Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:57
2013-05-14
Strafrecht
11/02146 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:93 → ECLI:NL:PHR:2013:57 gevolgd
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Betrokkene n-o in cassatieberoep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.604 tekens)
Nr. 11/02146 P
Zitting: 14 mei 2013(bij vervroeging)
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 30 maart 2011 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat bepaald op € 11.333,- en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/02147, 11/02146 P, 11/01813 P en 11/01812. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is namens de betrokkene tijdig cassatieberoep ingesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu in de onderhavige zaak bij de Hoge Raad niet (tijdig) zo een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 14 mei 2013(bij vervroeging)
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 30 maart 2011 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat bepaald op € 11.333,- en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/02147, 11/02146 P, 11/01813 P en 11/01812. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is namens de betrokkene tijdig cassatieberoep ingesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu in de onderhavige zaak bij de Hoge Raad niet (tijdig) zo een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG