Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2017:576
2017-05-09
Strafrecht
15/05090
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:1214 → ECLI:NL:PHR:2017:576 gevolgd
Inhoudsindicatie
Met 15/05089 P samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.090 tekens)
Nr. 15/05090
Zitting: 9 mei 2017
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 19 oktober 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts een beslissing genomen over in beslag genomen voorwerpen, zoals in het arrest vermeld.
De onderhavige zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen de verdachte met nr. 15/05089, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
De aanzegging in cassatie is op 11 augustus 2016 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het adres [a-straat 1] te Smilde. Bovendien is op 16 augustus 2016 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uit een ID-staat SKDB d.d. 21 juni 2016 blijkt dat dit adres op laatstgenoemde datum het BRP-adres van de verdachte was.
Zitting: 9 mei 2017
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 19 oktober 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts een beslissing genomen over in beslag genomen voorwerpen, zoals in het arrest vermeld.
De onderhavige zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen de verdachte met nr. 15/05089, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
De aanzegging in cassatie is op 11 augustus 2016 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het adres [a-straat 1] te Smilde. Bovendien is op 16 augustus 2016 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uit een ID-staat SKDB d.d. 21 juni 2016 blijkt dat dit adres op laatstgenoemde datum het BRP-adres van de verdachte was.