legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen die door e-Legal is uitgevoerd en waarvoor [partij] de overeengekomen vergoeding verschuldigd is. De gevorderde hoofdsom is blijkens de overgelegde factuur opgebouwd uit een bedrag van € 145,28 aan provisie (10% over € 1.452,76), een bedrag van € 35,47 aan rente tot 22 september 2025 en een bedrag van € 262,09 aan incassokosten.



4.2.

Voor zover de stellingen van [partij] inhoudelijk te volgen zijn, leidt de kantonrechter daaruit de volgende verweren af. Allereerst betwist [partij] de vordering omdat er geen ondertekend schriftelijk contract bestaat. Bovendien werkt e-Legal op basis van no cure no pay en (ook) heeft er geen enkele betaling uit de rechtsverhouding tussen [partij] en zijn debiteur op het bankrekeningnummer van e-Legal plaatsgevonden. Omdat de debiteur van [partij] de vordering al had voldaan voordat e-Legal actie had ondernomen heeft e-Legal geen grondslag voor haar vordering en is deze in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Verder stelt [partij] dat de factuur van e-Legal valselijk is opgemaakt. De in die factuur genoemde hoofdsom van € 1.747,24 is namelijk het bedrag dat [partij] zelf bij zijn debiteur te vorderen had en de daarbij opgevoerde incassokosten zijn van e-Legal. Omdat de vordering van e-Legal hoger is dan de gevorderde grondslag is een en ander niet redelijk en billijk. Voorts stelt [partij] dat het bedrag van € 2.044,80 een onjuiste voorstelling van zaken is volgens artikel 6:228 BW. Ook voldoen de algemene spelregels van e-Legal niet aan de Nederlandse wetgeving en zijn ze volgens artikel 6:230 V lid 3 vernietigbaar, aldus [partij] .




4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van e-Legal toewijsbaar is en motiveert dat oordeel als volgt.



4.4.

[partij] is op 22 september 2025 per e-mail in reactie op de e-mail van e-Legal van 11 september 2025 akkoord gegaan met de opdrachtbevestiging van e-Legal. Daarmee is tussen partijen rechtsgeldig een overeenkomst tot stand gekomen. Anders dan [partij] veronderstelt is een natte handtekening daarvoor niet vereist. Een overeenkomst komt ingevolge artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (BW) immers tot stand door aanbod en aanvaarding. Dit is in beginsel vormvrij.



4.5.
De afspraken in de opdrachtbevestiging zijn voorts glashelder wat betreft de ‘no cure no pay’-voorwaarden en wanneer (wel) betaling aan e-Legal verschuldigd is, namelijk bij ontvangst van een betaling in het buitengerechtelijke incassotraject. Onder het kopje ‘Wat geldt als betaling’ staat uitdrukkelijk vermeld dat onder betaling wordt verstaan iedere betaling die is ontvangen vanaf de datum van dagtekening van de opdrachtbevestiging (dus ook een betaling van dezelfde dag) ongeacht door wie de betaling is ontvangen en door wiens inspanningen de betaling is ontvangen. Anders dan [partij] in zijn conclusie van dupliek stelt, leest de kantonrechter niet in de opdrachtbevestiging en ook niet in de algemene voorwaarden dat als er betaling plaatsvindt binnen zeven dagen na aanvang van de opdracht er geen betaling verschuldigd is.



4.6.
Van strijd met de redelijkheid en billijkheid in de zin van artikel 6:248 BW is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. In de overeenkomst is immers uitdrukkelijk voorzien in de situatie zoals die zich heeft voorgedaan, namelijk dat betaling door de debiteur plaatsvindt nog voordat e-Legal een sommatie tot betaling heeft verzonden. [partij] heeft daarmee ingestemd en heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat een (zuiver) taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst leidt tot een onaanvaardbaar resultaat. Verder zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zou volgen dat partijen iets anders hebben bedoeld dan wat in de overeenkomst staat. Bovendien heeft de debiteur van [partij] zijn vordering niet volledig betaald en heeft e-Legal alsnog sommatiebrieven verzonden om het restant van de vordering betaald te krijgen. Toen (het restant van) de vordering door de debiteur werd betwist is vervolgens in onderling overleg besloten het buitengerechtelijke incassotraject te staken, omdat voor een betwiste vordering maatwerk nodig is. Maatwerk is uitdrukkelijk uitgesloten van de overeenkomst.



4.7.
De factuur van e-Legal vermeldt de hoogte van de vordering waarvoor de incasso opdracht was verstrekt, zijnde € 1.747,24 vermeerderd met de rente van € 35,47 en de incassokosten van € 262,09. Het totaal van € 2.044,80 betreft het te incasseren bedrag bij de debiteur van [partij] die daarop € 1.452,76 heeft betaald. Het door e-Legal in rekening gebrachte honorarium betreft 10% van het ontvangen bedrag van € 1.452,76 vermeerderd met de vermelde rente en incassokosten, in totaal € 535,84 inclusief btw. Waarom de factuur valselijk zou zijn opgemaakt en/of een onjuiste voorstelling van zaken geeft zoals door [partij] wordt betoogd kan de kantonrechter bij gebrek aan enige toelichting niet volgen.



4.8.
Voor zover [partij] zich beroept op artikel 7:50aa en verder BW of andere consumentenbeschermende bepalingen kan dit hem niet baten. Vast staat immers dat [partij] de overeenkomst met e-Legal is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hij kan dus geen beroep doen op consumentenbescherming en de door hem aangehaalde jurisprudentie mist in dit geval dan ook toepassing.



4.9.
Ook voor zover [partij] zich nog beroept op de artikelen 7:50b tot en met 7:50i BW miskent hij naar het oordeel van de kantonrechter dat deze bepalingen zijn opgenomen in titel 1A van Boek 7 BW die van toepassing is op zogenaamde ‘time-share’-rechten. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien dat, hoe of waarom deze artikelen van toepassing zouden zijn op de rechtsverhouding tussen e-Legal en [partij] . De verweren die zijn gebaseerd op de genoemde artikelen kunnen om die reden niet slagen.



4.10.
De door e-Legal gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden toegewezen, nu [partij] de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en geen termen aanwezig zijn om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan.



4.11.

[partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. De proceskosten van e-Legal worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


127,08







- griffierecht


€


350,00







- informatiekosten


€


1,51







- salaris gemachtigde


€


288,00


(2 punten × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


838,59











4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



in reconventie





Wie zijn de procespartijen?





4.13.

De stellingen van (de gemachtigde van) [partij] en de geformuleerde vorderingen in reconventie maken het noodzakelijk dat de kantonrechter zich eerst uitlaat over de vraag wie de procespartijen zijn in de onderhavige procedure. Dat zijn namelijk alleen de partijen die zijn genoemd in de kop van dit vonnis: e-Legal en [partij] .
Die vaststelling is van belang voor de door [partij] ingestelde eis in reconventie voor zover deze is gericht tegen Twaelf Provinciën Gerechtsdeurwaarders. Een eis in reconventie kan volgens artikel 136 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) alleen worden ingesteld tegen de eiser (in conventie), niet tegen een derde die geen procespartij is. Twaelf Provinciën Gerechtsdeurwaarders heeft in deze procedure op grond van artikel 45 Rv slechts het exploot van dagvaarding betekend aan [partij] . Dat maakt haar nog geen partij in de onderhavige procedure. Voor zover [partij] stelt een vordering te hebben op Twaelf Provinciën Gerechtsdeurwaarders zal hij die vordering dus separaat aanhangig moeten maken. In deze procedure is daarvoor geen plaats.




4.14.
De vaststelling dat alleen e-Legal en [partij] procespartij zijn, is ook van belang voor zover Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen in reconventie betaling van haar eigen facturen vordert. Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen treedt in deze procedure slechts op als gemachtigde in de zin van artikel 80 Rv. Dat maakt haar niet tot procespartij en zij kan dus ook geen vordering in reconventie instellen.



4.15.
Volledig ten overvloede, maar omdat [partij] daar een groot punt van maakt, merkt de kantonrechter nog op dat ook de natuurlijke personen die het deurwaarderskantoor en het kantoor van de gemachtigde vertegenwoordigen geen partij zijn in deze procedure.



4.16.
Het voorgaande leidt ertoe dat hierna alleen de vorderingen die [partij] op e-Legal stelt te hebben zullen worden beoordeeld. De vorderingen van en op (rechts)personen die geen procespartij zijn blijven hierna dus uitdrukkelijk buiten beschouwing.



Verstrekken van bedrijfsgegevens





4.17.

[partij] verzoekt ten eerste een verklaring voor recht te onderzoeken volgens artikel 3:302 BW of e-Legal in deze gemachtigd is om de bedrijfsgegevens, van zowel [bedrijf] en de gemachtigde Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen met de gebruikte gerechtsdeurwaarder en de rechtbank te delen en/of een machtiging ondertekend te overhandigen. Door deze handelswijze worden de grondrechten volgens artikel 13 Grondwet van zowel [partij] als Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen geschaad, aldus de letterlijke tekst van [partij] . Bij conclusie van repliek in reconventie heeft [partij] het verzoek uitgebreid met een verwijzing naar artikel 196 Rv.



4.18.
Daargelaten de vraag of [partij] een concreet belang in de zin van artikel 3:303 BW bij de gevraagde verklaring voor recht heeft, overweegt dat kantonrechter dat uit artikel 45 Rv volgt dat het exploot van dagvaarding dat dient ter inleiding van een gerechtelijke procedure de naam en woonplaats vermeldt van degene voor wie het exploot is bestemd. De basisregistratie personen dan wel het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is hier de zo nodig te raadplegen bron. Dat register is openbaar, zoals onder andere volgt uit de Handelsregisterwet 2007. Hiervan heeft e-Legal, althans de gerechtsdeurwaarder, dus terecht gebruik gemaakt. Daarnaast dient eiser in de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden, zo mogelijk onderbouwd met stukken. Dit is niet in strijd met artikel 13 van de Grondwet dat beoogt bescherming te bieden tegen heimelijke overheidsinzage van privécommunicatie. Het artikel heeft geen horizontale werking (tussen burgers). Het beroep op artikel 196 Rv tot slot kan de kantonrechter niet plaatsen nu dat artikel betrekking heeft op voorlopige bewijsverrichtingen voordat een zaak aanhangig is en niet op lopende procedures. De gevraagde verklaring voor recht is om al deze redenen niet toewijsbaar.



Facturen van Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen





4.19.

[partij] heeft tot slot gevorderd om e-Legal te veroordelen tot betaling van de door Het Advies en Administratiekantoor Het Levend Wezen opgestelde en verzonden facturen. Nu [partij] niet de crediteur is op die facturen en gesteld noch gebleken is dat hij op enigerlei wijze eigenaar is geworden van die vorderingen, heeft [partij] geen vorderingsrecht en moet de vordering reeds om die reden worden afgewezen.



4.20.

[partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van e-Legal worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


288,00


(2 punten × € 144,00)




Totaal


€


288,00














5De beslissing


De kantonrechter




in conventie




5.1.
veroordeelt [partij] om aan e-Legal te betalen een bedrag van € 535,84, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over het toegewezen bedrag met ingang van 29 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [partij] om aan e-Legal te betalen een bedrag van € 20,88 terzake de rente tot 29 januari 2026,



5.3.
veroordeelt [partij] om aan e-Legal te betalen een bedrag van € 250,00 terzake de buitengerechtelijke incassokosten,



5.4.
veroordeelt [partij] in de proceskosten van € 838,59, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.5.
veroordeelt [partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



in reconventie





5.6.
wijst de vorderingen van [partij] af,



5.7.
veroordeelt [partij] in de proceskosten van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



in conventie en in reconventie





5.8.
veroordeelt [partij] tot betaling van de kosten van betekening als [partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.