Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2016:1467
2016-12-20
Strafrecht
15/03818
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:171 → ECLI:NL:PHR:2016:1467 gevolgd
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/03819.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.899 tekens)
Nr. 15/03818 P
Zitting: 20 december 2016 (bij vervroeging)
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij uitspraak van 12 augustus 2015 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 146.239,-- en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 70.000,--.
De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaak tegen de betrokkene met nr. 15/03819, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
De aanzegging in cassatie is op 26 november 2015 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het adres [a-straat 1] te [plaats]. Bovendien is op 1 december 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uit een ID-staat SKDB d.d. 19 november 2015 blijkt dat dit adres op laatstgenoemde datum het BRP-adres van de verdachte was.
Zitting: 20 december 2016 (bij vervroeging)
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij uitspraak van 12 augustus 2015 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 146.239,-- en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 70.000,--.
De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaak tegen de betrokkene met nr. 15/03819, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
De aanzegging in cassatie is op 26 november 2015 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het adres [a-straat 1] te [plaats]. Bovendien is op 1 december 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uit een ID-staat SKDB d.d. 19 november 2015 blijkt dat dit adres op laatstgenoemde datum het BRP-adres van de verdachte was.