Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2023:824

2023-09-26 Strafrecht 22/04175
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-09-26
Publicatiedatum
2023-09-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
22/04175
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Verdachte ten onrechte niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep. In tegenstelling tot vaststelling van hof heeft de verdachte bij het instellen van hoger beroep wel grieven ingediend. Conclusie strekt tot vernietiging.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.640 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL


BIJ DE


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


Nummer22/04175

Zitting 26 september 2023



CONCLUSIE



T.N.B.M. Spronken




In de zaak




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.




Het gerechtshof ArnhemLeeuwarden heeft bij arrest van 2 maart 2022 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.


Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.


Het tweede middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.


Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 maart 2022 houdt het volgende in:




“De verdachte,




[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [a-straat 1] , [plaats] ,



is niet verschenen.



De voorzitter deelt mede dat de dagvaarding in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke voorschriften op 12 januari 2022 aan [betrokkene 1] , een huisgenoot van verdachte, is uitgereikt.



De advocaat-generaal merkt op dat verdachte geen appelschriftuur heeft ingediend, noch zijn bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep kenbaar heeft gemaakt. De vordering van de advocaat-generaal strekt dan ook tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep.



De voorzitter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk uitspraak.”

5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een “akte instellen hoger beroep”, inhoudende dat op 30 maart 2021 door mr. Arts namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 10 december 2020. Aan deze akte is een stuk gehecht dat blijkens de datumstempel rechtsboven op het stuk op 30 maart 2021 door de griffie van de Rechtbank Overijssel is ontvangen. Dit stuk houdt in:


“Datum: Breda, 30 maart 2021


Betreft: [verdachte] / OM HB

Ref: SA7238
Uw kenmerk: 1E: 08/205116-20+TUL 08/003856-17





BETREFT: INSTELLEN APPÈL


Edelachtbare Heer/Vrouwe,
Geachte Heer/mevrouw,



In bovengenoemde kwestie treed ik op uitdrukkelijk bepaaldelijk gevolmachtigd advocaat.



In die hoedanigheid verzoek ik u, griffier, hierbij hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de Rechtbank Almelo in deze zaak gewezen op 10 december 2020.



De griffier wordt daartoe hierbij eveneens daartoe uitdrukkelijk (bepaaldelijk) gevolmachtigd.



Eveneens u, griffier, de dagvaarding in hoger beroep in ontvangst kan nemen. U kunt deze (een afschrift daarvan) sturen aan het volgende adres: [a-straat 1] te [plaats] .




Graag ontvang ik omgaande een afschrift van de appèlakte, bij voorkeur per e-mail aan [email protected] of per telefax (076-5319584).




Uiteraard ontvang ik als advocaat van cliënt, ook in hoger beroep, graag afschriften van de in deze zaak relevante processtukken waaronder de dagvaarding in hoger beroep.




GRIEVEN VOOR HOGER BEROEP


Het appel richt zich tegen zowel de strafoplegging als de strafmodaliteit / hoogte van de straf, alsmede tegen de hoogte van de toegewezen vordering van de benadeelde partijen.



U dient deze brief op te vatten als een grievenformulier hoger beroep met het verzoek deze per omgaande bij de stukken van hoger beroep te voegen.



Hoogachtend, mr. S. Arts”

6. Aan de cassatieschriftuur is eveneens het hiervoor onder 5 genoemde stuk gehecht.
7. Gelet op het voorgaande is het oordeel van het hof dat de verdachte op de voet van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
8. Het tweede middel slaagt. Het eerste middel behoeft geen bespreking.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.



De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG