Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2016:179
2016-02-09
Strafrecht
15/02059
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:558 → ECLI:NL:PHR:2016:179 gevolgd
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.588 tekens)
Nr. 15/02059
Zitting: 9 februari 2016 (bij vervroeging)
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 17 maart 2015 verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ter zake van het onder 3 tenlastegelegde, en verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde.
Er bestaat samenhang met de zaak 15/02060. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 augustus 2015 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 26 oktober 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 9 februari 2016 (bij vervroeging)
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 17 maart 2015 verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ter zake van het onder 3 tenlastegelegde, en verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde.
Er bestaat samenhang met de zaak 15/02060. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 augustus 2015 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 26 oktober 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG