Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2023:790
2023-09-12
Strafrecht
21/03544
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1469 → ECLI:NL:PHR:2023:790
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Kinderopvangtoeslagfraude. Meermalen (medeplegen/poging tot) oplichting (art. 326 Sr), voorhanden hebben valse/vervalste documenten (art. 225 Sr). Falende klachten over: (M1) bewezenverklaring in licht uos, (M2) grondslagverlating van tll door zowel primaire als subsidiaire variant van feit 3 te bewijzen en (M4) strafmotivering. Slagende klacht over (M5) schending van de redelijke termijn. (M3 is ingetrokken). AG merkt ambtshalve op dat de HR uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. De conclusie strekt ertoe dat de HR de duur van de opgelegde gevangenisstraf vermindert en het beroep voor het overige verwerpt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.697 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/03544 P
Zitting 12 september 2023
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene
1Cassatieberoep
1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 augustus 2021 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 87.227,39 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 21/03058. In die zaak concludeer ik vandaag ook.
1.3
Het cassatieberoep is op 18 augustus 2021 ingesteld namens de betrokkene. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 november 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2Beoordeling
2.1
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
3Slotsom
3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/03544 P
Zitting 12 september 2023
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene
1Cassatieberoep
1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 augustus 2021 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 87.227,39 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 21/03058. In die zaak concludeer ik vandaag ook.
1.3
Het cassatieberoep is op 18 augustus 2021 ingesteld namens de betrokkene. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 november 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2Beoordeling
2.1
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
3Slotsom
3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG