Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2021:968
2021-08-31
Strafrecht
19/01900
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1493 → ECLI:NL:PHR:2021:968
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2021:968 → ECLI:NL:GHSHE:2019:1397
Inhoudsindicatie
Met 19/01785 en 19/01840 samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.924 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/01900
Zitting 31 augustus 2021 (bij vervroeging)
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 5 april 2019 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: witwassen en van het plegen van witwassen een gewoonte maken’; 3. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd’ en 4. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: valsheid in geschrift’ veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede 180 uren taakstraf subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27(a) Sr.
Er bestaat samenhang met de zaken 19/01785 en 19/01840. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 6 november 2020 in persoon betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/01900
Zitting 31 augustus 2021 (bij vervroeging)
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 5 april 2019 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: witwassen en van het plegen van witwassen een gewoonte maken’; 3. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd’ en 4. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: valsheid in geschrift’ veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede 180 uren taakstraf subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27(a) Sr.
Er bestaat samenhang met de zaken 19/01785 en 19/01840. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 6 november 2020 in persoon betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG