Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2021:456

2021-03-16 Strafrecht 19/03219
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-03-16
Publicatiedatum
2021-05-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
19/03219
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling (art. 300 Sr). Middel over omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.774 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL



BIJ DE



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN





Nummer 19/03219

Zitting 16 maart 2021





CONCLUSIE


D.J.C. Aben




In de zaak




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.


1. De verdachte is bij arrest van 26 juni 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “mishandeling”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Het hof heeft tevens beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel is een klacht over de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden.

4. Dit middel is – gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914 – terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan met toepassing van artikel 6:4:20 Sv bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

5. Het middel slaagt.

6. Het tweede middel bevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat het hof de stukken te laat heeft ingezonden.

7. Tussen het instellen van het cassatieberoep op 8 juli 2019 en de binnenkomst van het dossier bij de Hoge Raad op 20 mei 2020 zijn meer dan acht maanden verstreken. Gelet op de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf is er evenwel geen aanleiding tot matiging daarvan en kan worden volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

8. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van artikel 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.




De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG

HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358 m.nt. Mevis, rov. 3.6.2 onder C.