Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:1799
2013-10-15
Strafrecht
12/04348
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:1757 → ECLI:NL:PHR:2013:1799 gevolgd
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.018 tekens)
Nr. 12/04348
Zitting: 15 oktober 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 13 juni 2012 verdachte wegens 2. “Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, 3. “Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” en 4. “Mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken. Daarnaast heeft het Hof verdachte wegens 5. “Door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse voornaam opgeven” veroordeeld en bepaald dat aan de verdachte ter zake van dat feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 16 oktober 2012 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 17 december 2012. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [verdachte] (12/04347), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.
Zitting: 15 oktober 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 13 juni 2012 verdachte wegens 2. “Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, 3. “Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” en 4. “Mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken. Daarnaast heeft het Hof verdachte wegens 5. “Door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse voornaam opgeven” veroordeeld en bepaald dat aan de verdachte ter zake van dat feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 16 oktober 2012 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 17 december 2012. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [verdachte] (12/04347), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.