Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2018:1483

2018-12-11 Strafrecht 16/05815
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-12-11
Publicatiedatum
2019-02-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
16/05815
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Tijdig ingesteld? Art. 449 jo 450 Sv. De HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:231. Op basis van de stukken, waaronder een door de griffier als schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.1.a Sv aangemerkt faxbericht, moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van het cassatieberoep vóór sluiting van de griffie van het Hof om 17:00 uur op de laatste dag van de cassatietermijn, te weten op 24 november 2016 om 16:59 uur, ter griffie is begonnen binnen te komen. De AG wordt alsnog in de gelegenheid gesteld zich over het voorgestelde middel uit te laten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.554 tekens)
Nr. 16/05815
Zitting: 11 december 2018




Mr. D.J.C. Aben

Conclusie inzake:


[verdachte]









Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 10 november 2016 de verdachte ter zake van 1. "bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd" en 2. "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren.


Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een middel van cassatie voorgesteld.


Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 25 november 2016, zodat de verdachte – nu hij ter terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 was verschenen – ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder b, Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.







4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.



De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG