Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:2101
2013-10-29
Strafrecht
12/03868
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:40 → ECLI:NL:PHR:2013:2101 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR verklaart verdachte n-o in het beroep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.587 tekens)
Nr. 12/03868
Zitting: 29 oktober 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 17 juli 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03864, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/04782, 12/05995, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, op 23 juli 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 19 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 29 oktober 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 17 juli 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03864, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/04782, 12/05995, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, op 23 juli 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 19 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG