Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2017:129
2017-01-17
Strafrecht
15/03322
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:383 → ECLI:NL:PHR:2017:129 gevolgd
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/02894, 15/02971, 15/03319 en 15/03321.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.627 tekens)
Nr. 15/03322
Zitting: 17 januari 2017 (bij vervroeging)
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 17 juni 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “verduistering, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, subsidiair 80 (tachtig) dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr. Voorts heeft het hof de vorderingen van twee benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte betalingsverplichtingen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
Er bestaat samenhang met de zaken 15/02894, 15/02971, 15/03319 en 15/03321. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 17 januari 2017 (bij vervroeging)
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 17 juni 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “verduistering, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, subsidiair 80 (tachtig) dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr. Voorts heeft het hof de vorderingen van twee benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte betalingsverplichtingen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
Er bestaat samenhang met de zaken 15/02894, 15/02971, 15/03319 en 15/03321. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG