Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:BZ5362
2013-04-26
Civiel recht
12/04382
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ5362 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ5362
Inhoudsindicatie
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding cassatietermijn in kort geding; art. 339 lid 2, 402 lid 2 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.352 tekens)
12/04382
Mr. F.F. Langemeijer
8 februari 2013
Conclusie inzake:
Stichting Berregratte
tegen
[Verweerder]
1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Het onderhavige kort geding is de Hoge Raad bekend uit HR 20 mei 2011 (LJN: BP6591), NJ 2011/240. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling. Bij arrest van 8 mei 2012 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter van 27 september 2007 gedeeltelijk vernietigd, bepaald dat de in eerste aanleg getroffen voorzieningen geen werking meer hebben na 31 december 2007 en de dwangsomsanctie aan een maximum gebonden.
2. Bij dagvaarding, betekend op 7 augustus 2012, heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerder] is in cassatie verstek verleend.
3. Op grond van art. 402 lid 2 in verbinding met art. 339 lid 2 Rv bedraagt de termijn voor een cassatieberoep tegen een uitspraak in appel in kort geding acht weken. De cassatietermijn verstreek op 3 juli 2012. Hieruit volgt dat het cassatieberoep te laat is ingesteld.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Stichting in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
Mr. F.F. Langemeijer
8 februari 2013
Conclusie inzake:
Stichting Berregratte
tegen
[Verweerder]
1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Het onderhavige kort geding is de Hoge Raad bekend uit HR 20 mei 2011 (LJN: BP6591), NJ 2011/240. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling. Bij arrest van 8 mei 2012 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter van 27 september 2007 gedeeltelijk vernietigd, bepaald dat de in eerste aanleg getroffen voorzieningen geen werking meer hebben na 31 december 2007 en de dwangsomsanctie aan een maximum gebonden.
2. Bij dagvaarding, betekend op 7 augustus 2012, heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerder] is in cassatie verstek verleend.
3. Op grond van art. 402 lid 2 in verbinding met art. 339 lid 2 Rv bedraagt de termijn voor een cassatieberoep tegen een uitspraak in appel in kort geding acht weken. De cassatietermijn verstreek op 3 juli 2012. Hieruit volgt dat het cassatieberoep te laat is ingesteld.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Stichting in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.