Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2022:1087
2022-11-22
Strafrecht
20/03547
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:31 → ECLI:NL:PHR:2022:1087
Inhoudsindicatie
Samenhangende Peek. Cassatieberoep n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.219 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03547
Zitting 22 november 2022
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte
1Het cassatieberoep
1.1.
De verdachte is bij arrest van 21 oktober 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens:
- “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van aan een ambtenaar een gift of belofte doen ten gevolge van hetgeen door deze in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten”;
- “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd”; en
- “medeplegen van valsheid in geschrift”
veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 30.000.
1.2.
Er bestaat samenhang met de zaken 20/03700 en 20/03545. In die zaken zal ik vandaag ook concluderen.
1.3.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 1 juni 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2Beoordeling
2.1.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
2.2.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03547
Zitting 22 november 2022
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte
1Het cassatieberoep
1.1.
De verdachte is bij arrest van 21 oktober 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens:
- “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van aan een ambtenaar een gift of belofte doen ten gevolge van hetgeen door deze in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten”;
- “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd”; en
- “medeplegen van valsheid in geschrift”
veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 30.000.
1.2.
Er bestaat samenhang met de zaken 20/03700 en 20/03545. In die zaken zal ik vandaag ook concluderen.
1.3.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 1 juni 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2Beoordeling
2.1.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
2.2.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG