Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2012:BX4707

2012-09-18 Strafrecht 11/00434
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-09-18
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
11/00434
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2012/2196 | NbSr 2012/330

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Het ontbreken van de pleitnota bij de aan de HR toegezonden stukken strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat dit verzuim, nu het blijkens bij het Hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. AG: anders.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.305 tekens)
Nr. 11/00434
Mr. Vellinga
Zitting: 12 juni 2012


Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde en wegens 2. "Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen" veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 200,-, subsidiair 4 dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, en voor het toegewezen bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.

2. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel dat klaagt over het ontbreken bij de stukken van de door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep van 5 januari 2011 overgelegde pleitnota, kan niet tot cassatie leiden, nu verdachtes raadsman niet binnen de in art. 437, tweede lid, Sv genoemde termijn(1) schriftelijk een verzoek om aanvulling bij de rolraadsheer heeft ingediend.(2)

4. Het tweede middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte het overhemd van [betrokkene 1] opzettelijk en wederrechtelijk met haar nagels heeft kapotgescheurd.

5. Het middel gaat eraan voorbij dat de gebezigde bewijsmiddelen niet alleen inhouden dat verdachte het overhemd van [betrokkene 1] heeft vastgepakt maar ook dat zij aan dat overhemd heeft getrokken en dat het overhemd scheurde doordat haar nagels in zijn overhemd bleven haken alsmede dat zij volgens haar eigen verklaring het overhemd van [betrokkene 1] heeft vernield. In louter de proceshouding van verdachte heeft het Hof geen aanwijzing behoeven te zien dat verdachte niet wederrechtelijk handelde toen zij [betrokkene 1]' overhemd vernielde. Voorts in aanmerking genomen dat het vernielen van andermans eigendommen in beginsel wederrechtelijk is betekent een en ander dat het bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

6. In de toelichting op het middel wordt terecht opgemerkt dat verdachte in eerste aanleg niet met zoveel woorden heeft verklaard dat zij 'opzettelijk' het overhemd van [betrokkene 1] heeft vastgepakt en daaraan getrokken. Omdat in vastpakken van iets en trekken aan iets het opzet op dat vastpakken en trekken besloten ligt heeft het Hof aan de in eerste aanleg afgelegde verklaring van de verdachte geen andere betekenis gegeven door daaraan toe te voegen 'opzettelijk'.

7. Het middel faalt.

8. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden


AG


1 Het schriftelijke verzoek van verdachtes raadsman d.d. 1 augustus 2011 is eerst na een termijn van zestig dagen na toezending van de processtukken aan verdachtes toenmalige raadsman (op 10 mei 2011) ingediend.
2 HR 27 januari 2009, LJN BG4245, NJ 2009, 148, m.nt. M.J. Borgers, rov. 3.2.