Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:20265

2023-12-15 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.37906
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-12-15
Publicatiedatum
2023-12-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.37906
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting Marokko, beroep ongegrond

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.263 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL23.37906


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder




Procesverloop


Verweerder heeft op 31 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 11 december 2023 gesloten.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft op 22 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14569, uitspraak gedaan in het eerste beroep tegen de maatregel. Vervolgens zijn al eerder vervolgberoepen ingediend. Deze rechtbank, deze zittingsplaats heeft op het eerste vervolgberoep beslist in de uitspraak van 30 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16562. Nadien heeft deze zittingsplaats op het daaropvolgende vervolgberoep beslist bij uitspraak van 9 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17452. In de laatstgenoemde uitspraak staat dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 2 november 2023, rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting bestaat naar Marokko binnen een redelijke termijn. De aanvraag voor een lp voor eiser is al een jaar geleden ingediend. Daarnaast is door verweerder in juli, september en november van dit jaar extra aandacht gevraagd voor de lp-aanvraag van eiser bij de Marokkaanse autoriteiten en ook is een kopie van eisers identiteitskaart aan hen toegestuurd. Desondanks heeft dit niet geleid tot afgifte van een lp voor eiser, noch de toezegging dat een lp zal worden afgegeven.

5. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond van eiser niet slaagt. De rechtbank stelt voorop dat in zijn algemeenheid kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting naar Marokko. De rechtbank ziet in het geval van eiser geen aanleiding om van dat oordeel af te wijken. Immers, uit het voortgangsrapport volgt dat de Marokkaanse autoriteiten op 16 november 2023 hebben gemeld dat de aanvraag van eiser nog steeds in onderzoek is. Derhalve is niet gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten in het geval van eiser de lp-aanvraag hebben afgewezen of geen lp zullen verstrekken. Verder is van belang dat eiser niet volledig en actief meewerkt aan zijn uitzetting. In het vertrekgesprek van 15 november 2023 heeft eiser verklaard dat hij geen inspanningen tot terugkeer zal verrichten terwijl uit vaste Afdelingsjurisprudentie volgt dat van eiser volledige medewerking aan zijn uitzetting wordt verlangd. Nu eiser niet volledig en actief meewerkt aan zijn uitzetting, kan ook daarom niet worden gesteld dat geen zicht op uitzetting bestaat.

6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.












Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Laissez-passer.


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, en 8 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3033.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2707.