Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2021:188
2021-01-12
Strafrecht
19/00605
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:317 → ECLI:NL:PHR:2021:188
Inhoudsindicatie
Met 19/00603 en 19/00604 P samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o). Samenhang met 5 andere zaken.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.110 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/00605
Zitting 12 januari 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 30 januari 2019 het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 15 oktober 2015 bevestigd met aanvulling van gronden, met uitzondering van de opgelegde straf en de motivering daarvan. Het gerechtshof heeft de verdachte ter zaken van de bij dat vonnis bewezenverklaarde feiten gekwalificeerd als 1 “valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragen, meermalen gepleegd” en 2 “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. De benadeelde partijen zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
De zaak hangt samen met een tweetal andere zaken tegen de verdachte (19/00604 en 19/00603) alsmede met de straf- en of ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/00597, 19/00528, 19/00529, 19/00576 en 19/00578). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/00605
Zitting 12 januari 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 30 januari 2019 het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 15 oktober 2015 bevestigd met aanvulling van gronden, met uitzondering van de opgelegde straf en de motivering daarvan. Het gerechtshof heeft de verdachte ter zaken van de bij dat vonnis bewezenverklaarde feiten gekwalificeerd als 1 “valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragen, meermalen gepleegd” en 2 “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. De benadeelde partijen zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
De zaak hangt samen met een tweetal andere zaken tegen de verdachte (19/00604 en 19/00603) alsmede met de straf- en of ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/00597, 19/00528, 19/00529, 19/00576 en 19/00578). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG