Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2018:566
2018-04-10
Strafrecht
17/02001
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:829 → ECLI:NL:PHR:2018:566
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02112.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.755 tekens)
Nr. 17/02001
Zitting: 10 april 2018 (bij vervroeging)
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 12 april 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, in de zaak met parketnummer 05-901022-08 wegens (telkens) 1. primair, 2. en 3. “medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” en in de zaak met parketnummer 05-702340-10 wegens “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ter zake een aantal inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander op de wijze als weergegeven in het arrest.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 17/02001 en 17/02112. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Het cassatieberoep in de zaken met de nummers 17/02928 P en 17/02932 P is ingetrokken.
Zitting: 10 april 2018 (bij vervroeging)
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 12 april 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, in de zaak met parketnummer 05-901022-08 wegens (telkens) 1. primair, 2. en 3. “medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” en in de zaak met parketnummer 05-702340-10 wegens “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ter zake een aantal inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander op de wijze als weergegeven in het arrest.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 17/02001 en 17/02112. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Het cassatieberoep in de zaken met de nummers 17/02928 P en 17/02932 P is ingetrokken.