Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2019:7728
2019-08-23
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
AWB - 18 _ 2825
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2020:1936 → ECLI:NL:RBLIM:2019:7728 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Eisers hebben beroep ingesteld voornamelijk omdat het college de taxatiewaarde van het pand en de naastgelegen uitbreidingsstrook waar hun Wob-verzoek over gaat niet openbaar maakt. De rechtbank is van oordeel dat openbaarmaking van de taxatiewaarde de onderhandelingspositie van de gemeente van het college, in combinatie met de informatie die al openbaar is, in de toekomst kan schaden en onevenredig benadelen. Het college mocht daarom weigeren de taxatiewaarde openbaar te maken.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.444 tekens)
RECHTBANK limburg
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/2825
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , beiden wonende te [woonplaats] , eisers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, verweerder
(gemachtigde: mr. R.A.H. Vlecken).
Procesverloop
Bij besluit van 25 juli 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten op het verzoek van eisers van 5 juni 2018 om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Bij besluit van 12 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft geen aanleiding gezien het primaire besluit te herroepen.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2019.
Eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 1] en [naam 2] , beiden werkzaam bij de gemeente van verweerder.
Overwegingen
1. Bij brief van 5 juni 2018 hebben eisers verweerder verzocht hen de ambtelijke en bestuurlijke stukken toe te zenden die de afgelopen jaren een rol speelden in de afweging tot bestemming en verkoop van het pand aan de [adres] met bijzondere aandacht voor de taxatierapporten. Eisers hebben hun verzoek gebaseerd op de Wob.
2. Bij het primaire besluit heeft verweerder eisers laten weten dat hij op basis van het verzoek verschillende documenten heeft aangetroffen. Een deel van de aangetroffen documenten is al openbaar. Verweerder heeft van deze documenten de vindplaats vermeld. Een ander deel van de aangetroffen documenten heeft verweerder gedeeltelijk ingewilligd en in zoverre openbaar gemaakt. Openbaarmaking van de taxatierapporten heeft verweerder met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob geweigerd.
3. Na heroverweging heeft verweerder volhardt in zijn weigering de taxatierapporten openbaar te maken. Verweerder blijft erbij dat het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de belangen in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob.
Gemachtigde van verweerder heeft ter zitting toegelicht dat derden alleen al met openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand aan de [adres] en de uitbreidingsstrook naast het pand inzicht krijgen in de onderhandelingsstrategie/-ruimte van de gemeente van verweerder. Dit omdat de verkoopprijs van het pand en de uitbreidingsstrook al openbaar is. De economische en financiële belangen van de gemeente van verweerder zouden alleen al daardoor worden geschaad en de gemeente van verweerder zou alleen al daardoor onevenredig wordt benadeeld in haar onderhandelingspositie bij toekomstige onderhandelingen over de verkoop van panden en/of gronden, aldus de gemachtigde.
4. Eisers zijn het met het bestreden besluit niet eens. Eisers stellen uitsluitend te willen controleren of de gemeente het pand aan de [adres] en de uitbreidingsstrook naast [adres] met het bedrag van € 450.000,- voor een marktconforme verkoopprijs heeft verkocht. Eisers willen in elk geval openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand en de uitbreidingsstrook. Eisers achten niet aannemelijk dat openbaarmaking van deze gegevens nadelige gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van de gemeente bij toekomstige onderhandelingen, omdat de getaxeerde waarde een unieke situatie betreft.
Eisers vinden het bestreden besluit ook onvoldoende gemotiveerd.
5. In artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van Wob is bepaald dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen. In artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van Wob is bepaald dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
6. De rechtbank heeft kennis genomen van de taxatierapporten die eisers openbaargemaakt zouden willen zien. Het zijn documenten die gegevens bevatten met betrekking tot de economische en financiële belangen van de gemeente van verweerder, omdat de panden en grond waarop ze betrekking hebben eigendom zijn van WOM Belvedère B.V. en de gemeente van verweerder voor 99,9% eigenaar is van deze onderneming. Openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand aan de [adres] en de naastliggende uitbreidingsstrook kan de onderhandelingspositie van de gemeente van verweerder in de toekomst schaden. Met andere informatie, zoals de verkoopprijs die openbaar is, maakt deze informatie de onderhandelingsruimte van de gemeente van verweerder inzichtelijk. Een potentiële koper van een pand en/of grond zou in de toekomst in onderhandelingen met de gemeente van verweerder hiermee zijn voordeel kunnen doen door deze onderhandelingsruimte in zijn onderhandelingen met de gemeente van verweerder als uitgangspunt te nemen, hetgeen de gemeente van verweerder in deze onderhandelingen per definitie schaadt en onevenredig benadeeld. Verweerder heeft daarom al in redelijkheid de openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand aan de [adres] en de naastliggende uitbreidingsstrook mogen weigeren omdat het belang van openbaarheid van deze informatie niet opweegt tegen de belangen in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob. Omdat eisers openbaarmaking van de taxatierapporten juist hebben gevraagd om kennis te kunnen nemen van deze informatie, laat de rechtbank verder buiten de beoordeling of verweerder openbaarmaking van andere informatie in de taxatierapporten mocht weigeren. Uit dit oordeel blijkt reeds dat de rechtbank eisers niet volgt in hun standpunt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat het bestreden besluit van een voldoende motivering is voorzien.
7. Het beroep is daarom ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit stand houdt.
8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W.C.M. Frings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 23 augustus 2019
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/2825
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , beiden wonende te [woonplaats] , eisers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, verweerder
(gemachtigde: mr. R.A.H. Vlecken).
Procesverloop
Bij besluit van 25 juli 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten op het verzoek van eisers van 5 juni 2018 om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Bij besluit van 12 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft geen aanleiding gezien het primaire besluit te herroepen.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2019.
Eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 1] en [naam 2] , beiden werkzaam bij de gemeente van verweerder.
Overwegingen
1. Bij brief van 5 juni 2018 hebben eisers verweerder verzocht hen de ambtelijke en bestuurlijke stukken toe te zenden die de afgelopen jaren een rol speelden in de afweging tot bestemming en verkoop van het pand aan de [adres] met bijzondere aandacht voor de taxatierapporten. Eisers hebben hun verzoek gebaseerd op de Wob.
2. Bij het primaire besluit heeft verweerder eisers laten weten dat hij op basis van het verzoek verschillende documenten heeft aangetroffen. Een deel van de aangetroffen documenten is al openbaar. Verweerder heeft van deze documenten de vindplaats vermeld. Een ander deel van de aangetroffen documenten heeft verweerder gedeeltelijk ingewilligd en in zoverre openbaar gemaakt. Openbaarmaking van de taxatierapporten heeft verweerder met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob geweigerd.
3. Na heroverweging heeft verweerder volhardt in zijn weigering de taxatierapporten openbaar te maken. Verweerder blijft erbij dat het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de belangen in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob.
Gemachtigde van verweerder heeft ter zitting toegelicht dat derden alleen al met openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand aan de [adres] en de uitbreidingsstrook naast het pand inzicht krijgen in de onderhandelingsstrategie/-ruimte van de gemeente van verweerder. Dit omdat de verkoopprijs van het pand en de uitbreidingsstrook al openbaar is. De economische en financiële belangen van de gemeente van verweerder zouden alleen al daardoor worden geschaad en de gemeente van verweerder zou alleen al daardoor onevenredig wordt benadeeld in haar onderhandelingspositie bij toekomstige onderhandelingen over de verkoop van panden en/of gronden, aldus de gemachtigde.
4. Eisers zijn het met het bestreden besluit niet eens. Eisers stellen uitsluitend te willen controleren of de gemeente het pand aan de [adres] en de uitbreidingsstrook naast [adres] met het bedrag van € 450.000,- voor een marktconforme verkoopprijs heeft verkocht. Eisers willen in elk geval openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand en de uitbreidingsstrook. Eisers achten niet aannemelijk dat openbaarmaking van deze gegevens nadelige gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van de gemeente bij toekomstige onderhandelingen, omdat de getaxeerde waarde een unieke situatie betreft.
Eisers vinden het bestreden besluit ook onvoldoende gemotiveerd.
5. In artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van Wob is bepaald dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen. In artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van Wob is bepaald dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
6. De rechtbank heeft kennis genomen van de taxatierapporten die eisers openbaargemaakt zouden willen zien. Het zijn documenten die gegevens bevatten met betrekking tot de economische en financiële belangen van de gemeente van verweerder, omdat de panden en grond waarop ze betrekking hebben eigendom zijn van WOM Belvedère B.V. en de gemeente van verweerder voor 99,9% eigenaar is van deze onderneming. Openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand aan de [adres] en de naastliggende uitbreidingsstrook kan de onderhandelingspositie van de gemeente van verweerder in de toekomst schaden. Met andere informatie, zoals de verkoopprijs die openbaar is, maakt deze informatie de onderhandelingsruimte van de gemeente van verweerder inzichtelijk. Een potentiële koper van een pand en/of grond zou in de toekomst in onderhandelingen met de gemeente van verweerder hiermee zijn voordeel kunnen doen door deze onderhandelingsruimte in zijn onderhandelingen met de gemeente van verweerder als uitgangspunt te nemen, hetgeen de gemeente van verweerder in deze onderhandelingen per definitie schaadt en onevenredig benadeeld. Verweerder heeft daarom al in redelijkheid de openbaarmaking van de taxatiewaarde van het pand aan de [adres] en de naastliggende uitbreidingsstrook mogen weigeren omdat het belang van openbaarheid van deze informatie niet opweegt tegen de belangen in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob. Omdat eisers openbaarmaking van de taxatierapporten juist hebben gevraagd om kennis te kunnen nemen van deze informatie, laat de rechtbank verder buiten de beoordeling of verweerder openbaarmaking van andere informatie in de taxatierapporten mocht weigeren. Uit dit oordeel blijkt reeds dat de rechtbank eisers niet volgt in hun standpunt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat het bestreden besluit van een voldoende motivering is voorzien.
7. Het beroep is daarom ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit stand houdt.
8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W.C.M. Frings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 23 augustus 2019
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.