Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:18895

2024-11-14 Bestuursrecht SGR 23/5989
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-11-14
Publicatiedatum
2024-11-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 23/5989
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft met het vermelden van de datum en het vergunningnummer in zijn bezwaarschrift voldoende duidelijk gemaakt waartegen zijn bezwaar was gericht. Beroep kennelijk gegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.005 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 23/5989



uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2024 in de zaak tussen





[eiser] , uit [woonplaats] , eiser


en




het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: D.L. Swart).




Inleiding


1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 14 augustus 2023 (het bestreden besluit) waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.



1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank, na het onderzoek te hebben gesloten, uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.





Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het bestreden besluit een motiveringsgebrek heeft.

3. Eiser heeft op 7 april 2023 bij verweerder een aanvraag om een individuele gehandicaptenparkeerplaats ingediend. In de brief van 5 juni 2023 met vergunningnummer 656004 heeft verweerder eiser het voornemen tot afwijzing van de aanvraag gestuurd. Verweerderheeft eiser daarbij in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken op het voornemen te reageren, bijvoorbeeld door een brief te sturen naar de afdeling Vergunningen van de Dienst Stadsbeheer.


3.1.
Op 19 juli 2023 heeft eiser via de website van de gemeente Den Haag bij de afdeling bezwaar van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een bezwaarschrift tegen het voornemen van 5 juni 2023 ingediend, onder vermelding van de datum en het vergunningnummer van het voornemen. In de brief van 24 juli 2023 heeft de Dienst SZW eiser gevraagd om binnen twee weken duidelijk te maken waartegen bezwaar wordt gemaakt. Eiser heeft niet op deze brief gereageerd, waarna verweerder het bestreden besluit heeft genomen. Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser niet duidelijk heeft gemaakt waartegen zijn bezwaar is gericht.


4. In artikel 6:5 Awb worden eisen gesteld aan het indienen van een bezwaarschrift. Hierin staat onder meer dat het bezwaarschrift een omschrijving moet bevatten van het besluit waartegen het bezwaar is gericht. Als dat niet gebeurt, kan verweerder na het bieden van een herstelmogelijkheid het bezwaar op grond van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk verklaren.




4.1.
Eiser heeft met het vermelden van de datum en het vergunningnummer in zijn bezwaarschrift voldoende duidelijk gemaakt dat zijn bezwaar is gericht tegen het voornemen van verweerder van 5 juni 2023. Dat eiser het bezwaarschrift bij de afdeling bezwaar van de Dienst SZW heeft ingediend, in plaats van de afdeling Vergunningen van de Dienst Stadsbeheer, maakt dat niet anders nu beide afdelingen/Diensten onderdeel zijn van hetzelfde bestuursorgaan.



4.2.
Verweerder heeft daarom het bezwaar van eiser ten onrechte op grond van de artikelen 6:5 en 6:6 Awb niet-ontvankelijk verklaard. Het bestreden besluit bevat daarmee een motiveringsgebrek.





Conclusie en gevolgen


5. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en verweerder opdragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.




Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser te nemen;
- draagt verweerder op het griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.



Deze uitspraak is gedaan door mr. N.E.M. de Coninck, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2024.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.



Zie de uitspraak van de CRvB van 22 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2469, r.o. 4.3.