Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2014:701

2014-06-10 Strafrecht 13/04533
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-06-10
Publicatiedatum
2014-07-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
13/04533
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn h.b. Art. 41 en art. 51 Sv. In de bestreden uitspraak ligt als ’s Hofs oordeel besloten dat in e.a. aan de voorschriften van de art. 41 en 51 Sv is voldaan. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde geen nadere motivering. V.zv. het middel berust op de opvatting dat het Hof geen toepassing had mogen geven aan art. 416.2 Sv omdat niet is gebleken “dat de Politierechter heeft onderzocht in hoeverre aan de in de strafzaak eerder voorlopig gehechte verdachte een raadsman is toegevoegd dan wel dat de Politierechter is nagegaan of de ambtshalve toegevoegde raadsman een afschrift van de dagvaarding is verzonden en waarom deze niet ter zitting is verschenen”, geldt, dat die opvatting geen steun vindt in het recht. Conclusie AG: anders, 80a RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.273 tekens)
Nr. 13/04533
Mr. Vegter
Zitting 10 juni 2014

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]


1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof ’s-Gravenhage van 14 januari 2009. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.

2. Het middel stoelt kennelijk op de stelling dat het Hof de verdachte niet op grond van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk kan verklaren, indien niet blijkt “dat de Politierechter in eerste aanleg heeft onderzocht in hoeverre aan de in de strafzaak eerder voorlopig gehechte verdachte een raadsman is toegevoegd dan wel de Politierechter is nagegaan of de ambtshalve toegevoegde raadsman een afschrift van de dagvaarding is verzonden en waarom deze niet ter zitting is verschenen.” Er bestaat geen verplichting voor het Hof om de zaak inhoudelijk te behandelen, indien er gebreken aan het onderzoek in eerste aanleg kleven.

3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.




De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG