Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2024:1432

2024-12-17 Strafrecht 23/04765
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-12-17
Publicatiedatum
2025-03-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
23/04765
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

volgt

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.402 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL



BIJ DE



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN





Nummer 23/04765

Zitting 17 december 2024





CONCLUSIE


D.J.C. Aben




In de zaak




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte




De verdachte is bij verstekarrest van 23 november 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 28 maart 2023, parketnummer 05-314730-22.


Het cassatieberoep is op 6 december 2023 ingesteld namens de verdachte. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem, heeft een middel van cassatie voorgesteld.



3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.

4. Het hof heeft de verdachte – bij verstek – niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe overwogen:


“Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelfgeen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het, door hem ingestelde hoger beroep.”


5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een "akte instellen hoger beroep", inhoudende dat op 30 maart 2023 door mr. E.J.M.J. Damen namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van de rechtbank Gelderland van 28 maart 2023.

6. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof geen acht heeft geslagen op de inhoud van het door de raadsman van de verdachte per e-mail verzonden schrijven van 5 april 2023 waarin grieven zijn opgenomen.

7. Ter staving van die stelling zijn aan de cassatieschriftuur kopieën gehecht van een e-mail van 5 april 2023, 09:43 uur van mr. E.J.M.J. Damen met als onderwerp “Appelschriftuur inzake [verdachte] [nummer] ” gericht aan de rechtbank Strafgriffie Arnhem (Rechtbank Gelderland). De bij dit bericht meegezonden appelschriftuur is aan de cassatieschriftuur gehecht. Het aan de schriftuur gehechte stuk biedt grond voor het ernstig vermoeden dat namens de verdachte vóór het onderzoek ter terechtzitting op 23 november 2023 een schriftuur houdende grieven is ingediend. Op grond daarvan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat een dergelijke schriftuur is ingediend.

8. Gelet op het voorgaande is de beslissing van het hof om de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, niet begrijpelijk.

9. Het middel slaagt.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.




De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden





AG



Vgl. HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:73.