Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6960

2026-07-31 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/5004/11816775
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-07-31
Publicatiedatum
2026-09-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
K/5004/11816775
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Drugs in de woning. Ontbinding en ontruiming.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.893 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Nijmegen



Zaaknummer: 11816775 \ CV EXPL 25-2142




Vonnis van 31 juli 2026




in de zaak van




STICHTING WOONWAARTS,
gevestigd te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonwaarts,
gemachtigde: mr. J.G. van Heertum,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. S. Kara.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 29 augustus 2025
- de e-mail van [gedaagde] van 9 februari 2026, met productie 1
- de e-mail van [gedaagde] van 9 februari 2026, met productie 2
- de brief van Woonwaarts van 25 juni 2026, met producties 6 en 7
- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Woonwaarts verhuurt met ingang van 28 mei 2020 aan [gedaagde] de woning aan het [adres] in Nijmegen (hierna: de woning). De huur bedraagt € 471,61 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.



2.2.
Woonwaarts is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en is uitsluitend werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting.



2.3.
In de schriftelijke huurovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:



“7.1.


Op deze overeenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte d.d. 1 mei 2019 van verhuurder van toepassing.”





2.4.
In de algemene voorwaarden (hierna: AV) is, voor zover van belang, het volgende bepaald:



“6.3.


Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.





6.4.


Huurder zal het gehuurde, waaronder begrepen alle aanhorigheden en de eventuele gemeenschappelijke verkeersruimten, overeenkomstig de bestemming gebruiken en deze bestemming niet wijzigen. Het is huurder niet toegestaan bedrijfsmatige activiteiten in het gehuurde, delen van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten te ontplooien.


(…)





6.9.


Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te (doen) kweken, drogen of knippen, dan wel andere activiteiten te (doen) verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.”





2.5.
Op 20 maart 2025 heeft de politie tijdens een doorzoeking in de woning onder meer 18 gram cocaïne, 638 gram amfetamine, voor drugs bestemde verpakkingsmaterialen en een weegschaal aangetroffen.



2.6.
Op 22 april 2025 ontvangt Woonwaarts een waarschuwingsbrief van de gemeente Nijmegen waaruit blijkt dat voornoemde drugs in de woning is aangetroffen.





3Het geschil


3.1.
Woonwaarts vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van de woning en tot betaling van:


€ 471,61 per maand (eventueel te verhogen met het bedrag overeenkomstig de wettelijke jaarlijkse huurverhoging per 1 juli) aan schadevergoeding vanaf het moment van ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat het bedrag opeisbaar is geworden, tot aan de dag van algehele voldoening,


de proces- en nakosten.





3.2.
Woonwaarts legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in zijn verplichtingen als huurder tekort is geschoten, door in de woning een (handels)hoeveelheid harddrugs aanwezig te hebben. Hierdoor handelt hij in strijd met de Opiumwet en daarmee in strijd met artikel 6.3, 6.4 en 6.9 van de AV en artikel 7:213 en 7:214 BW. Deze tekortkoming rechtvaardigt volgens Woonwaarts de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning. Zij heeft namelijk belang bij het optreden tegen drugsoverlast omdat dit schadelijk is voor de leefbaarheid van de wijken waarin haar woningen zijn gelegen. Daarom voert zij een zerotolerancebeleid ten aanzien van drugs.



3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Woonwaarts en voor het geval de huurovereenkomst wordt ontbonden, tot verlenging van de ontruimingstermijn naar zes maanden, alsmede dat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
In deze zaak staat de vraag centraal of de aanwezigheid van de aangetroffen hoeveelheid drugs in de woning een tekortkoming vormt en of deze tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.



4.2.
Het uitgangspunt is dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Indien [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (de ‘tenzij-formule’).



4.3.

[gedaagde] heeft niet weersproken dat de hoeveelheid drugs in de woning is aangetroffen en dat hiervoor ten tijde van de mondelinge behandeling een strafzaak loopt. Deze hoeveelheid overschrijdt ruimschoots de maximumhoeveelheid bestemd voor eigen gebruik. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat geen sprake is van overlast of signalen die duiden op drugshandel vanuit de woning. Ook is niet gebleken dat de aanwezigheid van de drugs heeft gezorgd voor schade aan de woning of invloed op de woonomgeving, aldus [gedaagde] . De kantonrechter overweegt dat het enkel aanwezig hebben van een dergelijke hoeveelheid al een tekortkoming oplevert ten aanzien van de naleving van artikel 6.3 en 6.9 van de AV en ten aanzien van artikel 7:213 BW. De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden doen daar niet aan af.



4.4.
Aangezien is vastgesteld dat sprake is van een tekortkoming, is het vervolgens de vraag of deze van voldoende gewicht is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Bij de beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval worden afgewogen, waaronder het woonbelang van [gedaagde] . De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.



4.5.
Enerzijds draagt Woonwaarts, als toegelaten instelling in de zin van de Woningwet, mede de zorg voor de leefbaarheid van de woonomgeving in en om haar woningbezit. Zij heeft daarom belang bij het kunnen optreden tegen (het risico op) drugsoverlast, waarvoor zij een zerotolerancebeleid hanteert. Het is een feit van algemene bekendheid dat aan drugs gerelateerde activiteiten het risico op overlast en verloedering van de buurt met zich meebrengen, met het gevoel van onveiligheid en afbreuk van de leefbaarheid tot gevolg. Woonwaarts hoeft niet te dulden dat de woning voor aan drugs gerelateerde activiteiten wordt gebruikt. Verder weegt mee dat sprake is van een ernstige tekortkoming, omdat in de woning een forse hoeveelheid harddrugs (638 gram amfetamine en 18 gram cocaïne) is aangetroffen. De hoeveelheid en gevonden materialen doen vermoeden dat deze drugs voor de handel bestemd was.



4.6.
Anderzijds heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij belang heeft bij de voortzetting van de huurovereenkomst en behoud bij de woning, omdat hij geen mogelijkheden heeft om elders te verblijven. Het zal voor hem ook niet mogelijk zijn om een woning in de vrije sector te huren gelet op zijn beperkte financiële middelen. Een andere sociale huurwoning is ook geen optie, aldus [gedaagde] , omdat Woonwaarts hem geen positieve huurdersverklaring zal geven. Verder is dit een incident en zijn er nooit eerder meldingen geweest van overlast.



4.7.
Alle omstandigheden afwegend is de kantonrechter van oordeel dat een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurwoning gerechtvaardigd is. Het aanwezig hebben van deze forse hoeveelheid drugs is, mede gezien de risico’s die dit heeft voor de leefbaarheid van omwonenden, een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van Woonwaarts zwaarder weegt dan het woonbelang van [gedaagde] . De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal daarom worden toegewezen.



4.8.

[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat hem een langere ontruimingstermijn moet worden gegund, zodat hij de tijd heeft om een vervangende woonruimte te vinden. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om een langere ontruimingstermijn te bepalen. [gedaagde] zal worden veroordeeld de woning te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.



4.9.
Verder zal een maandelijks bedrag van € 471,61 worden toegewezen (onder voorbehoud van de eventuele (wettelijk) toegestane huurverhogingen) vanaf de dag van ontbinding van de huurovereenkomst tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop het bedrag opeisbaar is geworden tot de dag van voldoening. Dit is een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in de woning verblijft.



4.10.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonwaarts worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


145,45







- griffierecht


€


135,00







- salaris gemachtigde


€


434,00


(2 punten × € 217,00)




- nakosten


€


108,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


822,95











4.11.


[gedaagde] heeft nog verzocht om, bij toewijzing van de ontbinding en ontruiming, het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Hieraan heeft hij enkel ten grondslag gelegd dat hoger beroep overbodig is als de woning al kan worden ontruimd. De kantonrechter overweegt dat op zichzelf de mogelijk ingrijpende gevolgen van de executie van een vonnis, die moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt, niet in de weg staan aan een uitvoerbaar bij voorraad-verklaring. [gedaagde] heeft verder geen omstandigheden aangevoerd, ook niet in het kader van de tenzij-formule, die zwaar genoeg wegen om af te wijken van de hoofdregel dat een vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. De kantonrechter zal het vonnis daarom uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5. De beslissing




De kantonrechter




5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het [adres] in Nijmegen,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonwaarts zijn, en de sleutels af te geven aan Woonwaarts,



5.3.
veroordeelt [gedaagde] om € 471,61 per maand, onder voorbehoud van de eventuele (wettelijk) toegestane huurverhogingen, te betalen aan Woonwaarts vanaf de dag van ontbinding van de huurovereenkomst tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop het bedrag opeisbaar is geworden tot de dag van voldoening,



5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 822,95, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,



5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!








67756/560