Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2014:1576

2014-06-10 Strafrecht 13/04398
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-06-10
Publicatiedatum
2014-08-27
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
13/04398
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.022 tekens)
Nr. 13/04398 E
Zitting: 10 juni 2014



Mr. Aben

Conclusie inzake:


[verdachte]









1. Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van 3. en 4. “medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd” en 5. “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.



2. Deze zaak hangt samen met zaaknummers 12/01257 E, 13/04334 E, 13/04394 E en 13/04396 E. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.



3. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld.



4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 24 september 2013 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 25 november 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG