Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:53
2013-06-04
Strafrecht
12/03805 J
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:70 → ECLI:NL:PHR:2013:53 contrair
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. HR herhaalt HR LJN AD5208. Het Hof had, bij gebreke aan initiatief van de verdachte ter bestrijding van de juistheid van de door de advocaat afgelegde verklaring dat hij door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd was tot het instellen van een rechtsmiddel, geen onderzoek mogen doen naar de juistheid van de verklaring van de advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van beroep. Conclusie AG: anders (art. 80a RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.038 tekens)
Nr. 12/03805 J
Zitting: 4 juni 2013
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 juli 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingezonden.
2. Het middel keert zich tevergeefs tegen het oordeel van het Hof dat het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk is, nu de desbetreffende motivering van het Hof ondeugdelijk noch onjuist is. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 4 juni 2013
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 juli 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingezonden.
2. Het middel keert zich tevergeefs tegen het oordeel van het Hof dat het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk is, nu de desbetreffende motivering van het Hof ondeugdelijk noch onjuist is. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG