Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2015:388

2015-03-17 Strafrecht 13/04951
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2015-03-17
Publicatiedatum
2015-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
13/04951
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag. Beslag. Beroep tegen beschikking waarbij het klaagschrift van klager strekkende tot teruggave van een bromfiets ongegrond is verklaard. Bij vonnis van 9 januari 2015 is de betreffende bromfiets onttrokken aan het verkeer. Deze beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij zijn klaagschrift ongegrond is verklaard. Klager dient daarom in het cassatieberoep n-o te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

Citeert (5)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.479 tekens)
Nr. 13/04951 B
Mr. Harteveld
Zitting 17 maart 2015

Conclusie inzake:

[klager]



1. Het beroep in cassatie heeft betrekking op een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 3 september 2013, waarbij een namens klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem inbeslaggenomen bromfiets, ongegrond is verklaard.

2. Namens klager is beroep in cassatie ingesteld. Mr. A. Vijftigschild, advocaat te Leidschendam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende vijf middelen van cassatie.


3.1. Alvorens ik toekom aan de bespreking van de middelen, besteed ik aandacht aan de vraag of klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.



3.2. In een brief van 20 januari 2015 heeft de raadsman bericht dat de Politierechter in de Rechtbank Den Haag in de strafzaak tegen klager (parketnummer 09/165309-13) inmiddels, te weten op 9 januari 2015, vonnis heeft gewezen. Klager is vrijgesproken van de tenlastegelegde heling en voorts is de onttrekking aan het verkeer bevolen van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, bromfiets. Tegen voornoemde uitspraak is namens klager op 19 januari 2015 hoger beroep ingesteld. De akte instellen rechtsmiddel is als bijlage aan de brief van de raadsman gehecht. Het voorgaande brengt mee dat de strafzaak tegen klager nog aanhangig is.



3.3. Bij telefonische navraag bij de strafgriffie van de Rechtbank Den Haag is een en ander mondeling bevestigd betreffende de beslissing van de Politierechter ten aanzien van de inbeslaggenomen bromfiets. Op mijn verzoek is een afschrift van het vonnis van de Politierechter van 9 januari 2015 toegezonden. Dit vonnis heb ik bij het dossier gevoegd.



3.4. In HR 8 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8989 verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat de Rechtbank, evenals in de onderhavige zaak het geval is, tussentijds in de strafzaak vonnis had gewezen en daarin omtrent het inbeslaggenomene had beslist. Daardoor kon op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer volgen dan de ongegrondverklaring van het beklag. Dat betekende dat klager niet in zijn cassatieberoep kon worden ontvangen.



3.5. Ook in de onderhavige zaak heeft te gelden dat er geen plaats is om het beklag gegrond te verklaren, nu klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag van 3 september 2013. De op het klaagschrift gegeven beslissing is immers naar haar aard een voorlopige beslissing, die gegeven wordt in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Nu de rechter in de strafzaak tegen klager de onttrekking aan het verkeer van de bromfiets heeft gelast, kan klager in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen. Daaraan doet niet af dat de beslissing in de strafzaak nog niet onherroepelijk is.


4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.




De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG



Vgl. ook o.m. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:3274, HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0637 en HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834.


Vgl. HR HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834, rov. 3.3.