Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:7698

2023-06-28 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/03/297689 / HA ZA 21-538
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-06-28
Publicatiedatum
2026-06-15
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/03/297689 / HA ZA 21-538
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | PS-Updates.nl 2026-0270

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis: letselschadezaak: afwijzing verzoek nieuwe mondelinge behandeling na een rechterwissel en benoeming arbeidsdeskundige.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.739 tekens)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG


Burgerlijk recht



Zittingsplaats Roermond




zaaknummer / rolnummer: C/03/297689 / HA ZA 21-538




Vonnis van 28 juni 2023




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [plaatsnaam] ,
eiser in de hoofdzaak en in incident,
advocaat mr. G.P.F. van Duren,



tegen



vennootschap naar buitenlands recht

KBC VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Leuven, België,
gedaagde in de hoofdzaak en in incident,
advocaat mr. E. Bos-van den Berg.




Partijen zullen hierna [eiser] en KBC/Achmea genoemd worden.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 12 januari 2023


het vonnis van 12 april 2023


de akte van [eiser]


de akte van Achmea


de brief van de rechtbank waarin partijen worden geïnformeerd over een rechterswissel


het verzoek van [eiser] om een nieuwe mondelinge behandeling.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Rechterswissel

2.1.

[eiser] heeft verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling, omdat nadat het tussenvonnis van 12 april 2023 is gewezen, een rechterswissel heeft plaatsgevonden. Dit verzoek wordt afgewezen in het belang van een voortvarende procesvoering.



2.2.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een rechtelijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling (behoudens bijzondere omstandigheden) dient te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing (r.o. 3.4.2 ECLI:NL:HR:2014:3076, r.o. 3.8 ECLI:NL:HR:2016:662 en r.o. 3.7.1. tot en met 3.8 ECLI:NL:HR:2020:472).



2.3.
Aan dit uitgangspunt wordt voldaan. Het tussenvonnis van 12 april 2023 is mede gewezen door rechter mr. F. Alink-Steinberg en deze beslissing is onder meer gebaseerd op de inlichtingen die partijen tijdens de mondelinge behandeling op 12 januari 2023 hebben gegeven. De rechtbank heeft in dat tussenvonnis op alle geschilpunten die op de mondelinge behandeling aan de orde zijn geweest beslist. Daaraan doet niet af dat op het punt van verlies van verdienvermogen nog nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Pas na het uitspreken van de beslissing is rechter mr. F. Alink-Steinberg benoemd tot raadsheer bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch en derhalve voor de verdere behandeling van de onderhavige zaak vervangen door rechter mr. R.J.M.G. Rulkens.



2.4.
In dit vonnis benoemt de nieuw samengestelde Meervoudige Kamer de arbeidsdeskundige en worden de onderzoeksvragen geformuleerd. Dit vonnis is niet meer dan een uitvoering van het tussenvonnis van 12 april 2023: er wordt geen beslissing genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, maar op grond van een eerder vonnis.



2.5.
In een toekomstig vonnis behoeft alleen nog een inhoudelijke beslissing te worden genomen over de hoogte van het verlies van verdienvermogen. Deze beslissing zal in beginsel worden gebaseerd op het nog op te maken rapport door de nog te benoemen arbeidsdeskundige en de conclusies na deskundigenbericht van partijen. Eventueel kunnen partijen alsdan nog om een nadere mondelinge behandeling verzoeken, maar die zal dan alleen nog gaan over het rapport en de hoogte van de schade als gevolg van het verlies van verdienvermogen.





3De verdere beoordeling

3.1.
Het eerder in rechtsoverweging 4.29 van het vonnis van 12 april 2023 aangekondigde deskundigenbericht zal nu worden bevolen. De rechtbank heeft kennis genomen van de aktes van partijen over de persoon van de deskundige(n), de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen en de aan de arbeidsdeskundige ter beschikking te stellen (medische) stukken. Mede gelet daarop zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. De rechtbank heeft eerder al aangegeven zelf een keuze te maken en zich vrij te achten een deskundige te benoemen waartegen partijen niet op voorhand (gemotiveerd) bezwaar hebben gemaakt. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.



3.2.
De rechtbank zal hierna ingaan op de reacties van partijen op de door de rechtbank in het vonnis van 12 april 2023 geformuleerde vraagstelling.

3.2.1.
Aangezien partijen in 2017 al overeenstemming hadden over de vraagstelling zal de rechtbank zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij de vraagstelling zoals verwoord in de brief van 12 april 2017 van mr. Van (zoals inmiddels door Achmea als productie 14 overgelegd) en geaccordeerd zijdens [eiser] (producties 3 van Achmea).


3.2.2.
Aan vraag twee wil [eiser] graag toegevoegd zien ”rekening houdend met de belasting die uitgaat van zijn dagelijkse leven en het woon-werkverkeer”. Deze zin zal niet worden toegevoegd, omdat de rechtbank zonder nadere toelichting niet inziet wat dit toevoegt. In de zin daarvoor staat immers al dat de deskundige rekening moet houden met de beperkingen, ervaring, opleiding en belangstelling en bij vraag 4 wordt al aandacht gevraagd voor de afstand wonen-werken.


3.2.3.

[eiser] acht vragen 6 en 7 zoals verwoord in het vonnis van 12 april 2023 niet relevant. De rechtbank acht die vragen wel relevant en dan met name voor de berekening van het verlies aan verdienvermogen en gaat er vanuit dat de arbeidsdeskundige bij de beantwoording van deze vragen rekening houdt met de ontwikkelingen in de afgelopen negen jaren en de voorzienbare toekomstige ontwikkelingen. De vragen 6 en 7 zullen derhalve aan de deskundige worden voorgelegd.


3.2.4.
De door [eiser] voorgestelde toevoeging op vraag 8 wordt ook niet overgenomen. In feite zit dit al geïncorporeerd in de nieuwe vraag 5. Bovendien zitten daar aannames in, die zonder nadere onderbouwing niet zonder meer de basis kunnen zijn voor een arbeidsdeskundig onderzoek (zoals dat hij veel overuren maakte en onregelmatig werk verrichtte en als klusser heeft laten zien dat hij veel aanleg had voor het verrichten van werkzaamheden in de bouw en als hovenier).


3.2.5.
De extra vraag 10 (luidende: “Heeft u in de afgelopen vijf jaar opdrachten uitgevoerd of anderszins werkzaam geweest voor Achmea of aan Achmea gerelateerde ondernemingen?”) wordt ook niet toegevoegd. De rechtbank heeft voorafgaande aan dit vonnis de deskundige bij brief van 7 juni 2023 het tussenvonnis toegestuurd en de volgende vragen gesteld:



“Staat u onpartijdig en onafhankelijk ten opzichte van [eiser] enerzijds en KBC Verzekeringen/Achmea Schadeverzekeringen NV anderzijds (zie daarover par. 4.5. van bijgaand vonnis)?
In dat kader zou de rechtbank in ieder geval graag van u willen weten of u de afgelopen vijf jaar opdrachten heeft uitgevoerd voor Achmea of anderszins werkzaam geweest voor Achmea of aan Achmea gerelateerde ondernemingen.




Bent u bereid om als deskundige te worden benoemd?




Indien het antwoord op vraag b ja is:

- kunt u nu al een kostenbegroting maken of wilt u daarmee wachten totdat u de processtukken (inclusief het rapport van Haver Droeze) van partijen heeft ontvangen? Als u dat nu al kunt, ontvang ik graag een offerte/kostenbegroting van u.

- hoe lang denkt u nodig te hebben voor uw onderzoek? Standaard neemt de rechtbank in het benoemingsvonnis op dat de deskundige uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot zijn definitieve rapport en declaratie bij de rechtbank dient in te leveren. Is dit voor u voldoende tijd?”




Per e-mailbericht van 16 juni 2023 heeft de deskundige de rechtbank als volg geantwoord:

“In antwoord op uw bericht van 7 juni jl. kan ik u mededelen dat noch in mijn herinnering, noch uit het raadplegen van mijn boekhouding, is gebleken dat ik in de afgelopen 5 jaren een opdracht voor Achmea of aan Achmea gerelateerde ondernemingen heb uitgevoerd. Ik ben in ieder geval onpartijdig en onafhankelijk.





Ik heb inmiddels het tussenvonnis bestudeerd.


Het is een complex en bewerkelijk onderzoek waarbij diverse bronnenonderzoeken dienen plaats te vinden.


Om een indicatie van de uren te maken is kennisname van de processtukken wel vereist.





Een termijn van 3 maanden is wellicht te krap, gezien de aankomende vakantieperiode en daarmee ook het moeizamer verzamelen van informatie.





Met vriendelijke groet


Dhr. Mr. G.H. (Ger) de Haan.”





3.2.6.
Tegen de overige toevoegingen van [eiser] ziet de rechtbank geen bezwaren, zodat die in de vraagstelling zullen worden verwerkt.




3.3.
In de vorige beslissing is al aangekondigd dat Achmea/KBC het voorschot op de kosten van de deskundige moet deponeren.



3.4.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.



3.5.
Verder wijst de rechtbank de arbeidsdeskundige erop dat indien hij het noodzakelijk acht om een verzekeringsarts te bevragen, hij deze dan zelfstandig als hulpdeskundige kan inschakelen. De voorwaarden waaronder dat dient te geschieden zijn opgenomen in hoofdstuk 10 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie).



3.6.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.



3.7.
De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.





4De beslissing
De rechtbank


4.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:


Kunt u een volledige en gedetailleerde inventarisatie maken van de opleidingen, kennis, vaardigheden en het arbeidsverleden van [eiser] ?


Vast staat dat [eiser] zijn laatstelijk (voorafgaande aan het ongeval op 3 september 2014) uitgeoefende functie van 1ste verkoopmedewerker bij supermarkt Jan Linders te [plaatsnaam] niet meer kan uitoefenen. Acht u [eiser] geschikt voor andere arbeid die gelet op zijn beperkingen, ervaring, opleiding en belangstelling passend te achten is? Zo ja, in welke omvang?


Welk inkomen kan [eiser] daarmee genereren?


Acht u het aannemelijk dat [eiser] de arbeid waarvoor hij door u eventueel nog geschikt wordt geacht ook daadwerkelijk op voor [eiser] in redelijkheid te bereizen afstand kan verwerven? Zo ja, op welke termijn? Indien daartoe een opleiding of begeleiding noodzakelijk is, wordt u verzocht aan te geven wat de mogelijkheden daartoe zijn. Wilt u uw antwoord uitgebreid motiveren en onderbouwen?


a. Kunt u, op basis van opleidingen, kennis, vaardigheden, arbeidsverleden en andere door u relevant geachte feiten en omstandigheden aangeven hoe het redelijkerwijs te verwachten carrièreverloop van de heer [eiser] zou zijn geweest in de situatie waarin het ongeval van 3 september 2014 wordt weggedacht? b. Kunt u bij het in vraag a beschreven te verwachten carrièreverloop een bijpassende, verwachte salarisontwikkeling geven?


Tot welke leeftijd wordt het beroep/de functie van [eiser] doorgaans uitgeoefend?


Bestaat de mogelijkheid in de functie van [eiser] gebruik te maken van een regeling om vervroegd uit te treden? Hoeveel procent van de werknemers maakt daarvan gebruik?


Onder welke voorwaarden komt men in het algemeen in aanmerking voor een bevordering tot afdelingsmanager en daarna tot supermarktmanager? Voldoet [eiser] in de hypothetische situatie zonder ongeval op 3 september 2014 naar uw oordeel aan die voorwaarden voor promotie?


Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?




4.2.
benoemt tot deskundige:



Dhr. Mr. G.H. de Haan, werkzaam bij Klaver Expertise
bezoekadres: Klaver 20, 5432 BR Cuijkpostadres: Postbus 20, 5430 AA Cuijk,
telefoon: [2 telefoonnummers]
emailadres: [e-mailadres]




het voorschot




4.3.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:


de deskundige dient binnen vier weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten


de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen


partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk, gemotiveerd bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting


indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag


indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,





4.4.
bepaalt dat Achmea het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,



4.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,



het onderzoek




4.6.
bepaalt dat Achmea haar procesdossier binnen twee weken na heden in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,



4.7.
bepaalt dat [eiser] in ieder geval binnen twee weken na heden aan de deskundige dient te doen toekomen:
- de stukken ten aanzien van het bemiddelingstraject ICL, de WIA-beoordeling, IVA beoordeling,
- de volledige arbeidsdeskundige en verzekeringsgeneeskundige rapportages met FML,
- de voorhanden zijnde medische informatie uit de behandelend sector die inzicht geeft in de beperkingen van [eiser] ten gevolge van het ongeval,



4.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,



4.9.
wijst de deskundige er op dat:


de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie), in het bijzonder hoofdstuk 10 in het geval de deskundige het inschakelen van een verzekeringsarts als hulpdeskundige noodzakelijk acht,


de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,


de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,





4.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,



het schriftelijk rapport




4.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,



4.12.
wijst de deskundige er op dat:


uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,


dat de deskundige [eiser] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien [eiser] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [eiser] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [eiser] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [eiser] gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij [eiser] zich van commentaar op het concept moet onthouden),


dat, indien [eiser] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,


dat, indien [eiser] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden





4.13.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,



overige bepalingen




4.14.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 4 oktober 2023,



4.15.
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:


indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of


na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Achmea op een termijn van vier weken,





4.16.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,



4.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.





Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koster-van der Linden (voorzitter), mr. R.J.M.G. Rulkens en mr. M. van der Hart, ondertekend door de voorzitter en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2023.




type: SS
coll: