Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2025:159

2025-02-04 Strafrecht 23/01629
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-04
Publicatiedatum
2025-02-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
23/01629
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 552a Sv. Beslag op partij goederen bevattende 3-MMC dat ten tijde van de inbeslagneming niet verboden was. Motiveringsklacht inhoudende dat uit bestreden beschikking niet kan worden afgeleid dat de goederen in verband staan tot een begaan strafbaar feit. Nu volgens A-G in samenhangende zaak 23/01638 zonder vrucht wordt geklaagd over de toewijzing van de vordering onttrekking van dezelfde goederen, kan in de onderhavige zaak geen andere beslissing volgen dan ongegrondverklaring van het beklag. De klaagster heeft derhalve geen belang (meer) bij cassatie. A-G adviseert de Hoge Raad de klaagster niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep. Samenhang met 23/01638.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.142 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL



BIJ DE



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN




Nummer 23/01629 B

Zitting 4 februari 2025



CONCLUSIE



P.M. Frielink



In de zaak




[klaagster],
gevestigd te [plaats],
hierna: de klaagster





1Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 17 maart 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klaagster van een op 15 september 2021 in beslag genomen partij goederen met de omschrijving “344 kg bruto Fragrances” bevattende het middel 3-MMC, ongegrond verklaard.


1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 23/01638. In die zaak concludeer ik vandaag ook.


1.3
Het cassatieberoep is op 24 maart 2023 ingesteld namens de klaagster. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld. In het middel wordt opgekomen tegen (de motivering van) de ongegrondverklaring van het klaagschrift.


1.4
Deze conclusie leidt tot de slotsom dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in cassatie.




2Het middel

2.1
In het middel wordt geklaagd dat “de ongegrondverklaring ontoereikend is gemotiveerd, omdat de beschikking niets inhoudt waaruit kan worden afgeleid dat de in beslag genomen goederen in verband staan tot een begaan strafbaar feit waardoor niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.”


2.2
In de samenhangende zaak van de klaagster onder nummer 23/01638, in welke zaak de rechtbank de vordering van de officier van justitie als bedoeld in art. 552f Sv strekkende tot onttrekking aan het verkeer van de onder randnr. 1.1 genoemde goederen heeft toegewezen, heb ik vandaag geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Indien de Hoge Raad mij daarin volgt, heeft het vorenstaande tot gevolg dat op het klaagschrift van de klaagster, waarin zij teruggave verzoekt van de goederen die de rechtbank aan het verkeer heeft onttrokken, geen andere beslissing zal kunnen volgen dan ongegrondverklaring van het beklag. In dat geval heeft de klaagster geen belang (meer) bij haar cassatieberoep tegen de beschikking op haar klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv en dient zij daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard.




3Slotsom

3.1
Het middel behoeft geen bespreking.


3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.


3.3
Deze conclusie strekt ertoe dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.


De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden



A-G