Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2015:1361
2015-06-02
Strafrecht
14/02263
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:2472 → ECLI:NL:PHR:2015:1361 gevolgd
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Advocaat-generaal bij het Hof wordt n-o verklaard in zijn cassatieberoep, nu door deze niet binnen de in art. 437.1 Sv genoemde termijn een schriftuur houdende middelen is ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.661 tekens)
Nr. 14/02263
Zitting: 2 juni 2015
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Verdachte is bij arrest van 22 november 2013 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot 127 dagen gevangenisstraf.
Er bestaat samenhang tussen de zaken 13/06074, 13/06193, 14/00001, 14/02137, 14/02142 en 14/02144. In de zaken 13/06193 en 14/02137 is het cassatieberoep ingetrokken. In de overige zaken zal ik vandaag concluderen.
Het openbaar ministerie heeft op 6 december 2013 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 21 november 2013 verzonden. Art. 437, eerste lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een maand na verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, eerste lid, Sv is geen schriftuur bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 2 juni 2015
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Verdachte is bij arrest van 22 november 2013 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot 127 dagen gevangenisstraf.
Er bestaat samenhang tussen de zaken 13/06074, 13/06193, 14/00001, 14/02137, 14/02142 en 14/02144. In de zaken 13/06193 en 14/02137 is het cassatieberoep ingetrokken. In de overige zaken zal ik vandaag concluderen.
Het openbaar ministerie heeft op 6 december 2013 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 21 november 2013 verzonden. Art. 437, eerste lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een maand na verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, eerste lid, Sv is geen schriftuur bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG