Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2022:1064
2022-07-05
Strafrecht
20/03014
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1617 → ECLI:NL:PHR:2022:1064
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.” Samenhang met zaak met middelen: 20/02942 en 20/02943.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.853 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03014
Zitting 5 juli 2022
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 september 2020 de verdachte in de zaak met parketnummer 04/850428-12 vrijgesproken van het onder 2 en 5 ten laste gelegde. Tevens heeft het hof de verdachte in de zaak met parketnummer 04/804180-11 wegens elf delicten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Op 17 september 2020 heeft het hof een herstelarrest gewezen waarbij het hof een kennelijke misslag in het dictum heeft hersteld.
3. Er bestaat samenhang met de zaken 20/02942 en 20/02943. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
4. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03014
Zitting 5 juli 2022
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 september 2020 de verdachte in de zaak met parketnummer 04/850428-12 vrijgesproken van het onder 2 en 5 ten laste gelegde. Tevens heeft het hof de verdachte in de zaak met parketnummer 04/804180-11 wegens elf delicten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Op 17 september 2020 heeft het hof een herstelarrest gewezen waarbij het hof een kennelijke misslag in het dictum heeft hersteld.
3. Er bestaat samenhang met de zaken 20/02942 en 20/02943. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
4. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG