Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2015:1790
2015-06-30
Strafrecht
14/06344
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:3063 → ECLI:NL:PHR:2015:1790 gevolgd
Inhoudsindicatie
Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.263 tekens)
Nr. 14/06344
Zitting: 30 juni 2015
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker=verdachte]
1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 13 februari 2014 verzoeker wegens een drietal feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens verzoeker is tijdig beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de rolnummers 14/06345, 14/01092, 14/02603 en 14/06344. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Nu niet binnen de bij de wet gestelde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie bij de Hoge Raad is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 30 juni 2015
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker=verdachte]
1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 13 februari 2014 verzoeker wegens een drietal feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens verzoeker is tijdig beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de rolnummers 14/06345, 14/01092, 14/02603 en 14/06344. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Nu niet binnen de bij de wet gestelde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie bij de Hoge Raad is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG