Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2016:356
2016-03-08
Strafrecht
15/00782
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:861 → ECLI:NL:PHR:2016:356 gevolgd
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met nr. 15/00779 P en nr. 15/00785.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.498 tekens)
Nr. 15/00782
Zitting: 8 maart 2016
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte]
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 4 februari 2015 verzoeker ter zake van “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en “de voortgezette handeling van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen.
2. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld. Namens verzoeker is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld.
3. Nu verzoeker niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
De zaken met de rolnummers 15/00779, 15/00782 en 15/00785 hangen samen. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
Zitting: 8 maart 2016
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte]
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 4 februari 2015 verzoeker ter zake van “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en “de voortgezette handeling van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen.
2. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld. Namens verzoeker is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld.
3. Nu verzoeker niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
De zaken met de rolnummers 15/00779, 15/00782 en 15/00785 hangen samen. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.